Dreiging van korting op pensioenen onverminderd groot

belastingplanDe dreigende kortingen op de bedrijfspensioenen houdt gepensioneerden en ook de ouderenbonden al een tijd bezig. Donderdag 21 juli geven de vijf grootste pensioenfondsen inzicht in hun tweedekwartaalcijfers, waaruit opnieuw blijkt dat de dreiging onverminderd groot blijft. De ouderenorganisaties KBO, NVOG, KNVG, PCOB en NOOM wijzen ouderen in dat kader opnieuw op de actie Stop de stapeling, waaraan al ruim 12.500 mensen deelnamen om aandacht te vragen voor hun koopkrachtsituatie.

Dat de dreiging op pensioenkorting onverminderd groot blijft, komt door de aanhoudende lage rente. Ook hadden de pensioenfondsen last van het Brexit-referendum in Groot-Brittannië. De vijf grootste pensioenfondsen – ABP (ambtenaren), Zorg & Welzijn, PMT (Metaal & Techniek), PME (Metalektro) en BPF Bouw – laten een bijna ongewijzigde dekkingsgraad zien tussen het eerste en tweede kwartaal. De aanhoudende lage rente dwingt hen meer geld in kas te houden, zo schrijven de regels voor. De impact op langere termijn van de Brexit-uitslag laat zich nog moeilijk voorspellen. Er is wel sprake van onrust en onzekerheid op de financiële markten, alle beleggers (ook de pensioenfondsen) hebben daar last van. Voor de vijf grote fondsen dreigt nog niet direct voor volgend jaar een korting op de pensioenen, maar de fondsen zijn er nog niet gerust op. En voor de langere termijn blijft de dreiging bestaan.

Pensioenfonds ABP meldt dat het net voldoende rendement uit beleggingen haalt om de negatieve effecten van de rentedaling te compenseren. Weliswaar is de dekkingsgraad licht gestegen naar 90,6, maar verslechtering van de situatie kan maar zo 0,5 tot 1% korting betekenen. Dan moet iemand met bijvoorbeeld een pensioen van €700 zo’n €7 moeten inleveren. De Nederlandsche Bank maakte eerder bekend dat 27 fondsen volgend jaar hoogstwaarschijnlijk gaan korten. Drie fondsen doen dat dit jaar al.

Stop de stapeling
Hoe de situatie voor u is, hangt af van uw persoonlijke situatie en of, dan wel bij welk bedrijfspensioen u bent aangesloten. Om aandacht te vragen voor de koopkrachtsituatie van ouderen, startten de gezamenlijke ouderenorganisaties de actie Stop de stapeling. Met het versturen van een digitale of papieren kaart roepen senioren zelf politici op een eind te maken aan de jarenlange koopkrachtachteruitgang die ouderen treft. De actie loopt door tot Prinsjesdag.

> Verstuur ook uw hartenkreet voor Stop de stapeling

Red uw koopkracht: heeft u al een hartenkreet verstuurd?

stop-de-stapeling-logo-email-2Heeft u al meegedaan aan ‘Stop de stapeling?  Sinds 20 mei loopt deze kaartenactie en meer dan 12.500 senioren uit de achterbannen van PCOB, Unie KBO, NVOG, KNVG en NOOM hebben inmiddels een digitale kaart verstuurd naar landelijke politieke partijen naar keuze. Met de kaart roepen ze op een eind te maken aan de jarenlange koopkrachtachteruitgang die ouderen treft. De papieren kaart die u bij de nieuwste editie van Perspectief aantrof is ongetwijfeld ook al door duizenden mensen verstuurd. De actie loopt door tot Prinsjesdag. De gezamenlijke ouderenorganisaties willen hiermee invloed uitoefenen op de vaststelling van overheidsbegroting voor 2017.

Senioren springen niet snel op de barricaden. Maar de gemiddelde koopkracht van 65-plussers gaat al acht jaar op rij achteruit, door stapeling van allerlei overheidsmaatregelen. Bij mensen met een AOW en een klein aanvullend pensioen (€10.000) ging het in de periode van 2009-2015 om -6% bij alleenstaanden en bij echtparen om 8% achteruitgang. Terwijl voor gepensioneerden geldt dat ze hun inkomen niet kunnen veranderen als hun uitgaven stijgen en andere bevolkingsgroepen wel kleine voordelen krijgen nu de economie weer aantrekt.

