Ouderenorganisaties schrijven Tweede Kamer over premiegevolgen AWBZ en Zvw

zorg

Zorg voor betaalbare zorg, begrens stapeling van zorgkosten en wees zorgvuldig in besluitvorming. Dat schrijven de gezamenlijke patiënten-, gehandicapten- en ouderenorganisaties (waaronder de CSO) aan de Tweede Kamer in een brief over de premiegevolgen AWBZ en de Zorgverzekeringswet. 

Begin maart schreven minister Schippers en staatssecretaris Van Rijn een brief over de premiegevolgen Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en de Zorgverzekeringswet (Zvw). Deze wordt binnenkort besproken in de Tweede Kamer. De gezamenlijke patiënten-, gehandicapten- en ouderenorganisaties (PGO-organisaties, waar de koepel van ouderenorganisaties CSO deel van uitmaakt) reageerden op deze brief om vanuit hun achterbannen een aantal punten onder de aandacht te brengen.

De belangrijkste punten uit de brief van de PGO-organisaties:

  • Zorg voor betaalbare zorg voor iedereen. Zorgpremie is voor velen een grote uitgave en mensen hebben ook nog te maken met eigen risico. Door het wegvallen van de compensatie eigen risico in 2014 worden de effecten van deze stijging met name gevoeld door mensen uit onze achterban die veel zorg nodig hebben. De zorgtoeslag mag dan een deel van de mensen compenseren, maar voorkomen moet worden dat het aantal mensen met problemen om de zorg en/of zorgpremies te betalen door de overheveling verder toeneemt. Een passende oplossing hiervoor is de tijdelijke rijksbijdrage een permanent karakter geven.
  • Begrens stapeling van zorgkosten. De premie stijgt, een aantal compensatiemaatregelen verdwijnt en eigen bijdragen worden hoger. Om te voorkomen dat mensen zorg gaan mijden en niet meer kunnen meedoen in de (lokale) samenleving, is een inkomensafhankelijk maximum voor het totaal aan eigen bijdragen noodzakelijk.
  • Maak begrijpelijke informatie over betalingen in de zorg
  • Veranker op verantwoorde wijze de keuze voor een PGB in de zorgverzekeringswet. Verzekeraars kopen lang niet altijd voldoende passende zorg in. Met de overheveling van verpleging en verzorging naar de zorgverzekeringswet moet de mogelijkheid blijven bestaan om de zorg op basis van een persoonsgeboden budget (PGB) door de cliënt zelf in te laten kopen, met als vertrekpunt een solide en volwaardig pgb.
  • Oproep tot zorgvuldig proces: onze achterban verdient zorgvuldig en weloverwogen besluitvorming.

Ook stellen de organisaties in hun brief enkele vragen naar aanleiding van de brief van minister Schippers en staatssecretaris Van Rijn. Vragen ter verduidelijking, om meer uitleg en inzicht, om de Kamer over na te laten denken en (kritisch) mee te denken en betreft consequenties voor de toekomst.

De volledige brief van de PGO-organisaties vindt u hier.

De brief van minister Schippers en staatssecretaris Van Rijn vindt u hier.

Ouderenorganisaties pleiten voor stevig vangnet bij invoering Wmo

140214 CSO Sandrina Sangers_rondetafelgesprek2ekamer

Op vrijdag 14 februari organiseerde de Tweede Kamer een ronde tafel gesprek met o.a. vertegenwoordigers van ouderen- patiënten en cliëntenorganisaties. De samenwerkende ouderenorganisaties, verenigd in de koepel CSO, staan achter het idee van de nieuwe Wmo: zorg dichter bij burgers, meer sociale samenhang en zelfredzaamheid. Voor de overheveling van taken naar de gemeenten en zorgverzekeraars en de invoering van maatwerk moet er nog veel gebeuren.

Voor de ouderenorganisaties is het erg belangrijk dat er een goed vangnet komt: actieteams of meldpunten, het maakt niet uit hoe het georganiseerd wordt, als een individuele burger met een hulpvraag maar weet waar hij na 1 januari terecht kan, en dat er een passend en samenhangend aanbod komt.  Sandrina Sangers, beleidsmedewerker Langdurige Zorg voor de CSO: “In de ouderenzorg hebben we vanaf 1 januari te maken met langer thuis wonen. Verzorgingshuizen sluiten, maar er zijn nu nog te weinig woonzorgvoorzieningen waar mensen thuis kunnen blijven wonen.”

De CSO heeft  Kamerleden gewezen op het rapport van de Raad voor de Leefomgeving. De Raad onderzocht het aanbod van betaalbare woningen, waar mensen met een ondersteuningsbehoefte veilig en comfortabel oud kunnen worden. Daarvan is er nu te weinig aanbod.

Samenhangend aanbod
De samenwerkende ouderenorganisaties Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM pleiten voor een samenhangend geheel van Wmo, Zorgverzekeringswet (waarmee de wijkverpleegkundige straks wordt betaald) en langdurige zorg (WLZ), waar ook de lokale beleidsagenda op wordt afgestemd. Dat vraagt enige garanties van gemeenten, zorgverzekeraars en –aanbieders dat zij snel duidelijkheid geven hoe zij e.e.a. gaan inrichten. Sangers: “Nu al is er een grote behoefte aan voorlichting, aan transparante en feitelijke informatie. Dat moet niet veel langer op zich laten wachten. Het vraagt ook veel van samenwerking tussen formele zorgverleners, Wmo consulenten en de sociale omgeving van mensen met een hulpvraag. Het mag straks niet zo zijn dat mantelzorgers en anderen in het sociale netwerk overbelast raken voordat de gemeente iets wil regelen voor de cliënt.”

Cultuurverandering
“Wij zien in de praktijk dat partijen druk bezig zijn met de transitie, maar dat er nog iets anders nodig is voor de beoogde cultuurverandering. Versterking van de eigen regie en aandacht voor de wensen van ouderen en hun omgeving moet dan ook aandacht krijgen in de hele transitie van de langdurige zorg. Individuele cliёntondersteuning, zoals door de Vrijwillige ouderenadviseurs,  en betaalbare oplossingen op maat die bijdragen aan een betere kwaliteit van leven, zijn voor de ouderenorganisaties van groot belang.”

Gemeenten die nog bijna niks gedaan hebben, op “Den Haag” wachten of nog een visie moeten ontwikkelen krijgen van de PCOB leden aanzienlijk minder vertrouwen.

Download hier de position paper van de CSO.

Ouderenorganisaties steunen motie-Klein: mantelzorgboete moet van tafel

mantelzorg

Morgen stemt de Tweede Kamer over de motie-Klein, die stelt dat de zogenaamde ‘kostendelersnorm’ niet moet gelden bij mantelzorg. De samenwerkende ouderenorganisaties (CSO) vinden dat met ouderen en mantelzorgers tot nu toe onvoldoende rekening is gehouden. De mantelzorgboete moet van tafel.

De CSO – spreekbuis van de samenwerkende seniorenorganisaties Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM – is zeer teleurgesteld over de invoering van de kostendelersnorm. “Wij vinden dat als er sprake is van mantelzorg, de huidige regeling (geen korting voor de AOW-er en geen korting voor de mantelzorger) moet blijven gelden. Geen mantelzorgboete, dus”, stelt Hadewych Cliteur, directeur van de CSO, namens de aangesloten ouderenorganisaties.

Kostendelersnorm
Een kostendelersnorm houdt in dat in huishoudens waarin meerdere mensen met een uitkering wonen, op hun uitkering wordt gekort omdat zij de kosten van het levensonderhoud met elkaar kunnen delen. De motie van Kamerlid Klein (50PLUS) verzoekt de regering om, samen met de VNG, te onderzoeken hoe in geval van mantelzorg voor of door AOW-gerechtigden de kostendelersnorm niet toegepast hoeft te worden.

AOW’ers achteruit
AOW-gerechtigden worden het meest getroffen door de kostendelersnorm: soms gaan ze er zelfs meer dan 25% op achteruit. De AOW van zorgbehoevende ouderen die bij hun kinderen inwonen, wordt namelijk verlaagd van 70% naar 50%. Mochten de kinderen een bijstandsuitkering hebben, dan zal deze ook verlaagd worden. Deze maatregel ontmoedigt mogelijk dat kinderen bij hun hulpbehoevende ouders zullen intrekken, met alle gevolgen van dien. Dat staat ook haaks op het voorgenomen kabinetsbeleid – in het kader van de nieuwe WMO – om ouderen langer zelfstandig te laten wonen en mantelzorg te verstevigen.

Ook amendementen
In een Kamerdebat dat vorige week donderdag plaatsvond, zijn er naast de motie Klein ook twee amendementen ingediend die betrekking hebben op de kostendelersnorm en mantelzorg. Een amendement van CDA, 50Plus en de SP stelt voor om de AOW uit de kostendelersnorm te halen. Een tweede amendement van de SP en stelt voor om de kostendelersnorm voor mantelzorgers te schrappen.

De samenwerkende ouderenorganisaties willen graag dat de Tweede Kamer de ‘mantelzorgboete’ schrapt. Cliteur: “Wij roepen de Kamerleden dan ook op om de motie-Klein en beide amendementen te steunen.”

Onrust door berichtgeving overheveling langdurige zorg

naamloos

De centrale werkgevers- en werknemersorganisaties hebben op 29 januari jl. hun bezwaren kenbaar gemaakt tegen de gevolgen voor werknemers en werkgevers van de voorgenomen overheveling langdurige zorg (o.a. persoonlijke verzorging) vanuit de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet (Zvw). Deze berichtgeving heeft bij de achterban van de ouderenorganisaties binnen de CSO voor veel onrust gezorgd, het aantal binnengekomen telefoontjes blijft stijgen.

De organisaties reageren op een brief van de bewindslieden aan de Tweede Kamer van 6 november 2013 waaruit blijkt dat het de bedoeling van het kabinet is om uiteindelijk voor 4,85 miljard euro aan langdurige zorg van de AWBZ naar de Zvw over te hevelen.

De minister schrijft in haar brief van 30 januari j.l. dat speculaties over de exacte hoogte van het effect op de zorgpremie voorbarig zijn. De gevolgen en de oplossingsvarianten van deze premieconsequenties worden momenteel onderzocht. De ouderenorganisaties horen dan ook graag van de Minister de uitkomsten van het onderzoek naar de gevolgen en de oplossingsvarianten van deze premieconsequenties.

