Zorgkosten en ouderen

De veranderingen in de zorg gaan gepaard met bezuinigingen. De ouderenorganisaties maken zich zorgen. Stop de stapeling!

Zorgkosten en ouderen
Per 1 januari 2015 is de financiering van de zorg veranderd. Deze wordt nu geregeld via vier wetten: de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Ziekteverkeringswet en de Jeugdwet. De overgang naar dit nieuwe stelsel gaat gepaard met bezuinigingen. En dat raakt vooral degenen die extra zorg nodig hebben: mensen met een chronische ziekte of een beperking en ouderen.

Randvoorwaarden scheppen, drempels wegnemen
De ouderenorganisaties onderschrijven het belang van de hervormingen in de zorg. Sinds jaar en dag pleiten zij ervoor dat ouderen (net als mensen met een chronische ziekte of een beperking) meer zeggenschap en regie moeten hebben over hun leven. Maar dat kan alleen als hiervoor de juiste randvoorwaarden worden geschapen en als drempels worden weggenomen. Zo wordt verwacht dat mensen meer zelf gaan doen en moeten participeren. Dit vergroot de druk op ondersteuning door mantelzorgers, buren en vrijwilligers. Maar wat als het niet gaat? En wat als ouderen geen sociaal netwerk hebben?

De rol van gemeenten
Gemeenten hebben meer verantwoordelijkheid gekregen, maar tegelijkertijd minder geld. Voorzieningen en zorgpakketten worden uitgekleed door gemeenten. Dat heeft gevolgen voor de portemonnee. In het kader van de Wmo moeten mensen die zorg nodig hebben meer zelf betalen, als zij voldoende inkomen hebben. De belangrijkste veranderingen op een rij:

  • Er is 40 procent gekort op de zorg bij de overgang van het Rijk naar de gemeenten (Wmo). Te drastisch, zo blijkt uit een inventarisatie van Binnenlands Bestuur (april 2016), want liefst drie van de vier gemeenten houdt (fors) geld over van het Wmo-budget.
  • Vanwege de bezuinigingen betalen mensen meer eigen bijdrage voor Wmo-zorg. Echter, gemeenten geven mensen die gebruikmaken van zorg of andere ondersteuning nauwelijks of geen informatie over de hoogte van de eigen bijdrage. Daardoor worden veel mensen maanden later overvallen door soms zeer hoge rekeningen. Dat concludeert de Nationale Ombudsman in zijn rapport ‘Een onverwacht hoge rekening’ (23 maart 2016).
  • De Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg-gelden) en de Compensatie eigen risico (Cer) zijn afgeschaft. Het budget is (met een korting) naar de gemeenten gegaan.
  • De eigen bijdrage voor de huishoudelijke zorg is fors toegenomen (zie onder ‘Rekenvoorbeeld’). Sommige ouders kunnen deze zorg niet meer betalen en zien er noodgedwongen vanaf (onderzoek Binnenlands Bestuur en Ieder(in), februari 2016). Ook eigen onderzoek (in opdracht van PCOB uitgevoerd door DirectResearch, Prinsjesdag 2015) bevestigt dat. De ouderenorganisatie stelde haar leden de vraag: ‘Als ik de huishoudelijke hulp die ik nu van de gemeente krijg, straks zelf moet betalen, wat gaat u dan doen?’ De leden antwoordden: ‘Dan is dat voor mij een groot probleem (42%), en: ‘Dan is dat voor mij reden om van huishoudelijke hulp af te zien’ (18%).

Rekenvoorbeeld eigen bijdrage huishoudelijke hulp
In 2015 was de eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp via de Wmo voor de laagste inkomens 20 euro per maand. In 2016 is het gemiddelde uurtarief voor huishoudelijk hulp als algemene voorziening 15 euro per uur, oftewel 130 euro per maand (uitgaande van slechts 2 uur per week). Een verhoging van 110 euro. Mensen met een laag inkomen kunnen in aanmerking komen voor een Huishoudelijke Hulp Toelage (HHT). Zij betalen dan een lager uurtarief, bijvoorbeeld 7,50 euro. De gemeente betaalt de rest. Echter, deze mensen betalen dan toch nog 65 euro per maand. Een verhoging van 45 euro. Gemeenten zijn bovendien niet verplicht deze toelage te verstrekken. En de hoogte van het gemeentebudget voor HHT wordt de komende jaren afgebouwd.

Ouderenorganisaties in actie
De ouderenorganisaties komen in actie! We volgen de ontwikkelingen kritisch, zitten aan tafel bij politici en maatschappelijke organisaties en brengen de belangen van ouderen onder de aandacht. Bovendien werken we met diverse organisaties aan verschillende programma’s en projecten om zorgen weg te nemen, informatie te geven en inzicht te krijgen in de gevolgen van de veranderingen op het leven van ouderen.