Het moet duidelijk worden dat lang niet alle 3,5 miljoen ouderen het zo goed hebben als wordt beweerd. Integendeel. Dit blijkt niet alleen uit onderzoek, dagelijks ontvangen we voorbeelden en horen we verhalen van ouderen over hun persoonlijke situatie. Niet alleen aan de kant van het inkomen, ook aan de kant van de uitgaven. Denk aan mensen die chronisch ziek zijn met hoge medicijnkosten, mensen die wel goedkoper willen wonen maar geen betaalbare woning kunnen vinden, mensen die gekort worden omdat ze samenwonen of mensen die in de ‘armoedeval’ belanden bij langdurige werkloosheid en bij wie de pensioengerechtigde leeftijd nog op zich laat wachten. Deze jarenlange achteruitgang moet worden omgebogen.

Nu al effect
Onze lobby in Den Haag wordt krachtiger met deze actie ‘Stop de stapeling’ in de rug. Zo is tijdens het gesprek op 29 juni met minister Lodewijk Asscher en staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) erkend dat senioren door de stapelingseffecten van beleidsmaatregelen in grote problemen kunnen komen. Zij lieten weten de komende maanden de koopkrachtcijfers scherp in de gaten te houden en te streven naar evenwicht in de koopkrachtplaatjes voor werkenden en gepensioneerden in 2017. Zij zegden daarbij toe specifieke aandacht te hebben voor ouderen met lagere inkomens en hoge zorgkosten.

Regelmatig duiken er nu geruchten op over meevallers, die al dan niet besteed gaan worden aan gepensioneerden. Hoe meer geruchten, hoe beter, maar daarmee is het nog geen feit. Augustus en september worden spannende maanden.

Nieuw pensioenstelsel
Op 8 juli heeft het ministerie van SZW de perspectiefnota over een nieuw pensioenstelsel naar de Tweede Kamer gestuurd, als resultaat van de jarenlang gevoerde Nationale Pensioendialoog. Het is de bedoeling dat er in 2020 een nieuw stelsel komt, maar deze ingrijpende operatie vergt grote zorgvuldigheid en ook vele miljarden. Veel nieuws bevat de nota niet, hoewel de positieve en negatieve effecten voor senioren wel steeds duidelijker worden. De ouderenbonden verwachten dat de discussie over het nieuwe stelsel een belangrijk onderwerp wordt in de verkiezingen voor de Tweede Kamer in maart volgend jaar. De uitgangspunten rondom een nieuw stelsel worden ingebracht: meer individueel maatwerk maar gezamenlijk risico’s delen, in relatie tot evenwichtige koopkrachtplaatjes.

> Verstuur ook uw hartenkreet voor Stop de stapeling

Staatssecretaris Jetta Klijnsma erkent stapeling van maatregelen die ouderen treft

Staatssecretaris-Jetta-Klijnsma-SZW-2Ouderen verdienen, na acht jaar van koopkrachtdaling, koopkrachtherstel. Dat brachten ouderenorganisaties donderdag 29 juni onder de aandacht in Den Haag. Ouderenorganisaties KBO, NVOG, KNVG, PCOB en NOOM zaten met minister Lodewijk Asscher en staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om tafel. Hoog op de agenda stonden koopkracht en pensioenen. De ouderenorganisaties drongen er bij de bewindslieden op aan maatregelen te treffen die de verwachte pensioenkortingen voorkomen. 

Asscher en Klijnsma, de bewindslieden die verantwoordelijk zijn voor het ouderenbeleid, lieten daarop weten in de komende maanden de koopkrachtcijfers scherp in de gaten te houden en te streven naar evenwicht in de koopkrachtplaatjes voor werkenden en gepensioneerden in 2017. Zij zegden daarbij toe specifieke aandacht te hebben voor ouderen met lagere inkomens en hoge zorgkosten. Staatssecretaris Klijnsma erkende dat senioren door de stapeling van maatregelen in grote problemen kunnen komen.