Oorzaak
Volgens de werkgevers- en werknemersorganisaties veroorzaakt een andere financiering van de AWBZ onaanvaardbare en onnodige lastenverschuivingen . Doordat de AWBZ geen werkgeversbijdrage kent, zal volgens de organisaties een toename van de werkgeverspremies veroorzaken. En daarmee een loonkostenverhoging van ongeveer 1,6 miljard euro. Deze toenemende werkgeverslasten zouden daarmee een belemmering vormen voor ondernemers om (meer) personeel in dienst te nemen.

Premiestijging
Volgens de organisaties zal de voorgenomen overheveling de nominale premies met ongeveer 200 euro per jaar omhoog gaan. Het eigen risico zal de grens van 400 euro ruimschoots overschrijden. Eerder heeft het kabinet voorgesteld de kosten voor de persoonlijke verzorging –twee miljard euro- voor maximaal drie jaar aflopend te financieren uit een rijksbijdrage aan de Zvw. Bovendien stelt het kabinet een verhoging van de zorgtoeslag voor om de inkomensgevolgen op te vangen. De werknemers- en werkgeversorganisaties vinden dit niet overtuigend omdat het over vergrijzingsgevoelige zorguitgaven gaat die sneller zullen toenemen dan de economie.

De binnen de CSO verenigde ouderenorganisaties spreken met de koepel van zorgverzekeraars (ZN) over de consequenties van de overheveling en pleiten daarbij voor goede overgangsregelingen.

Leden ouderenorganisaties actief in Medezeggenschap Pensioenfondsen

spaarvarken3

De ouderenorganisaties hebben jarenlang gestreden voor medezeggenschap van gepensioneerden bij de pensioenfondsen. En met succes. Vorig jaar is de pensioenwetgeving aangepast. Voor het eerst in de geschiedenis kunnen gepensioneerden binnenkort worden gekozen in de medezeggenschapsorganen van alle pensioenfondsen. Een aantal leden van de samenwerkende ouderenorganisaties zijn kandidaat voor een zetel in het nieuwe Verantwoordingsorgaan van het ABP en van het Pensioenfonds Werk en (Re)Integratie (PWRI).

Na een jarenlange lobby van onder andere de PCOB, Unie KBO, NVOG en NOOM – verenigd in de koepel CSO – heeft de overheid in september 2013 besloten de pensioenwetgeving aan te passen. Volgens de nieuwe Wet Versterking Bestuur Pensioenfondsen en het daarin verwerkte initiatief-voorstel Kosyer Kaya Blok moeten alle pensioenfondsen in Nederland een of meer zetels beschikbaar stellen voor gepensioneerden in een nieuw in te stellen Verantwoordingsorgaan. Van daaruit krijgen pensioengerechtigden straks ook hun eigen vertegenwoordigers in het bestuur. De pensioengerechtigden uit het Verantwoordingsorgaan dragen een kandidaat voor die namens hen in het bestuur van het pensioenfonds komt.

Gepensioneerden kandidaat bij ABP en PWRI
Verschillende pensioenfondsen, zoals het ABP en het PWRI zijn voortvarend aan de slag gegaan met het implementeren van de nieuwe wetgeving. Voor beide pensioenfondsen heeft de PCOB kandidaten kunnen leveren voor het Verantwoordingsorgaan, voor wie binnenkort de verkiezingsstrijd losbarst.

Waarom medezeggenschap?
Door medezeggenschap hebben werknemers én pensioengerechtigden de mogelijkheid hun stem te laten horen over de wijze waarop hun pensioen wordt beheerd. Daarmee kunnen zij invloed uitoefenen op belangrijke besluiten. Het Verantwoordingsorgaan (VO) krijgt belangrijke adviestaken als het gaat om beleggingsbeleid, de pensioenpremie en de indexatie. Doordat gepensioneerden zelf zich kandidaat stellen, kunnen zij op directe wijze belangen behartigen.

 

Zorgen om pensioenakkoord

pensioenakkoord

Vandaag sloot het kabinet een akkoord met de oppositie over de pensioenopbouw. Het maximale opbouwpercentage daalt van de huidige 2,25 procent naar 1,875 procent in 2015. In het pensioenakkoord is ook besloten om de te betalen premie te verlagen. De ouderenorganisaties maken zich zorgen om de gevolgen van het bereikte pensioenakkoord.  

Het NVOG, één van de samenwerkende ouderenorganisatie in het CSO, liet doorrekenen wat de daling van pensioenopbouw betekent voor werknemers. De daling van het opbouwpercentage betekent een aanzienlijk lager pensioen voor werknemers in de toekomst: een zorgelijke ontwikkeling.

Premie omlaag
In het akkoord is eveneens besloten om de te betalen premie te verlagen. Reden? Meer koopkracht voor medewerkers creëren. De Nederlandse Bank (DNB) moet toezien op deze premieverlaging, zo staat in het akkoord. Volgens de ouderenorganisaties is dit geen goede zet. ,,De premievaststelling is een zaak van sociale partners en moet gebaseerd zijn op kostendekking. Gemiddeld gaat de ingelegde premie onder meer door beleggingen flink over de kop, waardoor we uiteindelijk een redelijk pensioen hebben. De berekening van de kostendekkende premie hoort het uitgangspunt te zijn, niet bedenksels van politieke partijen. Gevaarlijk als dit anders wordt, ook omdat de beoogde voordelen niet even realistisch lijken te zijn”, legt PCOB-beleidsmedewerker Peter Kruitbosch uit.

Lagere belastinginkomsten
,,Een ander punt van zorg is dat door de pensioenopbouw te verlagen nu wel meer belastinggeld wordt verkregen, maar dat over pakweg tien tot twintig jaar de belastinginkomsten lager zullen zijn. Door een lager pensioen, de vergrijzing en hogere zorgkosten zal er tegen die tijd een aanzienlijk mindere opbrengst aan belastinggeld zijn en zal de overheid dus meer moeite hebben haar huishoudboekje op orde te houden zonder extra lasten voor de burgers. Hiermee wordt het voordeel van nu een probleem voor toekomstige generaties.”

Bezuiniging nadelig voor werkzoekende 50-plussers
De aanpassing van de pensioenopbouw is een bezuinigingsmaatregel van de regering. Peter Kruitbosch: ,,Om diezelfde reden hebben de partijen ook ingestemd met het voorstel van de regering om te schrappen op de bonus voor werkgevers om 50-plussers in dienst te nemen. De bonus is gewijzigd en geldt nu alleen nog tussen inkomensgrenzen voor mensen geboren in  1950 t/m 1953. En dat terwijl de positie van deze groep op de arbeidsmarkt al zo slecht is.” De ouderenorganisaties zetten zich middels arbeidsparticipatieprojecten ‘50+ werkt’ en ‘Maak werk van uzelf!’ al een aantal jaar actief in voor deze doelgroep en zal dit ook blijven doen.

Het akkoord roept over het algemeen veel vragen en zorgen op, met name vanwege de verminderde belastingopbrengst op lange termijn. De ouderenorganisaties zullen gezamenlijk verdere maatregelen volgen en de Kamer aanspreken op grote negatieve gevolgen voor ouderen en de samenleving.

Ouderenorganisaties bespreken garantie op zorg met Tweede Kamer

 

tweede kamer

Vanmiddag sprak CSO-beleidsmedewerker Sandrina Sangers namens de samenwerkende ouderenorganisaties in een rondetafelgesprek met de Vaste Kamercommissie van het ministerie van Volkshuisvesting, Welzijn en Sport (VWS) over het plan om persoonlijke verzorging en verpleging onder te brengen in de zorgverzekeringswet. Goed nieuws voor ouderen vindt de CSO.

Eerder was er sprake van dat gemeenten verantwoordelijk zouden worden voor de verzorging van mensen thuis, en dat alleen de verpleging vergoed zou worden door de zorgverzekeraars. Dat gebeurt gelukkig toch niet en daarmee wordt voorkomen dat mensen bij twee verschillende loketten moeten zijn om zorg thuis te regelen.

Goed nieuws
Dat  “lijfgebonden”  zorg een ‘verzekerd recht’ blijft door de Zorgverzekeringswet is goed nieuws voor de grote groep ouderen met lichamelijke aandoeningen die hiermee te maken heeft, omdat ze veel medische zorg en vaak ook verzorging nodig hebben. Voor ouderen met een zorg- en ondersteuningsbehoefte komt nu meer duidelijkheid. Ook zijn de samenwerkende ouderenorganisaties blij dat de wijkverpleegkundige een belangrijke rol gaat vervullen in de coördinatie van de zorg.

“ Maar, als het recht op zorg beter geborgd is,  wat zegt dat over de toegang? Wat te doen als aan het eind van het jaar het budget “op” is, zoals wij onlangs in de krant lazen toen bleek dat een zorgverzekeraar te weinig ziekenhuiszorg had ingekocht voor zijn verzekerden. “  was de vraag aan de Tweede Kamer en de zorgverzekeraars.

De samenwerkende ouderenorganisaties pleiten voor eigen regie van mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, samen met hun mantelzorgers en sociale netwerk. Uit de voorbeelden van het Nationaal Programma Ouderenzorg is gebleken dat ouderen prima kunnen aangeven wat zij wel en niet nodig hebben. Versterking van de eigen regie en aandacht voor de wensen van ouderen en hun omgeving moet dan ook aandacht krijgen in de hele transitie van de langdurige zorg. Individuele ondersteuning en oplossingen op maat zijn dan ook de parameters waarop de ouderenorganisaties zullen toetsen.

De vraag die Sandrina stelde aan de Tweede Kamer was: in de praktijk blijkt dat het zelf kunnen regelen en inkopen van zorg met een persoonlijk budget de eigen regie juist versterkt. Kunt u garanderen dat ook in de nieuwe situatie cliënten hun eigen zorgverleners kunnen blijven inhuren voor hun persoonlijke verzorging, zonder dat zorgverzekeraars daaraan allerlei eisen kunnen stellen? De huidige restitutiepolis biedt hiervoor te weinig garanties


Financiële gevolgen
De ouderenorganisaties maken zich nog wel zorgen over de effecten van deze wijziging op het inkomen. Omdat dit hoe dan ook gevolgen lijkt te hebben voor de premie van de zorgverzekering en de hoogte van het eigen risico.

