Afschaffing ouderentoeslag

Vanaf 2016 is de ouderentoeslag afgeschaft voor AOW’ers met een laag inkomen. De ouderenorganisaties willen dat dit wordt teruggedraaid.

Ouderentoeslag afgeschaft
Per 1 januari 2016 is de ouderentoeslag afgeschaft voor AOW’ers met een laag inkomen. Dit betekent dat ouderen voortaan net zoveel belasting over hun vermogen gaan betalen als anderen. Bij een vermogen tussen de 20 en 35 duizend euro vervalt hierdoor het recht op huurtoeslag. Dat zorgt in het geval van alleenstaanden met een aanvullend pensioen van 5.000 euro en een huur van 500 euro voor een koopkrachtdaling van 9%. Slecht nieuws dus voor de vele ouderen die geld opzij hebben gezet voor toekomstige hoge zorgkosten. De ouderenorganisaties hebben hiertegen geprotesteerd. Zij dringen erop aan dat deze maatregel voor lage inkomens worden teruggedraaid.

De oude situatie
Iedereen die spaargeld, aandelen, een tweede huis of andere bezittingen heeft, betaalt daar belasting over in box 3. Maar niet over het hele vermogen. Tot een bepaalde grens is het vermogen vrijgesteld van belasting: het heffingsvrij vermogen. In 2015 lag die grens op € 21.330 (voor fiscale partners samen € 42.660). Boven deze grens betaalde men 1,2% vermogensrendementsheffing. Voor AOW’ers met een laag inkomen was die grens tot nu toch nog hoger, zodat ouderen over een kleiner deel van hun vermogen belasting betaalden. Echter, deze ouderentoeslag is per 1 januari 2016 verdwenen.

Meer belasting betalen
Sinds 1 januari 2016 betalen ouderen over een groter deel van hun vermogen belasting betalen. De inkomstenbelasting in box 3 stijgt daardoor. Afhankelijk van het inkomen is de extra vrijstelling nu € 14.118, of met partner € 28.236. Over dat bedrag betalen ouderen dus wel 1,2% belasting in box 3. Dat scheelt maximaal € 338 per jaar, met een fiscale partner: € 676.