Pensioenkorting
De ouderenorganisaties brachten ook de huidige situatie bij pensioenfondsen ter sprake. Zij willen het besluit om te korten op pensioenen twee jaar opschorten, of in ieder geval zolang de rentestand (bij de Europese Centrale Bank) laag blijft. Klijnsma nam de suggesties ter harte, maar deed vooralsnog geen toezeggingen, omdat zij pas in het najaar meer duidelijkheid verwacht. Wél gaf zij wederom aan graag met de ouderenorganisaties in gesprek te blijven en hun bijdrage aan de pensioendiscussie zeer te waarderen.

Mantelzorgboete
De kostendelersnorm stond eveneens op de agenda, de mantelzorgboete voor ouderen met een onvolledige AOW, zoals veel migranten en grensarbeiders. Zij worden al langere tijd met deze boete – in feite een straf op voor elkaar zorgen – geconfronteerd als ze samenwonen. De ouderenorganisaties willen dat hier een einde aan komt. De staatssecretaris wil hier vooralsnog echter niets aan doen omdat zij dan ‘de gehele bijstandswet op de schop moet nemen’. Omdat de ouderenorganisaties wél mogelijkheden zien voor het afschaffen van de mantelzorgboete voor AIO’ers en andere groepen, zetten zij hun strijd voort.

Werkloosheid
Tot slot ging het gesprek over de hoge werkloosheid onder 50-plussers en het Actieplan Ouderenwerkloosheid van minister Asscher. De situatie voor werkzoekende ouderen van 50 tot 67 jaar is penibel. De kans op armoede neemt flink toe. Binnenkort volgt een apart verdiepend gesprek hierover met ambtenaren van het ministerie.

KBO, NVOG, KNVG, PCOB en NOOM kijken terug op een positief gesprek met de twee PvdA-bewindslieden. Evenals bij een eerder gesprek in december is goed naar de wensen en zorgen van senioren geluisterd. Nu nog een doorvertaling ervan in beleid, zoals al meer dan 10.000 senioren middels een e-card vroegen in het kader van de actie Stop de Stapeling. De resultaten zullen de ouderenorganisaties vanzelfsprekend scherp volgen.

Laat uw stem horen
Heeft u al een e-card verstuurd? Verstuur een e-card naar de Tweede Kamer

Actie ouderenorganisaties laat politiek werk maken van koopkrachtbehoud

Stop de StapelingDe actie Stop de Stapeling, waarmee momenteel duizenden ouderen aandacht vragen voor het beschermen van hun koopkracht, stimuleert politieke partijen om werk te maken van dit thema. De PVV pleit ervoor om alle AOW’ers nog dit jaar €300,- extra te geven omdat zij niet meeprofiteren van de lage rentes. De gezamenlijke ouderenorganisaties willen echter structurele oplossingen en vragen de overheid om €9,- extra AOW per maand (€108 per jaar).

De (online) kaartenactie Stop de Stapeling van ouderenorganisaties KBO, NVOG, KNVG, PCOB en NOOM resulteerde in vijf dagen tijd al in ruim 5.000 oproepen aan politieke partijen. Behalve de PVV zullen waarschijnlijk meer politieke partijen beloftes aan ouderen doen de komende weken. Dat is goed voor de discussie, maar of het boter bij de vis wordt, is nog de vraag.

Manifest
De gezamenlijke ouderenorganisaties KBO, NVOG, KNVG, PCOB en NOOM eisten in februari van 2016 al maatregelen van het kabinet om verlaging van de pensioenen in 2017 tegen te gaan en tijdelijke indexering van de pensioenen mogelijk te maken. Daarnaast eisten ze dat de ouderen vanaf 2017 eenzelfde lastenverlichting krijgen als alle andere Nederlanders. De ouderenorganisaties kondigden toen al aan met acties te zullen komen als het kabinet doof bleef voor de eisen in dit manifest.

Het bedrag van €108,- dat de ouderenorganisaties per jaar van het kabinet eist, is gebaseerd op het MKOB-niveau van 2012 en is daarmee rechtvaardig en realistisch. De MKOB is de Wet Mogelijkheid Koopkrachttegemoetkoming Oudere Belastingplichtigen. Deze wet werd in 2011 ingevoerd om de koopkrachtvermindering door fiscale beleidsmaatregelen te compenseren. Per 1 januari 2015 is de MKOB echter weer afgeschaft.

Laat uw stem horen
Heeft u al een e-card verstuurd? Verstuur een e-card naar de Tweede Kamer.