De CSO is van mening dat verpleging en verzorging thuis vormen van noodzakelijke geïndiceerde zorg zijn. Er moet dan ook voorkomen worden dat mensen die deze vormen van zorg nodig hebben hiervan afzien omdat zij het eigen risico niet kunnen of willen betalen.

Ouderenorganisaties verdedigen koopkracht ouderen bij gesprek pensioenstelsel

koopkrachtpensioen

Een vertegenwoordiger van de in de CSO samenwerkende ouderenorganisaties Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM heeft op 25 november gesproken met Jesse Klaver, Tweede Kamerlid voor Groen Links.  Jesse Klaver is voor Groen Links woordvoerder op het pensioendossier. Daarnaast zit hij ook in de Vaste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

In het gesprek zijn zowel de toekomst van pensioenstelsel als de financiële positie van ouderen aan de orde geweest. De CSO heeft een toelichting gegeven op het standpunt van de  samenwerkende ouderenorganisaties over het toekomstig pensioenstelsel. Met Jesse Klaver is afgesproken om hier in een volgend gesprek op terug te komen.

Wat de financiële positie van ouderen betreft is de nadruk gelegd op de koopkrachtachteruitgang van ouderen met een laag aanvullend pensioen en hoge zorgkosten. Deze groep ouderen gaat er tot 6.1% op achteruit. Jesse Klaver heeft laten weten dat Groen Links vindt  de ouderen met een aanvullende pensioen tot 10.000 euro beschermd moeten worden. Om dit te realiseren zijn er bijdragen nodig van rijke ouderen. De CSO vindt dat niet alleen rijke ouderen maar ook rijke 65-minners hier aan moeten bijdragen. Jesse Klaver heeft gezegd dat hij graag in gesprek blijft met de samenwerkende ouderenorganisaties, ook over onderwerpen die te maken hebben met de financiële positie van ouderen.

Geen compensatie koopkrachtachteruitgang ouderen

portemonnee

Op 12 november jongstleden is de evaluatie van de Wet uniformering loonbegrip (wet ULB) in de Tweede Kamer besproken. De herzieningen in de belasting die deze wet veroorzaakte, zorgde ervoor dat het inkomen van veel ouderen achteruitging met tientallen euro’s per maand. De samenwerkende ouderenorganisatie NOOM, NVOG, Unie KBO en PCOB pleitten voor compensatie.

Tijdens de evaluatie van de wet ULB in de Tweede Kamer zijn er drie moties ingediend die moesten leiden tot compensatie voor de koopkrachtachteruitgang (oftewel: vermindering van inkomen) van ouderen in 2013. Helaas zijn deze moties vorige week dinsdag verworpen.

Dat betekent jammer genoeg via deze weg geen compensatie voor ouderen, maar de ouderenorganisaties hebben en houden dit thema hoog op de agenda in verschillende andere dossiers. Gezamenlijk behartigen de ouderenorganisaties de belangen van ouderen in Nederland.

Van Rijn: “De toekomst van morgen maak je met de ouderen van nu”

PCOB, werkbezoek staatsecretaris VWS 89

Staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) heeft tijdens zijn werkbezoek aan de samenwerkende ouderenorganisaties PCOB, Unie KBO, NVOG en NOOM gistermiddag laten weten niet om de ouderenorganisaties heen te kunnen en te willen.  ” Ik heb jullie nodig”, liet hij volmondig weten. De staatssecretaris kan niet om ouderenorganisaties heen als het gaat om de vormgeving van de participatiemaatschappij.

De ouderenorganisaties zijn bereid de staatssecretaris in zijn plannen voor de hervorming van de langdurige zorg steun te geven, maar zien ook een andere kant van de medaille.  “Door voortdurende bezuinigingen wordt er een zware claim gelegd op mantelzorgers en vrijwilligerswerk. Daar maken de organisaties zich ernstige zorgen over. Het is van belang dat de overheid zich bewust is van de gevolgen die alle maatregelen veroorzaken, zeker voor de meest kwetsbare groepen”, aldus Wim van Minnen, directeur van de CSO. “Er was duidelijk een luisterend oor bij de Staatssecretaris, die heeft toegezegd de ouderenorganisaties actief bij de uitwerking van zijn plannen te betrekken. En daar gaan wij hem zeker aan houden”, aldus Van Minnen.

“De samenleving van morgen maak je met de ouderen van vandaag”, zo besloot Van Rijn in zijn slotwoord.

 

Staatssecretaris Van Rijn op bezoek bij samenwerkende ouderenbonden

De staatssecretaris kan niet om ouderenorganisaties heen als het gaat om de vormgeving van de participatiemaatschappij. Met deze boodschap zal Martin van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) door de CSO, de samenwerkende ouderenorganisaties NOOM, NVOG, Unie KBO en PCOB, worden ontvangen voor een werkbezoek op dinsdag 5 november in Amsterdam.

PCOB, werkbezoek staatsecretaris VWS 89De ouderenorganisaties zijn bereid de staatssecretaris in zijn plannen voor de hervorming van de langdurige zorg steun te geven. “Wij delen de visie van Van Rijn dat je zelf doet wat je zelf kunt en zien dat de verzorgingsstaat het nemen van regie soms belemmert. Hierover zijn de lidorganisaties van de CSO al geruime tijd in gesprek met hun achterbannen”, zegt Wim van Minnen, directeur van de CSO. “Maar er is ook een andere kant van de medaille. Door voortdurende bezuinigingen wordt er een zware claim gelegd op mantelzorgers en vrijwilligerswerk. Daar maken de organisaties zich ernstige zorgen over. Het is van belang dat de overheid zich bewust is van de gevolgen die alle maatregelen veroorzaken, zeker voor de meest kwetsbare groepen”, aldus Van Minnen, directeur van de CSO.

Belangrijke rol
Op dit moment speelt het netwerk van meer dan tienduizend vrijwilligers een belangrijke rol in de maatschappij voor met name de kwetsbare ouderen. Vrijwillige Ouderenadvisering, de Belastingservice maar ook de lokale belangenbehartiging die met de komst van de nieuwe Wmo belangrijker is dan ooit. Wim van Minnen: “De CSO zal bij de staatssecretaris benadrukken dat dit netwerk een belangrijke rol speelt en kan blijven spelen bij de vormgeving van de participatiemaatschappij die hij voor ogen heeft.”

Tijdens een rondetafelgesprek, waarbij vertegenwoordigers van ouderenorganisaties in gesprek gaan met Van Rijn, zullen onderwerpen besproken worden waarover de CSO de afgelopen tijd haar mening, zorgen en voorstellen in ‘Den Haag’ kenbaar heeft gemaakt.

 

Ouderenorganisaties reageren op nieuwe wet langdurige zorg

De samenwerkende ouderenorganisaties hebben een reactie gestuurd naar het ministerie van VWS, naar aanleiding van de consultatie van de nieuwe Wet Langdurige Intensieve Zorg (LIZ), die vanaf 2015 de AWBZ voor mensen die een zorgzwaartepakket indicatie hebben, gaat vervangen.

In de brief maken zij kenbaar grote risico’s te zien voor mensen die gebruik (gaan) maken van de LIZ. Ze vinden dat de Wet op een aantal punten moet worden aangepast. Ook wijzen zij erop dat het traject om de langdurige zorg te hervormen, waar de nieuwe wet deel van uitmaakt, een onrealistische planning heeft. Men wil te veel en men wil het te snel, oordelen de belangenorganisaties.

Gebrek aan aansluiting
Eén van de zorgen die de organisaties voorzien, is de gebrekkige aansluiting tussen de LIZ en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). In het voorstel dat VWS nu doet, wordt gesteld dat wie gebruik maakt van de WMO geen gebruik kan maken van de LIZ en andersom. Dat kan een probleem zijn voor bijvoorbeeld een oudere die nog zelfstandig kan wonen, mits hij een passende woonruimte heeft en er zorg dichtbij is.

Maar als gemeente die passende woning niet beschikbaar heeft, of de zorg dichtbij niet kan realiseren kan de oudere niet zelfstandig wonen. Tevens heeft hij geen toegang meer tot de LIZ vanwege de criteria die voor hem zijn gesteld: thuis wonen is mogelijk in een passend huis en zorg in de buurt.

Dat geldt ook voor jongeren die juist graag zelfstandig willen wonen, maar voor wie geen geschikte (sociale) woning voorhanden is. Of voor iemand met een persoonsgebonden budget (pgb) die een indicatie heeft voor de LIZ, maar ervoor kiest om met zijn pgb en woningaanpassingen thuis te blijven wonen. Hij kan dan geen beroep doen op de WMO voor een woningaanpassing en kan dus niet meer thuis blijven wonen.

Geen toegang
Ook vinden de belangenorganisaties het essentieel dat cliënten onafhankelijke ondersteuning kunnen krijgen bij het stellen van de indicatie. Mensen die vragen of klachten hebben over de indicatie moeten terecht kunnen bij één loket. Ook moet er de mogelijkheid zijn voor bezwaar en beroep.

Verder vinden de organisaties het niet juist dat mensen met GGZ-problematiek niet onder de LIZ komen te vallen. De LIZ geeft ook geen toegang voor jongvolwassenen vanaf 18 jaar met een lichte verstandelijke beperking omdat zij geen levenslange behoefte aan zorg zouden hebben. Maar dat is een misvatting. Net als bij de GGZ zijn er mensen die licht verstandelijk gehandicapt zijn, en die te maken hebben met een blijvende behoefte aan zorg die overeen komt met de intensiteit aan zorg die anderen wel toegang geven tot de LIZ.

Zorgzwaarteklassen
Het zorgkantoor bepaalt straks de zorgzwaarte terwijl het CIZ alleen nog bepaalt of iemand wel of geen toegang heeft tot de zorg. Tot slot staan de cliëntenorganisaties stil bij de keuze om in plaats van Zorg Zwaartepakketten (ZZP’s) over te gaan op de indeling van drie zorgzwaarte klassen: licht, middel en zwaar. Maar veel is nog onduidelijk.

