Wmo aangenomen door Eerste Kamer: gemengde gevoelens

eerstekamer

De koepel van ouderenorganisaties CSO heeft met gemengde gevoelens kennis genomen van het feit dat de Eerste Kamer heeft ingestemd met nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning, ook wel Wmo2015. Daarbij stemden 37 senatoren voor en 36 senatoren tegen. Deze wet brengt voor veel mensen grote verandering met zich mee. “Enerzijds is het goed dat er nu duidelijkheid is en kunnen gemeentes aan de slag. Uitstel zou voor nog meer onrust hebben gezorgd en daar is niemand bij gebaat; gemeentes niet en hulpvragers al helemaal niet. Daarom is het goed dat nu duidelijk is welke zorgtaken naar de gemeente gaan”, stelt Hadewych Cliteur, directeur CSO, namens de lidorganisaties Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM. “Anderzijds maken wij ons zorgen om groepen kwetsbare ouderen en hun ondersteuning.”

Onrust
In de achterbannen van de ouderenorganisaties Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM is veel onrust. “Dat komt omdat nog niet goed duidelijk is wie straks waar terecht moet en of je nog wel de zorg kunt krijgen die je nodig hebt. Dat geldt overigens niet alleen voor ouderen, maar voor alle Nederlanders die deze majeure verandering treft. Daarom hebben wij bij VWS ook steeds aangedrongen op tijdige communicatie. Dat kan nu dan eindelijk in gang gezet worden.”

Uit een recent onderzoek van negen cliëntenorganisaties waaronder de CSO, blijkt dat veel mensen tot nu toe algemene informatie van hun gemeente hebben ontvangen over de decentralisatie. Ze hebben daardoor nog geen beeld hoe de veranderingen voor henzelf gaan uitpakken. “Bijna iedereen maakt zich zorgen over de continuïteit en kwaliteit van de ondersteuning die ze straks via de gemeenten krijgen”, stelt Cliteur. “Veel ondervraagden geven aan dat de ondersteuning die ze nu krijgen een wankel evenwicht is van professionele zorg, mantelzorg en hulp van vrijwilligers. Ze zijn bang dat dit evenwicht door de overgang naar de gemeente  wordt verstoord. Bijvoorbeeld doordat er een groter beroep op mantelzorgers en vrijwilligers moet worden gedaan. Veel mantelzorgers zijn al zwaar of overbelast.”

Nieuwe manier van denken én doen
De invoering van de nieuwe Wmo betekent dat met ingang van januari 2015 niet langer de overheid maar de gemeente de zorg aan mensen met een beperking moet regelen. Daarbij is het uitgangspunt dat iemand, met hulp van zijn omgeving, zich zo lang mogelijk thuis probeert te redden. De zorgverzekeraar betaalt de verpleging en verzorging thuis. Alleen mensen die heel veel zorg nodig hebben kunnen terecht in een zorginstelling. “Het is niet zomaar even een wetswijziging of overheveling van taken van Rijk naar gemeenten. Het luidt een fundamentele verandering in als het gaat om onze manier van denken en doen rond hulp vragen én aanbieden.”

De CSO is van mening dat de gedachten achter de vernieuwde Wmo niet verkeerd zijn. “Laat mensen zelf aan het stuur. Dat wil geenszins zeggen dat mensen daarmee alles zelf moeten uitvinden. Mensen moeten wel degelijk te worden toegerust om ook daadwerkelijk de dingen zelf te kunnen regelen en organiseren.” De nieuwe Wmo geeft volgens de ouderenkoepel ook kansen door op een andere wijze naar zorg en ondersteuning te kijken. “Wel hebben wij als ouderenkoepel zorgen dat bepaalde groepen mensen tussen de wal en het schip dreigen te komen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de groep kwetsbare ouderen, die zorg nodig heeft maar een klein of soms zelfs geen netwerk van mensen die naar hen omziet. Blijven deze mensen in beeld en krijgen ze tijdig de zorg en ondersteuning die ze nodig hebben? Wat is er gaande achter de voordeur van mensen zonder partner, zonder kinderen of anderen om zich heen?”

Cliëntondersteuning gegarandeerd
Tijdens het plenaire debat in de Eerste Kamer werden door diverse woordvoerders zorgen geuit over de snelheid en omvang van de transitie en de (beperkte) financiële middelen voor gemeenten. Een motie om er voor 1 oktober 2014 afdoende waarborgen te creëren die moeten bijdragen aan het gegarandeerd continueren van de onafhankelijke cliëntondersteuning in alle gemeenten is aangenomen. “Hier zijn we echt blij mee. Uit een recente monitor van MEE Nederland, die mensen met een beperking ondersteunt, blijkt dat de beschikbaarheid van cliëntondersteuning voor kwetsbare burgers in de meeste gemeentes namelijk nog niet goed is geregeld. In 63% van de 403 gemeenten zijn geen afspraken gemaakt over de continuïteit van cliëntondersteuning per 1 januari 2015. En in 37% van de gemeenten zijn weliswaar afspraken gemaakt, maar voldoen die op cruciale punten niet aan de Wmo 2015. Direct gevolg is een groot deel van deze burgers volgend jaar in hun gemeente niet kan rekenen op de cliëntondersteuning waar ze volgens de nieuwe Wmo recht op hebben. Clientondersteuning, formeel of informeel, is juist nu van essentieel belang voor mensen, gezien alle veranderingen die er op hen afkomen”, aldus Cliteur. “Vrijwillige ouderadviseurs kunnen hier een grote rol in vervullen”, stelt de ouderenkoepel namens haar lidorganisaties Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM.

Intussen is de CSO met MEE aan de slag gegaan om te bezien hoe de aansluiting tussen de formele en de informele cliëntondersteuning eruit moet zien, op een manier dat het voor de ouderen helder is van wie ze wanneer welke hulp kunnen verwachten.”

Bekijk op de website van de NOS een filmpje dat uitlegt wat er gaat veranderen met de nieuwe Wmo.