Red uw koopkracht: stuur een hartenkreet aan de Tweede Kamer

stop-de-stapeling-logo-email-2Senioren springen niet snel op de barricade. Ook niet als ze keer op keer merken dat ze nog meer moeten inleveren. Tot vandaag, 20 mei 2016. Duizenden senioren vragen via e-mail, e-cards en briefkaarten aan politiek Den Haag: stop de stapeling en neem maatregelen om de koopkracht van ouderen te beschermen!

Zo’n 200.000 ouderen worden waarschijnlijk vanaf volgend jaar gekort op hun pensioen, meldt de NOS vrijdag 20 mei. 27 pensioenfondsen zaten eind maart zo diep in de problemen dat ze de pensioenuitkering waarschijnlijk moeten verlagen. Dat blijkt uit cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB) die staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Ouderenorganisaties KBO, NVOG, KNVG, PCOB en NOOM roepen hun 600.000 leden en anderen op om met een (digitale) kaart een persoonlijke boodschap te sturen naar de Tweede Kamer. Met dit bericht drukken de senioren de Kamerleden op het hart om de inkomens van 65-plussers te sparen en de koopkracht van ouderen te herstellen. Het is de hoogste tijd, het water staat veel senioren al aan de lippen. Dit blijkt uit eigen onderzoek van de seniorenorganisaties en uit de vele verhalen die er binnenkomen. Daarom start een online kaartenactie.

Kosten lopen op
Lang niet alle 3,5 miljoen ouderen in Nederland hebben het zo goed als soms wordt beweerd. Integendeel. Mede door stapeling van kabinetsmaatregelen hebben ouderen al acht jaar op rij steeds minder te besteden. Velen kunnen de oplopende kosten niet meer betalen. Een mogelijke korting op hun pensioen doet de koopkracht nog verder dalen.

Ouderen willen ook op financieel gebied op dezelfde wijze behandeld worden als andere bevolkingsgroepen. Dit vragen ze aan het kabinet, via mail, e-card en briefkaart:

  • Herstel de koopkracht
  • Geen verlaging van pensioenen
  • Stop verhoging van zorgkosten
  • Schrap de mantelzorgboete
  • Verhoog de ouderenkorting
  • Maak afschaffing ouderentoeslag ongedaan
  • Herstel inkomensondersteuning AOW’ers

Kortom: stop de stapeling!

Klik hier om ook een e-card te versturen!

Koopkracht ouderen in de knel

Stop de StapelingDe koopkracht van ouderen staat al jaren onder druk. Onaanvaardbaar, vinden ouderenorganisaties Unie KBO, PCOB, NOOM, NVOG en de KNVG Stop de stapeling!

Koopkracht ouderen blijft dalen
De koopkracht van ouderen dreigt in 2017 voor het achtste jaar op rij te dalen, zo blijkt uit onderzoek van het CBS. Pensioenen worden niet of nauwelijks geïndexeerd. Zorgkosten, eigen bijdragen, eigen risico en premies stijgen, compensaties en fiscale aftrekmogelijkheden verminderen of verdwijnen. Ouderen maken zich serieus zorgen.

Stop de stapeling!
De samenwerkende ouderenorganisaties Unie KBO, PCOB, NOOM, NVOG en de KNVG eisen daarom dat het kabinet maatregelen neemt om verlaging van de pensioenen in 2017 tegen te gaan en tijdelijke indexering van pensioenen mogelijk te maken. Ook eisen ze dat dat ouderen vanaf 2017 eenzelfde lastenverlichting krijgen als alle Nederlanders. Dat staat in het manifest dat de ouderenorganisaties op 13 januari 2016 hebben aangeboden aan het kabinet, de Tweede Kamer en de sociale partners.

Er moet nú iets gebeuren tegen de koopkrachtdaling
De koopkrachtplaatjes 2017 voor ouderen komen echter pas in augustus aan bod, als het kabinet de Miljoenennota opstelt. Opmerkelijk, want het CPB meldde al in maart dat de koopkracht voor ouderen met een klein pensioen in 2017 opnieuw negatief wordt, tenzij de overheid maatregelen neemt. Er moet nú iets gebeuren. Zodat het kabinet ditmaal met Prinsjesdag écht iets doet om kortingen op de pensioenen te voorkopen en indexering en herstel van de koopkracht van ouderen mogelijk te maken.