Bijvoorbeeld hoe dit gaat werken voor mensen met verschillende beperkingen, zoals een combinatie van een verstandelijke en een zintuiglijke beperking. Komen er zwaarteklassen per categorie? Of kunnen de beperkingen optellen en leiden tot een zwaardere categorie? En wie bepaalt wie waarvoor in aanmerking komt?

De toewijzing moet gebeuren op basis van het Zorgleefplan, dat de zorgaanbieder opstelt samen met de patiënt. Hierin zullen ze de zorg zo ruim mogelijk bemeten zodat de patiënt voldoende zorg krijgt. Maar het zorgkantoor moet er een budget aan koppelen. En het zorgkantoor is erbij gebaat dat dat zo laag mogelijk is, omdat anders het regiobudget te snel op is.

Dat lost het probleem niet op dat er nu ook al bestaat: dat er zo veel indicaties worden afgegeven dat dit niet past in het regiobudget. Er moet juist een oplossing komen die waarborgt dat de benodigde zorg in elk geval betaalbaar is, vinden belangenorganisaties NPCF, Per Saldo, Platform GGZ, CSO, Platform VG en de CG-raad.

Lees hier de reactie van de ouderenorganisaties op de Wlz. 

Nieuwe voorstellen voor aanpassing van het pensioenstelsel een verbetering

Vandaag werden door de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Mevrouw Jetta Klijnsma definitieve voorstellen gedaan voor versterking van het Nederlandse pensioenstelsel. De staatssecretaris heeft in deze voorstellen de  reacties verwerkt die binnenkwamen tijdens de internetconsultatie.

Gepensioneerdenverenigingen en ouderenorganisaties kunnen zich grotendeels verenigen met deze voorstellen. In een gezamenlijke brief van 13 september 2013 van de Stichting van de Arbeid, De jongerenbonden van FNV en CNV, vertegenwoordigende organisaties van ouderen en gepensioneerden en de Pensioenfederatie werd  aangedrongen op een besluit, waarin zoveel mogelijk dezelfde spelregels voor pensioencontracten zouden gelden. Het nieuwe contract zou meer duidelijkheid moeten scheppen over jaarlijkse indexatie en het risico op kortingen. Grote schommelingen in uitkeringen en premies zijn volgens partijen niet houdbaar. Daarom is meer stabiliteit gewenst. Fondsen moeten in staat worden gesteld een beleggingsbeleid te voeren dat past bij de pensioenambitie. Het vermijden van schokken en het spreiden van aanpassingen zijn in het belang van een goed pensioenstelsel.

Tegemoetkoming voorstellen
De staatssecretaris komt in grote mate tegemoet aan deze voorstellen. De komende maanden zullen nog veel details moeten worden uitgewerkt, maar de grote lijn is acceptabel en vormt een goed uitgangspunt voor verder overleg. Deze voorstellen bezorgen oud en jong ook de nodige rust. Het pensioenstelsel behoeft aanpassing, maar een volledig nieuw stelsel met alle problemen van dien is niet nodig. De samenwerkende ouderenorganisaties en de verenigingen van gepensioneerden zullen de komende maanden constructief meewerken aan de uitwerking.

CSO en Groen Links in gesprek over zorg

P1000293

In de komende week bij de algemene beschouwingen zal het niet alleen gaan over koopkracht, maar vooral ook over hervormingen in de zorg. In dit kader vond op maandag 23 september in de Tweede Kamer een gesprek plaats tussen de Samenwerkende Ouderenorganisaties en Linda Voortman, kamerlid Zorg van Groen Links.

Met het oog op de komende weken is dit het moment voor de samenwerkende ouderenorganisaties Unie KBO, PCOB, NOOm en NVOG om met het wensenlijstje naar Den Haag af te reizen.

Het gesprek met Linda Voortman ging inhoudelijk vooral over de hervormingen in de ouderenzorg. De CSO en Groen Links vinden elkaar met betrekking tot belang van onafhankelijke cliëntondersteuning en de rol van de vrijwillige ouderenadviseur hierin.

Eerder diende Groen Links al een motie in over onafhankelijke cliëntondersteuning. Dit naar aanleiding van de CSO-bijdrage tijdens de hoorzitting over langdurige zorg. Deze motie is aangenomen. Linda Voortman is voorvechtster van het Persoonsgebonden Budget.

Bijdrage ouderenorganisaties internetconsultatie pensioenen

Op 12 juli stemde het kabinet in met nieuwe pensioenregels, die vanaf 2015 moeten gaan gelden. De nieuwe pensioenregels zijn de afgelopen maanden bij verschillende organisaties uit ‘de de pensioenwereld’ voor consultatie geweest. De samenwerkende ouderenorganisaties hebben samen met de KNVG en de ANBO inbreng geleverd in deze discussie. 

Afgelopen donderdag, 5 september, complimenteerde staatssecretaris Klijnsma de ouderenorganisaties voor het feit dat zij gezamenlijk gekomen zijn tot een eensluidende reactie op de internetconsultatie over het nieuwe pensioensysteem. Des te serieuzer zou ze onze inbreng wegen, waarbij het belangrijkste is het pleidooi voor één pensioenovereenkomst met daarbinnen keuzevrijheid in type regeling, mate van risicohouding en indexatiedoelstelling. Eigenlijk zoals dat nu ook min of meer het geval is. Maar dan wel met voorkoming van (grote)  financiële schokken en met meer stabiliteit.

Te geforceerd
De ouderenorganisaties zijn erin geslaagd om samen te komen tot een reactie op hoofdlijnen. Zij zien de door de staatssecretaris voorgestelde keuze uit twee varianten als ‘te geforceerd’. Die keuzemogelijkheid uit een op zekerheid gebaseerd nominaal contract (grote buffers nodig) en een op indexatieambitie gericht contract (met ook risico’s van korting) kan leiden tot een ongewenste tweedeling in pensioenland. De ouderenorganisaties achten één contract met keuzemogelijkheden, afhankelijk van de situatie van het pensioenfonds, een prima insteek als daarbij de mogelijke financiële negatieve en positieve schokken worden uitgesmeerd over tien jaren. Het systeem zal daardoor vormen van zekerheid bieden en in ieder geval stabieler zijn, dan nu het geval is. Bij de discussie in de pensioenfondsen over de verschillende keuzemogelijkheden dienen vertegenwoordigers van pensioengerechtigden een volwaardige plaats te hebben. De keuzevrijheid betekent wel, dat er op centraal niveau normen, kaders en beoordelingscriteria moeten worden aangegeven waarbinnen wordt besloten en gehandeld.

Gedeelde opvattingen
De opvattingen van de ouderenorganisaties worden inmiddels gedeeld door de STAR (Stichting van de Arbeid) en de Pensioenfederatie (de koepel van pensioenfondsen), waardoor de kans des te groter is dat de overheid de aanbevelingen zal overnemen. Bij de technische uitwerking zullen er nog hobbels zijn, maar de ambtenaren die het wetsontwerp voorbereiden hebben er vertrouwen in dat die hobbels kunnen worden genomen. Belangrijk is, dat de staatssecretaris heeft toegezegd, dat de ouderenorganisaties bij die uitwerking zullen worden betrokken.

Suggesties
De ouderenorganisaties hebben verschillende suggesties gedaan voor de verdere uitwerking. De risicovrije rente, die nu een grote(op dit moment negatieve) invloed heeft op de dekkingsgraad, zou vervangen moeten worden door een zogenoemd ‘mandje van obligaties’, door de Nederlandse Bank (DNB) samen te stellen. Verder pleiten de ouderenorganisaties voor een kostendekkende premie die aangehouden wordt voor een bepaalde periode. Als de premie na afloop van die periode niet meer kostendekkend is zullen de sociale partners de premie moeten aanpassen of anders de aanspraken zodanig moeten veranderen dat de premie weer kostendekkend is. Een premiekorting bij een positieve financiële ontwikkeling is ongewenst.   Er zal op zijn minst eerst moeten worden gezorgd voor het inlopen van niet verstrekte indexaties en toegepaste kortingen.

Geen onderscheid
De ouderenorganisaties accepteren overigens, dat beneden een indexatiegraad van 105% geen indexatie kan worden toegestaan. Daarbij geldt het belangrijke uitgangspunt: gelijke monniken gelijke kappen.  Dat betekent dat een onderscheid tussen verschillende deelnemersgroepen bij het toekennen van indexatie moet worden verboden, tenzij voor het onderscheid is betaald.

De staatssecretaris concludeerde dat het haar heel wat waard is als er een pensioenovereenkomst kan komen met een groot draagvlak en, vooral, met een invulling die aan deelnemers uit te leggen is. In de hoop dat daardoor het vertrouwen in ons nog altijd goede pensioenstelsel vergroot wordt en dat de spanningen tussen de generaties zullen verdwijnen. De ouderenorganisaties hebben deze conclusie van harte onderstreept, al was het alleen maar omdat ouderen per definitie het goede willen voor hun kinderen en kleinkinderen. Daarom steunen zij ook de opvatting dat de verlaging van het van de belasting aftrekbare opbouwpercentage per jaar (tot 1,85%, nu 2,25%) slecht is voor de komende generaties.

Download hier de bijdrage van de ouderenorganisaties aan de internetconsultatie rond pensioenen.

CSO gevraagd om reactie op nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo)

Wmo

Vlak voor de zomer nodigde het Ministerie van VWS de ouderenorganisaties, verenigd in de CSO, uit voor een reactie op de nieuwe Wmo. Deze wet wordt veranderd omdat het Kabinet de hele organisatie van zorg en welzijn op de schop neemt. Veel onderdelen van de langdurige zorg worden in 2015 een taak van gemeenten. Zij zijn nu al verantwoordelijk voor de ondersteuning van hun burgers en krijgen er nog meer taken bij. Maar burgers krijgen ook meer eigen verantwoordelijkheid om eerst zelf in hun eigen omgeving hulp te vragen.

De ouderenorganisaties zijn het eens met deze visie, maar maken zich wel zorgen over de manier waarop gemeenten straks de vrijheid krijgen om met ouderen aan de keukentafel tot maatwerkoplossingen te komen. Zolang de noodzakelijke hulp geboden wordt, is er niks aan de hand. Maar wat als straks de gemeente geen geld meer heeft om aan alle vragen te voldoen? Wie bepaalt dan of de burger voldoende hulp krijgt als het eigen netwerk het niet kan of wil leveren. Dan toch noodgedwongen de buurman vragen om je uit bed te helpen?

