Pensioen en koopkracht: hoe zit het nu eigenlijk?

Stapeling van oude en nieuwe maatregelen leidt tot fors lagere toekomstig bereikbare pensioenen voor werknemers en tot steeds verder toenemend koopkrachtverlies voor gepensioneerden. Door het jarenlang niet indexeren van hun pensioenopbouw (soms zelf werkelijk korten), het fors verlaagde opbouwpercentage (voor de nu nog werkenden) en de voorgestelde aanpassing van het financieel toetsingskader (nFTK) zal voor werkenden het toekomstig bereikbare aanvullend pensioen aanzienlijk dalen, en voor gepensioneerden het koopkrachtverlies ieder jaar verder toenemen. In 2015 hebben de samenwerkende ouderenorganisaties Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM, samen met KNVG, opnieuw fors ingezet op belangenbehartiging op het gebied van pensioenen.

Staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) waardeert de principes van de samenwerkende ouderenorganisaties over pensioenen: delen van langleven- en beleggingsrisico’s, een eenvoudig systeem en flexibiliteit. Dat is de positieve uitkomst van een gesprek over het nieuwe pensioenstelsel, dat de organisaties op 8 september 2015 met de staatssecretaris voerden.

Nieuw pensioenstelsel
De overheid werkt samen met de sociale partners stapsgewijs aan een nieuw pensioenstelsel. De Sociaal Economische Raad (SER) heeft na eerste verkenningen een aantal varianten ter discussie gelegd, waaronder een voorkeur voor het verder uitwerken van een stelsel waarbij de premie uitgangspunt is, maar waarbij wel de voordelen van collectiviteit en solidariteit worden meegenomen. De ouderenorganisaties stuurden hierop in september 2014 een discussienota in.

Persoonlijk pensioen
Ook werkten de organisaties een variant uit – een persoonlijk pensioen – waarbij deelnemers zelf kunnen zien hoe hun ‘potje’ binnen het pensioenfonds eruit ziet, wat elk jaar de consequenties zijn van de rendementen op beleggingen en de gevolgen van al dan niet opschuiven van ‘gemiddeld langer leven’. In deze ISDC-aanpak is een premieovereenkomst wel uitgangspunt, maar worden het beleggingsrisico en het langlevenrisico jaarlijks met elkaar gedeeld. Ook de pensioenuitkering hoeft niet meer te worden aangekocht op de pensioendatum, maar wordt eenvoudigweg van de individuele pensioenrekening afgeschreven. In dit systeem zijn ook enkele keuzemogelijkheden aanwezig, maar wel met begrenzingen. In het overleg met de staatssecretaris hebben de ouderenorganisaties gevraagd deze variant verder te mogen bespreken.

Waardering voor principes
De staatssecretaris had waardering voor principes van de ouderenorganisaties: langleven- en beleggingsrisico’s moeten worden gedeeld, het systeem moet eenvoudig en goed uit te leggen zijn en enige flexibiliteit moet worden ingebouwd. In het concept-wetsontwerp over de ‘variabele uitkering’ (nu landelijk in discussie) is al een aantal van de geformuleerde ISDC-principes ingevoegd.

Uitnodiging voor breed overleg
Wat het toekomstig pensioenstelsel betreft, wil de staatssecretaris eerst de principes uitwerken en daarna komen tot concretere plannen. In de Tweede Kamer zal eerst een debat plaatsvinden over de hoofdlijnennotitie van Klijnsma, waarna de ouderenorganisaties worden uitgenodigd om samen met jongeren verder te praten. We hebben toegezegd actief energie te willen steken in een dergelijk breed overleg.

In vervolg op het gesprek met de staatssecretaris hebben de organisaties opgeroepen indexering sneller mogelijk te maken. Klijnsma heeft aangekondigd dat zij in overleg gaat met de sociale partners, het CPB, de Pensioenfederatie en de Nederlandse Bank over de doorrekening van de maatregelen die tot nu toe genomen zijn. Dit overleg moet leiden tot een eenduidige set van uitgangspunten voor de doorrekening van de effecten, zodat geen discussie meer kan ontstaan over de berekening van de uitkomsten. Klijnsma heeft toegezegd onze brief in de besprekingen mee te nemen. De uiteindelijke resultaten gaan 7 oktober 2015 naar de Tweede Kamer, zodat ze ook de input vormen voor de premieberekeningen in 2016 . Dat is het moment dat de ouderenorganisaties via de Tweede Kamer weer invloed kunnen uitoefenen.

Doorsneepremie
De staatssecretaris gaf aan de discussie over de doorsneepremie lastig te vinden. In de hoofdlijnennotitie heeft ze het onderwerp aangekaart, maar nog geen oplossing kunnen bieden. Zeker is dat het onderwerp op de politiek maatschappelijke agenda staat, dus moet er wel een besluit komen. De ouderenorganisaties hebben gezegd dit in beginsel een zaak te vinden voor de sociale partners en dat oplossingen niet ten koste mogen gaan van het geld dat voor de pensioenen van de ouderen bestemd is. Op Klijnsma’s verzoek hebben de ouderenorganisaties gezegd mee te willen denken

Doorpraten
Op ons verzoek heeft de staatssecretaris toegezegd met minister Lodewijk Asscher van SZW te overleggen hoe met ons zo spoedig mogelijk na Prinsjesdag kan worden gesproken over de koopkrachtsituatie van gepensioneerden. Het is gebleken dat de staatssecretaris onze inbreng serieus neemt, onze brieven goed leest en met ons in gesprek wil blijven. Van onze kant hebben we een indringend pleidooi gevoerd voor een meer structureel en formeel overleg, omdat de groep gepensioneerden (3,3 miljoen Nederlanders) groeit en een wezenlijk deel vormt van de samenleving. De staatssecretaris heeft hier nota van genomen en wil daar verder haar gedachten over laten vormen. Op ons aanbod om op ambtelijk niveau over de verschillende onderwerpen verder te praten, reageerde zij positief.