De koopkrachtdaling heeft te maken met een stapeling van maatregelen, zoals:

Te lage dekkingsgraad pensioenfondsen
De dekkingsgraad van de pensioenfondsen blijft te laag. Dat blijkt uit cijfers over het 1e kwartaal van 2016. Hierdoor blijft korten op pensioenuitkeringen een reële optie. De pensioenfondsen waarschuwden eind januari 2016 dat kortingen van de pensioenen niet zijn uit te sluiten. De ouderenorganisaties pleiten voor een toekomstbestendig pensioenstelsel. In het manifest staan voorstellen voor concrete maatregelen.
Lees meer over pensioenen

Stijgende zorgkosten vs. bezuinigingen
Per 1 januari 2015 is de financiering van de zorg flink gewijzigd. Dit gaat gepaard met forse bezuinigingen. En deze bezuinigingen treffen vooral de mensen die veel zorg en ondersteuning nodig hebben: mensen met een chronische ziekte of beperking of én ouderen.
Lees meer over zorgkosten

Afschaffing ouderentoeslag
Per 1 januari 2016 is de ouderentoeslag afgeschaft. Voortaan betalen ouderen evenveel belasting over hun spaargeld en vermogen als iedereen. Dit is nadelig voor groepen ouderen.
Lees meer over de afschaffing van de ouderentoeslag

Eenmaal arm betekent vaak arm blijven
Koopkrachtherstel is belangrijk, vooral voor ouderen die moeten rondkomen van een klein pensioen. Want de kosten stijgen. En eenmaal arm betekent vaak arm blijven. Dat staat in het rapport ‘Een lang tekort; langdurige armoede in Nederland’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Een citaat hieruit: ‘Het merendeel van de arme pensioenontvangers (bijna 60%) heeft te maken met langdurige armoede (langer dan 3 jaar), mogelijk zelfs voor de rest van hun leven.’
Lees meer over de bevindingen in dit rapport van het SCP

 

Ouderenorganisaties: Laat hoogte eigen bijdrage Wmo geen reden zijn dat mensen zorg mijden

Gemeenten geven mensen die gebruikmaken van zorg of andere ondersteuning, nauwelijks of geen informatie over de hoogte van de eigen bijdrage die ze moeten betalen. Daardoor worden veel cliënten maanden later overvallen door soms zeer hoge rekeningen. Dat concludeert de Nationale Ombudsman in zijn rapport ‘Een onverwacht hoge rekening’, dat maart 2016 verscheen. De gedupeerden zijn onder meer chronisch zieken, gehandicapten en ouderen die thuiszorg nodig hebben.

Voor de ouderenorganisaties komen de bevindingen van de ombudsman niet als een verrassing. Al in 2015 hebben zijn hiervoor gewaarschuwd en hun zorgen richting de Tweede Kamer kenbaar gemaakt. De ouderenorganisaties pleitten er destijds voor om mensen tijdig en duidelijker te informeren over de eigen bijdragen en ook voorgesteld daar een landelijk maximum voor vast te stellen. Dit voorkomt dat mensen vanuit financiële motieven afhaken. Dit pleidooi willen we de ouderenorganisaties graag herhalen en onderstrepen.

Solidariteit
De ouderenorganisaties bepleitten al eerder om zichtbaar te maken welk effect de kosten van de zorg op lokaal niveau hebben op de koopkracht van ouderen. Laat ook daarin de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Natuurlijk mogen en moeten gemeenten daarin eigen beleidskeuzen maken. De effecten daarvan zouden wat de ouderenorganisaties betreft echter goed gemonitord moeten worden.”

Maatwerk
De ouderenorganisaties steunen de gedachte achter de decentralisatie van de zorg van Rijk naar gemeenten en ziet ook kansen om met de nieuwe Wmo écht maatwerk te leveren. Voorwaarde is wel dat het zogeheten ‘keukentafelgesprek’, waarbij een gemeente met de burger overlegt over de zorg, serieus wordt genomen. Daarnaast moet werk worden gemaakt van onafhankelijke ondersteuning van cliënten.