Onze aandachtspunten op een rijtje

  • Pas het compensatiebeginsel toe.
  • Toets de wet aan de uitgangspunten van het VN-Verdrag inzake de rechten van mensen met een handicap.
  • Geef de burger een goede positie in het gesprek met de gemeente en in de toegang tot voorzieningen.
  • Laat het persoonsgebonden budget een volwaardig alternatief zijn voor zorg in natura binnen de verschillende stelsels, waaronder de Wmo.
  • Maak geen strikte afbakening van de AWBZ en de Wmo, dit heeft negatieve effecten voor de keuzevrijheid en participatiemogelijkheden van burgers.
  • Zorg voor een eenvoudig systeem voor eigen bijdragen over de stelsels heen, en een gerichte inkomensmaatwerkregeling.
  • Verlies de samenhang met andere wetten niet uit het oog. Hiermee wordt onder andere gedoeld op de wet  langdurige zorg.

De ouderenorganisaties volgen de ontwikkelingen op de voet en zitten aan tafel bij alle verantwoordelijke organisaties.

Wet Versterking Pensioenfondsbestuur een feit

Dinsdag 9 juli heeft de Eerste Kamer ingestemd met de ‘Wet versterking pensioenfondsbestuur’. De al eerder aangenomen ‘Wet Koser Kaya Blok’, waarin al geregeld was dat de gepensioneerden een zetel zouden krijgen in het bestuur, zou daarin worden opgenomen. Dat is ook gebeurd, maar op twee essentiële punten is ervan afgeweken. Er is in de nieuwe wet een maximum (25%) gesteld aan het percentage vertegenwoordiging namens de gepensioneerden, terwijl dat voor de werkgevers en de werknemers niet geldt!

PensioenfondsbestuurDaarnaast heeft de ledenraad geen mogelijkheid om naar de Ondernemingskamer te stappen als leden van de raad bezwaar willen aantekenen tegen de gang van zaken. Voor de organisaties van gepensioneerden is dat een grote teleurstelling. Het zegt ook iets over de vraag hoe serieus politici de ouderen nemen.

Positief is dat het nu definitief geregeld is: de gepensioneerden krijgen een plek in het bestuur, hoeveel tijd de organisatie ervan ook zal kosten. Bovendien is het goed dat er duidelijke kwaliteitseisen worden gesteld aan de leden van het pensioenfondsbestuur en dat het interne toezicht is verbeterd. Het fonds kan kiezen uit drie bestuursmodellen, maar in alle drie zijn de partijen die risico’s dragen vertegenwoordigd: werkgevers, werknemers en gepensioneerden.

De wet is een feit. In CSO-verband zullen de ouderenorganisaties daarom na de zomervakantie een voorlichtingsbijeenkomst voor leden organiseren. Daarin krijgen zij informatie over de inhoud van de wet en de consequenties ervan en over ‘hoe te handelen in de richting van het eigen pensioenfonds’. Met de voorbereidingen is een aantal mensen al druk bezig.

Het heeft ook wel enige haast, want het is nu zaak dat we er bovenop gaan zitten. We zullen ons onder meer bezig moeten gaan houden met indringende vragen als: ‘Hoe zullen de bestuurders namens de gepensioneerden worden gekozen/aangesteld? En door wie?’ Verder is het goed om tijdig in te spelen op de rol van de onafhankelijk georganiseerde gepensioneerden in de discussie in het eigen pensioenfonds over de komende voorstellen van de overheid. Onze inbreng is nog nooit zo belangrijk geweest!

Vraag van ouderen niet het onmogelijke

130611 Aanbieding Stop de stapeling - Jaco Klamer (7)

“Vraag van ouderen niet het onmogelijke”, is het appel van PCOB-bestuurslid Geeske Telgen aan de verzamelde politici in de hal van het Tweede Kamergebouw. Onder het motto ‘Stop de stapeling’  overhandigt zij vandaag namens de samenwerkende ouderenorganisaties PCOB, Unie KBO, NVOG en NOOM duizenden handtekeningen aan Brigitte van der Burg, voorzitter van de Vaste Kamercommissie voor Sociaal-Economische Zaken (SEZ).

Maatregel na maatregel van kabinet Rutte II stapelt zich op en pakt voor ouderen negatief uit. Soms zijn de maatregelen specifiek gericht op ouderen, dan weer lijken ze algemener, maar steeds hebben ze een enorme uitwerking, met name bij ouderen. “Een regelrechte en onterechte aanslag op ons inkomen”, zo stellen ouderen uit de achterbannen van de NOOM, NVOG, Unie KBO en PCOB.

Zwartboek
De afgelopen maanden regende het bij de ouderenorganisaties reacties op de kabinetsmaatregelen. Veel ouderen maken zich zorgen over de maatregelen die genomen zijn, of hen boven het hoofd hangen. Juist het beeld dat door sommige politici wordt geschetst van de rijke oudere die best iets in kan leveren om de crisis te bestrijden, stuit veel mensen tegen de borst.

De ouderenorganisaties laten het er niet bij zitten en brengen ruim 15.000 handtekeningen én een petitie met de zorgen van ouderen, onder de noemer ‘Stop de stapeling’, naar Den Haag. Nu is de tijd dat men binnen het kabinet de begroting aan het maken is voor 2014. Dat is het uitgelezen moment voor het aandacht vragen voor de situatie van de ouderen.

De samenwerkende ouderenorganisaties vragen van de politici twee dingen:

  • Kijk goed naar de maatregelen die genomen zijn / genomen gaan worden en weeg zwaar mee dat sommige maatregelen zich opstapelen bij ouderen
  • Wees voorzichtig met het schetsen van het beeld van de ‘rijke oudere’. Lang niet alle ouderen passen daarin

Staatssecretaris Van Rijn (VWS) zoekt samenwerking ouderenorganisaties voor hervorming zorg

Ouderenorganisaties PCOB, Unie KBO, NVOG en NOOM trekken samen op met staatssecretaris Martin van Rijn van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bij de hervorming van de langdurige zorg. Dat is het resultaat van het gesprek tussen de samenwerkende ouderenorganisaties en de staatssecretaris op donderdag 6 juni.

Op uitnodiging van Van Rijn brachten vertegenwoordigers van ouderenorganisaties PCOB, Unie KBO, NVOG en NOOM – verenigd in koepel CSO – gister opnieuw een bezoek aan de staatssecretaris. De uitnodiging kwam voort uit een eerdere ontmoeting in Den Haag, ter voorbereiding van de intussen veelbesproken brief van Van Rijn over de hervorming van de langdurige zorg. De Staatssecretaris wil graag samen optrekken met de ouderenorganisaties bij de verdere ontwikkeling en implementatie daarvan.

Ouderenorganisaties: Van Rijn neemt geen verantwoordelijkheid

mantelzorg

De Centrale van Samenwerkende ouderenorganisaties (CSO) stelt dat staatssecretaris Martin van Rijn van VWS zijn verantwoordelijkheid moet nemen voor de eigen verantwoordelijkheid en regie die hij voorstaat bij de hervormingen van de langdurige zorg. “Hij moet werk maken van zijn eigen uitgangspunten door ouderen zodanig te ondersteunen, dat ze hun verantwoordelijkheid ook kúnnen nemen”, zegt CSO-directeur Wim van Minnen. Ruim hinderpalen uit de weg, is het appèl van de koepel van ouderenorganisaties waarin de Unie KBO, PCOB, NOOM en NVOG samenwerken.

Het kabinet lanceerde via een brief van staatssecretaris Van Rijn onlangs hervormingen van het stelsel van langdurige zorg. De CSO herkent zich in de visie en de uitgangspunten van de brief van de staatssecretaris. CSO-directeur Wim van Minnen: “Er wordt sterk de nadruk gelegd op ‘eigen regie’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’. Eigen regie en zeggenschap zijn thema’s waaraan ouderen goede zorg voor ouderen aan afmeten. Ouderen houden graag zelf de touwtjes in handen. Op dat punt is er naar de ouderenorganisaties geluisterd.” Tegelijkertijd komt het aan op de concrete uitwerking van deze uitgangspunten door de overheid. Van Minnen: “Daar zien wij beren op de weg. Je kunt geen maatregelen nemen als er geen voorzieningen zijn getroffen. Als je wilt dat een oudere minder snel een beroep doet op de georganiseerde zorg, langer thuis blijft wonen en eerst ondersteuning zoekt in zijn eigen sociale netwerk, moet je niet de AOW gaan korten als mantelzorgers intrekken bij de oudere voor wie ze zorgen. Dat staat haaks op de uitgangspunten van ‘eigen regie’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’. Het kabinet moet deze hinderpaal voor de uitvoering van het beleid wegnemen.”

Ouderenhuisvesting
Het ontbreekt volgens de samenwerkende ouderenorganisaties aan uitgewerkte randvoorwaarden. Van Minnen vervolgt: “Ook liggen er belangrijke dwarsverbanden met andere beleidsterreinen. Neem nu het actieplan ouderenhuisvesting waar minister Blok binnenkort mee komt. Een goede toegankelijkheid van op maat gesneden woningen voor ouderen, stelt mensen in staat hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. Het is bekend dat er daarvan elk jaar 40.000 nodig zijn. In een kabinetsvisie had daaraan aandacht besteed moeten zijn.”

Hoorzitting
Vrijdag 17 mei organiseert de Tweede Kamer een hoorzitting over de hervormingen in het stelsel van langdurige zorg. De CSO, waarin de ouderenorganisaties NOOM, NVOG, PCOB en Unie KBO samenwerken, is een van de organisaties die is uitgenodigd voor deze hoorzitting.

De samenwerkende ouderenbonden hebben begin deze week al een brief gestuurd naar de Vaste Kamercommissie van VWS, in antwoord op de brief van Van Rijn. Daarin zetten zij uitvoering uiteen dat ‘eigen regie’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’ twee kanten zijn van dezelfde medaille. De CSO onderschrijft en stimuleert het recht van elke oudere om regie te nemen en te houden over zijn leven. De andere kant van medaille is de plicht de verantwoordelijkheid te nemen voor de keuzes die het nemen van eigen regie met zich meebrengt.

Taskforce verzilveren: Ouderen steenrijk, maar geldarm

Hoe kun je de overwaarde van je eigen huis te gelde maken als je inkomen of pensioen ontoereikend is? Het is voor veel ouderen een actuele vraag, nu vaak hun vermogen (grotendeels) ‘versteend’ is. De Taskforce Verzilveren zocht naar mogelijke oplossingen en bood hierover op 14 mei een rapport aan minister Stef Blok van Wonen aan. Ook de ouderenorganisaties dachten mee in de Taskforce.

Taskforce Verzilveren

De Taskforce ziet onder andere kansen in varianten van de omkeerhypotheek en in mogelijkheden om het pensioen voor grotere uitgaven te kunnen besteden. Bovenal moeten publieke en private partijen hiervoor de handen ineen slaan en met duidelijke, betrouwbare producten komen. De reactie van minister Blok is vooralsnog afwachtend.

PCOB-bestuurslid Geeske Telgen was namens de samenwerkende ouderenorganisaties CSO aanwezig bij de presentatie van het rapport. Zij is positief over de inspanningen van de commissie: “Betere mogelijkheden om de overwaarde op het eigen huis te benutten, kunnen ouderen helpen zo lang mogelijk de regie over hun leven te houden.”

Veel geld van ouderen zit in hun huis, zeker nu volledig aflossen fiscaal de norm is. Ze kunnen niet of nauwelijks bij hun vermogen wanneer ze het nodig hebben, bijvoorbeeld om hun woning aan te passen aan hun levensfase, of extra zorg aan huis te regelen. Veel 65-plussers hebben een kleine buffer aan beschikbaar eigen geld en/of hebben een laag inkomen. Een ruimer aanbod van verzilvermogelijkheden is dus zeer gewenst.

Animo
De Taskforce Verzilveren is een maatschappelijk initiatief waaraan organisaties, onder andere de koepel van ouderenorganisaties CSO, deskundigen en wetenschappers deelnemen. Omdat de politiek en de financiële wereld in Nederland nog weinig animo hebben voor verzilvermogelijkheden, onderzocht de Taskforce voorbeelden in de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk waar die wel worden aangeboden en benut. In de meeste gevallen gebeurt dit via een omkeerhypotheek of verkoop-en-terughuur-constructies. De huiseigenaar krijgt dan een bedrag ineens en kan ermee de toekomstige rente of huur financieren. In Nederland lijken dit soort initiatieven maar niet van de grond te komen.

Hoewel de Taskforce in haar rapport ook andere mogelijkheden schetst, zoals verhuizen naar een huurwoning, en het nemen van een (extra) hypotheek, zet ze vooral in op varianten van de omkeerhypotheek, bijvoorbeeld in de vorm van een zorghypotheek, of een beperkt hypothecair krediet. Bovendien ziet ze mogelijkheden voor pensioenfondsen om verzilverproducten aan te bieden.

De Taskforce concludeert dat het ontwikkelen van verzilverproducten vooral gebaat is bij vertrouwen. Er zullen duidelijke, aantrekkelijke producten moeten worden geboden, niet in het minst omdat er in het verleden al het nodige is misgegaan met financiële producten.

Minister Blok liet via de Volkskrant (15-05) weten best mee te willen werken aan een nieuwe regelgeving, maar dat de overheid geen garanties wil geven op dit soort producten. De risico’s voor de overheid mogen niet toenemen. Voorzitter van de Taskforce Paul Tang reageert door er nogmaals op te wijzen dat de overheid zorgkosten bespaart als ouderen langer zelfstandig blijven wonen en dus ook baat heeft bij verzilvermogelijkheden.

Download hier het rapport: Eigen haard is zilver waard

Ouderenorganisaties reageren op brief langdurige zorg

Eind april stuurde staatssecretaris Van Rijn een brief naar de Tweede Kamer over de hervorming van de langdurige zorg. Ouderenorganisaties NOOM, NVOG, PCOB en Unie KBO, stuurden de staatssecretaris een reactie op deze brief. Al eerder reageerden de ouderenorganisaties kort op de brief van Van Rijn.

langdurige zorg

In de reactie zeggen de samenwerkende ouderenorganisaties CSO zich te herkennen in de visie en de uitgangspunten van de brief van de staatssecretaris. Er wordt sterk de nadruk gelegd op ‘eigen regie’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’.

Eigen regie en eigen verantwoordelijkheid zijn twee zijden van dezelfde medaille. De CSO onderschrijft en stimuleert het recht van elke oudere om regie te nemen en te houden over zijn leven. De andere kant van deze medaille is de plicht tot het nemen van verantwoordelijkheid, die de keuzes die voortkomen uit het nemen van eigen regie met zich meebrengt.

Er is wel concretisering nodig. Het ontbreekt in veel gevallen aan randvoorwaarden. Ook deelt de CSO de mening van de staatssecretaris dat zorgvuldigheid voorop moet staan. De CSO ziet een belangrijke rol voor ouderenorganisaties in het bereiken en betrekken van ouderen.

Puntsgewijs gaat de CSO in op de bijlage bij de brief van de staatssecretaris, waarin de staatssecretaris de kabinetsvoornemens nader heeft uitgewerkt.

Achtereenvolgens reageert de CSO op:
1. De noodzaak tot hervormen
2. De visie op de langdurige ondersteuning en zorg
3. Participatie in eigen omgeving
4. Samenhangende zorg in de zorgverzekeringswet
5. Recht op zorg voor de kwetsbare mensen via de kern-AWBZ
6. Flankerend beleid
7. Financiële compensatie
8. Informatievoorziening

Lees hier de brief van de CSO aan staatssecretaris Van Rijn.

Hervorming langdurige zorg blijft bij schuiven en schaven

De CSO is teleurgesteld over de brief van staatssecretaris Martin Van Rijn (VWS) over de hervorming van de langdurige zorg.  Volgens de samenwerkende ouderenorganisaties PCOB, Unie KBO,  NVOG en NOOM is het niet veel meer dan schuiven en schaven. “Een gemiste kans”, volgens CSO-directeur Wim van Minnen.

Martin van Rijn

De regering benoemt in haar brief drie motieven om het stelsel van langdurige zorg te hervormen: het verbeteren van de kwaliteit van ondersteuning en zorg, het vergroten van de betrokkenheid in de samenleving en de financiële houdbaarheid van de langdurige zorg en ondersteuning. “Het lijkt mooi dat de visie het vertrekpunt is in plaats van de financiële haalbaarheid, maar goed lezen leert dat er vooral met de kaasschaaf is gewerkt en is geschoven van de ene

financieringsstroom naar de andere” , stelt CSO-directeur Wim van Minnen. “Als je spreekt over hervorming van langdurige zorg dan veronderstelt dat meer dan het schuiven en schaven dan we nu zien.”

Eigen regie en verantwoordelijkheid
De CSO herkent zich in de uitgangspunten, waarbij sterk de nadruk wordt gelegd op eigen regie en verantwoordelijkheid. “Er is wel concretisering nodig. Het ontbreekt in veel gevallen aan uitgewerkte randvoorwaarden.” De brief gaat bijvoorbeeld in op extramuraliseren van ZZP 3 en een deel van ZZP 4, zonder dat concreet is uitgewerkt wat dit betekent. En bovendien is de Staatssecretaris nog in gesprek over de effecten  van het scheiden van wonen en zorg. “Je kunt niet stellen dat mensen geen verblijfsindicatie meer krijgen, terwijl de effecten nog niet zijn uitgewerkt.”

Mens centraal
Positief vindt de CSO dat de staatssecretaris stelt dat er meer gekeken moet worden naar de persoon als geheel en niet alleen naar diens aandoening of indicatie. “Wij delen de mening dat in de huidige zorg nog te vaak wordt gehandeld uit een medisch perspectief met minder aandacht voor problemen achter of naast de zorgvraag. Terecht benoemt de staatssecretaris het effect daarvan is dat de mens wordt ‘opgeknipt’  in domeinen en als geheel met zijn wensen en doelen uit beeld dreigt te raken.” Verder deelt de CSO de mening van de Staatssecretaris dat zorgvuldigheid bij de uitvoering van deze hervorming voorop moet staan. “Wij zien een belangrijke rol voor ouderenorganisaties in het bereiken en betrekken van ouderen.”

CSO: Zorgakkoord biedt beter perspectief voor ouderenzorg en thuiszorg

VWS honoreert onderdelen uit alternatief plan ouderenorganisaties

VWS heeft vandaag een zorgakoord gesloten met de brancheorganisaties in de zorg, ActiZ, VGN, NVZ, NFU en GGZ en een groot deel van de vakbonden. Hierin zijn belangrijke afspraken gemaakt over de hervormingen in de zorg die een beter perspectief bieden dan het regeerakkoord.

ZorgakkoordDe samenwerkende ouderenorganisaties zijn blij dat mensen met een zwaardere zorgvraag de mogelijkheid houden om desgewenst zorg in een verpleeg- of verzorgingshuis te krijgen. Mensen die niet thuis kunnen of willen blijven wonen, houden een indicatie voor zorg en verblijf in een verpleeghuis. Mensen die wel thuis kunnen of willen blijven wonen, behouden een recht op een integraal pakket van verpleging, persoonlijke verzorging en begeleiding.

Eigen regie
Het kunnen nemen van eigen regie en eigen verantwoordelijkheid nemen is uitgangspunt voor verandering en vernieuwing in de zorg. Belangrijk hierbij is de persoonsvolgende financiering zoals onder meer de CSO dit begin dit jaar samen met andere cliënten- en patiëntenorganisaties heeft verwoord in een alternatief plan voor het Regeerakkoord. “We zijn blij dat dit punt is gehonoreerd”, aldus CSO-directeur Wim van Minnen. “Verder wachten wij vol spanning op de brief van staatssecretaris Van Rijn, die we volgens onze eigen uitgangspunten zullen beoordelen.” Zo snel mogelijk komt de CSO met een inhoudelijke reactie op de verwachte brief van Van Rijn.