 

 

Geen feest: koopkracht ouderen blijft toch weer achter

PCOB, stockfoto Den Haag Binnenhof 06

De koopkracht van ouderen blijft voor het achtste jaar op rij achter bij die van andere Nederlanders. Dit blijkt uit de specifieke koopkrachtplaatjes voor 2016 die het Nibud heeft gemaakt in opdracht van de ouderenorganisaties Unie KBO, PCOB, NOOM en NVOG. De kabinetscijfers vertellen bovendien niet het hele verhaal, omdat de oplopende zorgkosten bij de gemeenten buiten beeld blijven, zoals bijvoorbeeld de duurdere huishoudelijke hulp.

De 5 miljard aan lastenverlichting landt vrijwel niet bij ouderen. De koopkracht van veel AOW-huishoudens blijft volgend jaar in de min, zo blijkt uit berekeningen van het Nibud. De aangekondigde koopkrachtreparatie door het kabinet is dus niet geslaagd. Het koopkrachtverlies kan oplopen tot 9%.

Het zijn vooral huishoudens van ouderen met een middeninkomen en ouderen met zorgkosten van wie de koopkracht daalt. Ook ouderen met een onvolledige AOW en een AIO-aanvulling gaan er vrijwel niet op vooruit.

Een van de maatregelen die zijn genomen om de koopkracht van ouderen te repareren, is de verhoging van de ouderenkorting. Helaas zijn alleenstaande ouderen met alleen AOW hiermee niet geholpen. Zij betalen geen of weinig belasting en kunnen de ouderenkorting dus niet verzilveren. Ook in die zin is de reparatie dus niet gelukt.

Slecht nieuws voor ‘zorgspaarders’
Door het afschaffen van de ouderentoeslag moeten ouderen met een laag inkomen en redelijk wat spaargeld niet alleen meer belasting betalen, maar komen zij ook niet meer in aanmerking voor huurtoeslag en zorgtoeslag. Dit kan leiden tot forse koopkrachtverliezen die oplopen tot enkele duizenden euro’s per jaar. Bij een vermogen tussen de 20 en 35 duizend euro vervalt door de afschaffing van de ouderentoeslag het recht op huurtoeslag. Dat zorgt voor alleenstaanden met een aanvullend pensioen van 5.000 euro en een huur van 500 euro voor een koopkrachtdaling van 9%. Slecht nieuws voor de vele ouderen die geld opzij hebben gezet voor toekomstige hoge zorgkosten. Zij worden daarvoor gestraft door het afschaffen van de ouderentoeslag.

Huishoudelijke hulp
De cijfers van het kabinet vertellen niet het hele verhaal. In deze Nibud-cijfers zijn niet alleen de effecten van landelijke regelingen opgenomen. Steeds meer regelingen worden op lokaal niveau uitgevoerd en hebben impact op de koopkracht van ouderen. Daarbij springen de kosten voor de huishoudelijke hulp eruit. In 2015 werd de huishoudelijke hulp verstrekt als Wmo-voorziening, maatwerk dus. Steeds meer gemeenten wijzigen dit, en de huishoudelijke hulp wordt dan een ‘algemene voorziening’. Met alle negatieve financiële gevolgen van dien (zie rekenvoorbeeld).

Rekenvoorbeeld
In 2015 was de eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp via de WMO voor de laagste inkomens 20 euro per maand. In 2016 is het gemiddelde uurtarief voor huishoudelijk hulp als algemene voorziening 15 euro per uur, oftewel 130 euro per maand (uitgaande van slechts 2 uur per week). Een verhoging van 110 euro. Mensen met een laag inkomen kunnen in aanmerking komen voor een Huishoudelijke Hulp Toelage. Dat houdt in dat ze een lager uurtarief betalen, bijvoorbeeld 7,50 euro, en dat de gemeente de rest betaalt. Deze mensen betalen dan toch nog 65 euro per maand. Een verhoging van 45 euro.

Gemeenten zijn bovendien niet verplicht deze toelage te verstrekken en de hoogte van het gemeentebudget voor deze huishoudelijke hulp toelage wordt de komende jaren afgebouwd.

Onzichtbaar koopkrachtverlies
Doordat veel regelingen door gemeenten worden uitgevoerd, komen de koopkrachteffecten hiervan niet in de koopkrachtplaatjes van het kabinet terecht. De koopkracht kan voor deze groepen dus nog veel sterker negatief uitvallen. De ouderenorganisaties willen voor de stapeling opnieuw extra aandacht vragen bij de behandeling van de begroting SZW.

De Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM laten al sinds 2003 door het Nibud de koopkracht van ouderen berekenen in vergelijking met het voorgaande begrotingsjaar.

Oproep aan de regering van de vier ouderenorganisaties: repareer de koopkracht van ouderen écht, zodat ook zij delen in de lastenverlichting.


Download hier het Nibud-rapport:
Koopkrachtverandering van ouderen 2015-2016: rapport Nibud

Stop gedempte kostendekkende pensioenpremie!

Door de gedempte kostendekkende premie is het nog lastiger om pensioenen te indexeren. De gezamenlijke ouderenorganisaties Unie KBO, PCOB, NOOM en NVOG. roepen staatssecretaris Klijsma dan ook op deze maatregel te stoppen.

De gevolgen van het mogen hanteren van de gedempte kostendekkende premie werden onlangs duidelijk. 9 oktober 2015 stuurde staatssecretaris Klijnsma het onderzoek over de ‘gevolgen lage rente en UFR voor de financiële positie pensioenfondsen’ naar de Tweede Kamer. De ouderenorganisaties waarschuwen voor de grote gevolgen voor gepensioneerden, die nu al jaren worden geraakt door achterblijvende koopkracht. Zo’n 15% van de gepensioneerden zal te maken krijgen met een korting op hun pensioen, zo blijkt uit het onderzoek van Klijnsma.

De gezamenlijke ouderenorganisaties roepen de staatssecretaris met klem op om de gedempte kostendekkende pensioenpremie niet langer toe te staan. In ieder geval zo lang het, gezien de dekkingsgraad, niet mogelijk is om de pensioenen te indexeren.

>> De brief die is verstuurd kunt u hier lezen.

Koopkrachtherstel: vijf concrete voorstellen

De koopkracht van ouderen blijft al jaren achter en wordt onvoldoende gerepareerd door het kabinet. De gezamenlijke ouderenorganisaties stuurden een reactie op de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), met daarin vijf voorstellen voor koopkrachtherstel: verhoging ouderenkorting, ongedaan maken afschaffing ouderentoeslag, verhogen heffingvrije vermogen, betaalbaar houden huishoudelijke en een jaarlijkse stapelingsmonitor.

De organisaties Unie KBO, PCOB, NOOM en NVOG vinden dat de lastenverlichting van 5 miljard niet alleen bij werkenden terecht moet komen, maar ook bij ouderen. Uit de koopkrachtplaatjes voor 2016 die het Nibud in opdracht van de hiervoor genoemde organisaties maakte, blijkt dat de koopkracht van ouderen voor het achtste jaar op rij achterblijft. Dit geldt in het bijzonder voor ouderen met extra zorgkosten. Wij roepen het kabinet op om de koopkracht van ouderen echt te repareren zodat ook zij delen in de lastenverlichting.

Koopkracht van ouderen
Het kabinet geeft aan dat zij de koopkracht van ouderen heeft gerepareerd. De mediane koopkracht is dan misschien wel omhoog gegaan in vergelijking met de cijfers van augustus 2016, maar van een echte reparatie is geen sprake. Uit de begroting van SZW blijkt dat bijna 40% van de gepensioneerden te maken heeft met een koopkrachtdaling.

Een voorbeeld: huishoudelijke hulp in 2015 en 2016
Zo wordt in de cijfers van het kabinet geen rekening gehouden met gemeentelijke regelingen. Het Nibud heeft niet alleen naar de effecten van landelijke regelingen gekeken. Steeds meer regelingen worden op lokaal niveau uitgevoerd en hebben impact op de koopkracht van ouderen. Daarbij springen de kosten voor de huishoudelijke hulp eruit. In 2015 is de huishoudelijke hulp overgegaan naar de gemeenten die hiervoor een maatwerkvoorziening kunnen treffen of deze zorg toegankelijk kunnen maken via een algemene voorziening. Het Nibud heeft gekeken wat de koopkrachteffecten zijn wanneer de huishoudelijke hulp per 2016 overgaat van een maatwerkvoorziening naar een algemene voorziening. Uit de berekeningen van het Nibud blijkt dat de koopkracht in die gevallen fors daalt. Deze koopkrachtdaling is het grootst bij de middeninkomens en kan zelfs 7,2% bedragen.