Bij overbruggingsregeling past alleen 100% compensatie

Jetta_Klijnsma

In het Regeerakkoord is afgesproken dat voor mensen met een laag inkomen, die deelnemen aan een VUT- of prepensioenregeling en die zich niet op de leeftijdsverhoging AOW hebben kunnen voorbereiden, een overbruggingsregeling AOW-verhoging wordt ingevoerd.

De ouderenorganisaties vonden de overbruggingsregeling sowieso te mager. Mensen kregen de mogelijkheid hun pensioen wat ´naar voren´ te halen. Maar dat is een sigaar uit eigen doos: door het pensioen ter overbrugging naar voren te halen, wordt de pensioenuitkering later lager.

In het onlangs gesloten Sociaal akkoord is afgesproken om de overbruggingsregeling uit te breiden. Het  kabinet wil nu het bereik van de overbruggingsregeling uitbreiden tot deelnemers met een inkomen tot 200% van het wettelijk minimumloon (bij echtparen geldt 300%).

De ouderenorganisaties vinden deze uitbreiding nog steeds te mager. Mensen die toetraden tot een VUT, Prepensioen of FLO-regeling, deden dat met bepaalde verwachtingen. Hier hoort maar één maatregel bij van de zijde van het kabinet: volledige compensatie. Dat is een kwestie van principes.

Wij blijven als ouderenorganisaties aan de bel trekken bij minister en staatssecretaris om deze volledige compensatie voor elkaar te krijgen. Dat is in het belang van alle ouderen van Nederland.

Lees hier de informatie die staatssecretaris Klijnsma naar de Tweede Kamer stuurde.

Ouderenorganisaties en VNG zoeken elkaar op

Een belangrijke politieke trend van dit moment is het overdragen van taken van de landelijke overheid, naar de gemeenten. Zo is enkele jaren geleden de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ontstaan. De komende periode zullen opnieuw vanuit de AWBZ steeds meer taken naar gemeenten gaan. De hoogste tijd voor de VNG om de CSO, de koepel van ouderenorganisaties PCOB, Unie KBO, NVOG en NOOM weer eens uit te nodigen. Eind vorige week gingen beide organisaties met elkaar in gesprek.

logoDe VNG en de ouderenorganisaties zijn het erover eens dat de overheveling van taken richting gemeenten nooit per 1 januari 2014 kan plaatsvinden. De brief van VWS over de toekomst van de langdurende zorg is op 22 april nog niet beschikbaar. Politieke besluitvorming zal dus op zijn snelst deze zomer plaatsvinden. Zowel de gemeenten als de cliëntenorganisaties hebben dan te weinig tijd voor zo’n wezenlijke verandering.

Verder is afgesproken dat de ouderenorganisaties een rol gaan vervullen bij het opstellen van de door de VNG op te stellen nieuwe modelverordening voor de Wmo. Zo’n modelverordening geeft de kaders aan waarbinnen gemeenten hun eigen beleid kunnen maken, dat past bij de lokale situatie. Een belangrijk document dus.

De VNG is het grotendeels eens met de twaalf criteria die de ouderenorganisaties als voorwaarde hebben gesteld voor een goed verloop van de overheveling van zaken uit de AWBZ naar de WMO.

Al met al staan er dus enorme veranderingen op stapel in de zorg en ondersteuning van ouderen. De gemeente krijgt daarover veel meer te zeggen. Ook dat wat vanuit de AWBZ betaald blijft worden, verandert. Denk aan het “scheiden van de financiering van wonen en zorg”. Het beroep dat op mensen zelf gedaan zal worden, op hun portemonnee, op hun sociale netwerk, zal veel groter worden. De ouderenorganisaties weten zich verantwoordelijk voor goede voorlichting hierover.

Ouderen zullen zich tijdig moeten voorbereiden op de levensfase waarin zij misschien van zorg en ondersteuning afhankelijk worden. Ouderen hebben aangegeven vier kernwaarden van belang te vinden bij de organisatie van goede ouderenzorg: Zeggenschap, Samenhang, Voorzorg/ preventie en Kwaliteit. Lees meer over deze kernwaarden voor goede ouderenzorg in de visiekaart die is opgesteld.

Betrek ouderenorganisaties als volwaardige partners

Op 10 april zaten de ouderenorganisaties, samen met de CG-Raad, aan tafel bij twee leden van de  PvdA-fractie in de Tweede Kamer: Otwin van Dijk en Agnes Wolbert. Belangrijke gesprekspunt was de ‘eigen regie’ die mensen willen over hun eigen zorg en ondersteuning.

De ouderenorganisaties doen een appèl op de kamerleden het gesprek over de veranderingen in de gezondheidszorg vanuit een heldere visie te starten. Nu wordt er vooral geredeneerd vanuit financiën, terwijl de mens die zorg verleent of ontvangt uit het oog wordt verloren.

Mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, bereiken een betere kwaliteit van leven, wanneer zij zelf over de invulling en organisatie daarvan de regie houden. Ouderen die daartoe niet, of niet voldoende, in staat zijn, hebben recht op cliëntondersteuning daarbij. De zorg wordt daardoor effciënter en doelgerichter.

De ouderenorganisaties hebben bij Van Dijk en Wolbert aangegeven graag betrokken te worden bij de wijzigingen die nodig zijn om mensen de regie over hun zorg in handen te geven. Nu wordt de ‘infrastructuur’ van de ouderenorganisaties te weinig gebruikt. Het is natuurlijk zonde om de kennis en inzet van de honderden vrijwilligers, zoals belastingadviseurs, lief-en-leed-commissies en vooral de vrijwillige ouderenadviseurs, onbenut te laten. Juist die laatste groep sluit prima aan bij de nieuwe plannen over cliëntondersteuning. Ouderenorganisaties denken graag mee met parlement en regering over wijzigingen in de zorg, maar dan moeten de ouderen wel als volwaardige partner in het geheel worden gezien.

Het gesprek tussen de PvdA-fractie en de ouderenorganisaties die samenwerking in de CSO (PCOB, Unie KBO, NOOM en NVOG) verliep in positieve sfeer. Zowel Otwin van Dijk als Agnes Wolbert willen graag nader kennis maken met de ouderenbonden en de activiteiten die ontplooit worden. Wordt vervolgd dus!

Ouderenbonden ongerust over toezegging Weekers

Staatssecretaris Weekers kondigde eerder deze week aan te bekijken hoe de onvoorziene en negatieve effecten voor gepensioneerden door de Wet Uniformering Loonbegrip (WUL) gecompenseerd kunnen worden. De ouderenorganisaties NOOM, NVOG, PCOB en Unie KBO, verenigd in de CSO, zijn er met dit voorstel echter nog niet gerust op dat de compensatie er ook daadwerkelijk gaat komen. Zij stellen dan ook alles in het werk om de staatssecretaris te bewegen de fout daadwerkelijk te herstellen.

Staatssecretaris Weekers van Financiën kondigde op 1 april eindelijk aan dat hij gaat bekijken of hij de onvoorziene effecten van de belastingversimpeling, ook wel bekend als de Wet Uniformering Loonbegrip, gaat compenseren. Volgens berekeningen van de ouderenorganisaties komen de negatieve effecten van de belastingversimpeling terecht bij gepensioneerden en anderen die niet in loondienst zijn, en de positieve effecten bij degenen die wel in loondienst zijn.

Weekers erkent volgens de bonden weliswaar dat gepensioneerden meer getroffen worden dan bijvoorbeeld werknemers, maar in een recente brief aan de ouderenorganisaties laat hij weten dat de inkomenseffecten binnen de afgesproken bandbreedte zijn gebleven. Hij erkent wel dat er inkomensverschillen zijn, maar die verschillen in de marge waren voorzien. Weekers gaat nu de effecten van deze wet bekijken.

De bonden hebben moeite met deze marges omdat aan de uiterste randen normaal gesproken een beperkt aantal mensen terecht komt. Wim van Minnen, directeur van de CSO, geeft aan dat de grote groep getroffenen juist in het midden zit. “Door te stellen dat de gepensioneerden binnen de marges vallen, is het net of het om een paar mensen gaat. Daarmee bagatelliseert Weekers de omvang van het probleem en de echte effecten van de regeringsmaatregelen Het gaat om veel gepensioneerden die onevenredig getroffen zijn. Dat ervaren de ouderenorganisaties en hun leden als oneerlijk en onfatsoenlijk”.

Om druk op Den Haag uit te blijven oefenen maken de bonden in april opnieuw een rondgang in de politiek. De ouderenorganisaties gaan onder meer met de PvdA, de ChristenUnie en het CDA om tafel, om hen er van te overtuigen dat effecten van de wet voor gepensioneerden snel gecompenseerd dienen te worden.

Daarnaast hebben de ouderenorganisaties opnieuw een brief aan Weekers verzonden. Lees hier de brief

Lente-overleg tussen ouderenbonden en bewindslieden Asscher en Klijnsma

Foto site oudereninactieDe voorzitters van de ouderenbonden PCOB, Unie KBO, NVOG, NOOM en KNVG gaan namens 600.000 ouderen in overleg met minister Asscher en staatssecretaris Klijnsma. Inzet: koopkrachtreparatie voor kwetsbare ouderen, een beter en generatiebestendig pensioenstelsel, spoedige reparatie effecten Wet Uniformering Loonbegrip, betere arbeidsmarktpolitiek voor 50-plussers en de noodzaak van een coördinerend minister voor ouderenbeleid.

20.000 handtekeningen afgeleverd

tegen belastingverhoging 12Donderdagmiddag bezochten enkele tientallen ouderen, gewapend met bokshandschoenen en tienduizenden handtekeningen het Ministerie van Financiën. Zij ‘knokten’ daar voor het terugdraaien van de belastingverhoging voor ouderen.

Ouderen knokken tegen de onrechtvaardige belastingverhoging voor gepensioneerden en vutters!

 

Sinds januari van dit jaar een ongewenst bijeffect van de vereenvoudiging van ons belastingstelsel, zo geven ook onze politici inmiddels toe.

Hier moet een einde aan komen, vinden de ouderenorganisaties PCOB, Unie KBO, NVOG en NOOM!

Directeur Directe Belastingen Visser van het ministerie van Financiën nam de handtekeningen in ontvangst. Hij gaf aan dat elk signaal van bezorgde burgers serieus wordt genomen, helemaal als 20.000 door hun handtekening te zetten hun bezorgdheid uiten. Deze problematiek heeft  zeker aandacht van het ministerie.

 

 

Ouderen op de stoep bij Financiën

Het Ministerie van Financiën geeft amper thuis, maar dat weerhoudt de ouderenbonden NOOM, NVOG, PCOB en Unie KBO, verenigd in de CSO, er niet van op donderdag 14 maart bij het ministerie om 16.00 uur op de stoep te staan. Onder het motto “knok terug” zullen enkele tientallen ouderen gewapend met bokshandschoenen en tienduizenden handtekeningen en een petitie pleiten voor het terugdraaien van een belastingverhoging, die niet-werkende ouderen hard treft.

De door dit kabinet ingevoerde belastingverhoging van 15,2% naar 19,1% in de eerste schijf heeft voor 65-plussers zeer nadelige gevolgen. Om de politiek hiervan te overtuigen heeft de achterban van de ouderenorganisaties massaal hun handtekening gezet tegen deze maatregel.

De belastingmaatregel geldt voor iedereen en is vanaf 1 januari 2013 ingevoerd. De afdracht aan de Zorgverzekeringswet wordt vanaf die datum van werknemer naar werkgever verlegt. Voor werknemers heeft deze maatregel geen financiële consequenties, maar voor 65-plussers wel degelijk. Deze groep mensen heeft geen werkgever waardoor de verhoging dus een onterechte ‘aanslag’ op het inkomen van deze groep mensen is.

Diverse pogingen om bij Staatssecretaris Weekers van Financiën, die belastingen in zijn portefeuille heeft, de ruim 20.000 handtekeningen te overhandigen hebben tot op heden tot niets geleidt. Weekers zelf is ‘niet in de gelegenheid’ de handtekeningen van ongeruste ouderen persoonlijk in ontvangst te nemen. Hij is vanaf 25 maart in Zuid-Amerika. Het ministerie heeft op het laatste moment mr. Edwin Visser, Directeur Directe Belastingen bereid gevonden de stem van de ouderen te horen.

 Door de agenda en procedures van het ministerie bestaat de kans dat het ongedaan maken van de regeling wel eens lang op zich kan laten wachten. Omdat de maatregel met name ouderen met een AOW of een klein aanvullend pensioen erg hard treft, laten de ouderenbonden er geen gras over groeien en nemen zij donderdag het initiatief in eigen hand. “Oud geld en vermogen zijn in Den Haag altijd meer dan welkom, de ouderen zelf niet”, aldus de ouderenbonden, die samen meer dan 500.000 leden vertegenwoordigen.

Gemeenten: waarborg zorgtaken

De ouderenorganisaties Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM roepen alle Nederlandse gemeenten op om de decentralisatie AWBZ-WMO, zonder harde waarborgen vooraf, niet uit te voeren op de wijze zoals nu is voorgesteld. De centrale overheid stelt gemeenten de komende jaren verantwoordelijk voor de begeleiding  en persoonlijke verzorging van ouderen, gehandicapten en chronisch  zieken, terwijl er tegelijkertijd grote bezuinigingen worden doorgevoerd.

De ouderenorganisaties zijn van mening dat een dergelijke besparing en omvangrijke operatie niet alleen gerealiseerd kan worden door efficiencyverhoging of een groter beroep op de eigen verantwoordelijkheid van de ouderen. Het schrappen van aanspraken in de AWBZ zal uitdrukkelijk ook leiden tot een overbelasting van gemeentelijke voorzieningen.

Steeds meer ouderen met een zware zorgbehoefte moeten thuis blijven wonen, omdat ze niet meer terecht kunnen in een verzorgings- of verpleeghuis. De gemeenten zijn dan verantwoordelijk voor de begeleiding en persoonlijke verzorging. Omdat het gepaard gaat met enorme bezuinigingen, is het mogelijk dat de zorg in de ene gemeente wel geboden wordt en in de andere niet. Het veroorzaakt rechtsongelijkheid en willekeur. Voor ouderen met een toekomstige zware zorgbehoefte wordt de situatie nijpend. Zo kunnen ouderen niet meer terecht in een verpleeg- of verzorgingshuis en van de andere kant worden ze ook niet voldoende in staat gesteld om thuis te blijven wonen.

De ouderenorganisaties zijn uitermate bezorgd dat ouderen met een zwaardere zorgbehoefte het kind van de rekening worden. De samenwerkende ouderenorganisaties maken zich grote zorgen over de toekomst van de langdurige zorg en eisen garanties dat ouderen, gehandicapten en chronisch zieken ook in de toekomst verantwoorde zorg geboden krijgen. Ook willen de samenwerkende ouderenorganisaties garanties dat de mantelzorger niet in de knel komt. Daarnaast is de hulp van vrijwilligers nog niet goed gecoördineerd en georganiseerd, compleet met een adequate kostenvergoeding.

De samenwerkende ouderenorganisaties benadrukken dat deze taken niet kunnen worden overgeheveld, zonder duidelijke garanties vooraf.  Zonder die garanties vooraf  is de kans groot dat voorzieningen voor ouderen, chronisch zieken en gehandicapten, zoals dagbesteding, huishoudelijke hulp en het pgb, de komende jaren  in hoog tempo zullen sneuvelen.

We vragen de overheid om garanties, neergelegd in convenanten met de gemeenten, dat ouderen, chronisch zieken en gehandicapten ook straks nog verantwoorde zorg ontvangen. Zonder die garanties moeten de gemeenten vooralsnog  gaan weigeren om het kabinetsbeleid uit te voeren.

CSO: “Statistieken liegen en Asscher moet dat weten”

Minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) doet het in zijn brief aan de Tweede Kamer van dinsdagavond 28 januari 2013 voorkomen of ouderen in gelijke mate de klos zijn. “Met statistiek is alles naar je hand te zetten, maar kloppen doet het niet”, volgens de koepel van ouderenorganisaties NOOM, NVOG, PCOB en Unie KBO. Het vertrouwen dat het kabinet ouderen in gelijke mate laat meebetalen aan de crisis, is door deze brief tot onder het vriespunt gezakt.

“Gepensioneerden die deze maand hun salarisstrook vergelijken met die van werkenden, weten het zeker: gepensioneerden hebben minder inkomen, werkenden krijgen meer, of blijven gelijk. Dat gaat niet over statistiek, maar over harde euro’s’.”

De CSO, koepel van migrantenorganisatie NOOM, gepensioneerdenorganisatie NVOG, de protestantse organisatie PCOB en de katholieke organisatie Unie KBO, heeft op een rijtje staan wat er allemaal nog aankomt als de plannen van Rutte II doorgaan. Dat is niet mis  Dit is pas het begin. Bij de PCOB en bij de Unie KBO komen opeens veel meer signalen binnen van leden die de maatregelen aan den lijve ondervinden. Zij zien de inkomsten in januari al dalen en weten dat 1 april de volgende klap kan vallen. Nog los van het gevolg voor zorgkosten en de nieuwe belastingmaatregelen, waardoor ouderen ook onevenredig worden getroffen. En dan moet 2014, 2015 en 2016 nog komen. 

Het NOOM, de NVOG, de PCOB en de Unie KBO werken al bijna 60 jaar samen en zullen dat de komende maanden ook doen om het tij te keren en te strijden voor solidariteit tussen generaties, tussen gezond en ziek en tussen arm en rijk.

Woensdag is over dit onderwerp gedebatteerd in de Tweede Kamer. Minister Asscher is bereid te kijken naar koopkrachtproblemen voor onder andere ouderen, maar zei daar meteen bij dat het kabinet geen geld heeft de koopkracht voor grote groepen mensen te repareren.

Armoede ouderen onder Rutte II

Onder Rutte II zakken minstens 200.000 ouderen door het financiële ijs. Dat blijkt uit een groot koopkrachtonderzoek dat verricht is door bureau Nyfer in opdracht van de CSO, de koepel van de ouderenorganisaties Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM. Vanavond worden alle onderzoeksresultaten bekendgemaakt in Meldpunt!, het live consumentenprogramma van MAX om 19.25 op Ned 2.

Ouderen zullen in de toekomst schulden moeten maken om hun zorg te kunnen betalen. Het gaat hierbij vooral om echtparen die rond moeten komen van alleen een AOW-uitkering. Maar ook de zorgkosten voor ouderen met meerdere aandoeningen rijzen de pan uit. De solidariteit tussen gezond en ziek loopt hiermee ernstig gevaar. Het duo oud & arm komt volgens de ouderenorganisaties de komende jaren terug in het Nederlandse straatbeeld, net als in de tijd voor Drees.

De ouderenorganisaties vinden het onbestaanbaar dat zieke ouderen veel harder getroffen worden dan gezonde ouderen. Ook tussen de generaties is de balans zoek: 65-minners gaan er minder op achteruit dan 65-plussers. CSO-directeur Wim van Minnen: “Ouderen die keihard en jarenlang voor hun aanvullende pensioen hebben gewerkt, moeten onevenredig veel inleveren. Zeker als je dit vergelijkt met een jongere generatie, die lang niet zoveel hoeft in de leveren. De inkomenseffecten van de genomen maatregelen treffen ook AOW’ers met een ruim aanvullend pensioen onevenredig hard! In één jaar 11% teruggang in je inkomen, dat is nogal wat!”

Vertrouwen Vier van de tien ouderen heeft geen vertrouwen meer in het eigen pensioenfonds en negen van de tien niet meer in onze overheid als het om hun inkomen en zorg gaat. Zo verwacht 85% van de ouderen dat ze over drie jaar niet meer de zorg krijgen die ze nodig hebben. Een grote groep 65-plussers gaat noodgedwongen fors bezuinigen. Bijna de helft van de 65-plussers gaat dit doen op kleding en een op vijf doet dit op eten en drinken.

Acties Meer dan de helft van de ouderen is bereid om actie te gaan voeren. Dat is precies wat de ouderenorganisaties gaan doen: actie voeren onder de noemer “Ouderen in actie 2013”. Tegelijkertijd roepen de ouderenorganisaties de ministers Asscher en Schippers op om in overleg te treden.

Download het rapport “Koopkrachteffecten van het kabinetsbeleid Rutte-II voor 65-plussers

Bekijk de uitzending