Rekenvoorbeeld: In 2015 was de eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp via de WMO voor de laagste inkomens 20 euro per maand. In 2016 is het gemiddelde uurtarief voor huishoudelijk hulp als algemene voorziening 15 euro per uur, oftewel 130 euro per maand (uitgaande van slechts 2 uur per week). Een verhoging van 110 euro. Mensen met een laag inkomen kunnen in aanmerking komen voor een Huishoudelijke Hulp Toelage. Dat houdt in dat ze een lager uurtarief betalen, bijvoorbeeld 7,50 euro, en dat de gemeente de rest betaalt. Deze mensen betalen dan toch nog 65 euro per maand. Een verhoging van 45 euro.

Ook met de Huishoudelijke Hulp Toelage gaan deze ouderen er op achteruit. Maar gemeenten zijn niet verplicht deze toelage te verstrekken en bovendien wordt het gemeentebudget voor deze Huishoudelijke Hulp Toelage de komende jaren afgebouwd. Wij pleiten er voor om de huishoudelijke hulp voor ouderen met een laag inkomen betaalbaar te houden.

Onzichtbaar koopkrachtverlies en stapelingsmonitor
Doordat veel regelingen door gemeenten worden uitgevoerd, komen de koopkrachteffecten hiervan niet in de koopkrachtplaatjes van het kabinet terecht. De koopkracht kan voor deze groepen dus nog veel negatiever uitvallen. De ouderenorganisaties hebben vaker gewezen op de grote effecten van de stapeling van de kabinetsmaatregelen op de koopkracht van ouderen. In de begroting voor 2016 ontbreekt echter de stapelingsmonitor. De stapelingsmonitor geeft een beter beeld van de koopkrachteffecten dan de algemene cijfers die in de begroting zijn opgenomen.

5 voorstellen koopkrachtherstel
De Unie KBO, PCOB, NOOM en NVOG pleiten voor echte reparatie van de koopkracht van ouderen zodat ook zij delen in de lastenverlichting en stellen de volgende zaken voor:

  • Een structurele verhoging van de ouderenkorting
  • Het ongedaan maken van de afschaffing van de ouderentoeslag voor huishoudens met een laag inkomen
  • Het verhogen van het heffingvrije vermogen voor AOW-gerechtigden naar 50.000 euro met ingang van 1 januari 2016
  • Het betaalbaar houden van de huishoudelijke hulp voor ouderen met een laag inkomen
  • Het maken van een stapelingsmonitor voor 2016

Zorg om de zorg

Hoopvol is hetgeen Koning Willem-Alexander uitsprak in de Troonrede: “Iedereen wil gezond en zelfstandig oud worden. Als dat op enig moment niet meer kan, willen mensen kunnen rekenen op goede ondersteuning en zorg, voor een waardige oude dag. Er komt structureel 210 miljoen euro beschikbaar om de zorg in de verpleeghuizen te verbeteren en ruimte te maken voor meer persoonlijke aandacht.”

Maar de vraag blijft: krijgt iedereen de zorg en ondersteuning die hij of zij nodig heeft? Dat is de grootste zorg van de samenwerkende ouderenorganisaties Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM. Er staan enorme veranderingen op stapel en dit zorgt voor veel onrust. Tegelijkertijd betekent dit ook wat voor de portemonnee van ouderen.

Wij onderschrijven het belang van hervormingen van de langdurige zorg. Sinds jaar en dag bepleiten de ouderenorganisaties dat ouderen, (evenals mensen met een chronisch ziekte of handicap) meer zeggenschap en regie moeten hebben over hun eigen leven. Maar dit kan alleen als hiervoor de juiste randvoorwaarden worden geschapen en drempels weggenomen worden. Zowel landelijk als decentraal. Op dit moment is dat helaas nog niet het geval. Er gebeurt te veel, te snel. Wij merken dat ouderen erg ongerust zijn over de veranderingen. Het is hen niet duidelijk waar zij terecht kunnen en wat het voor hen allemaal gaat betekenen. Zo wordt verwacht dat zij meer “zelf gaan doen”; moeten participeren. De druk op ondersteuning van mantelzorgers, buren en vrijwilligers wordt steeds groter, maar wat als dat niet gaat? Wat als ouderen geen sociaal netwerk hebben?  Er is vooral veel onduidelijk. De overheid wil een te snelle verschuiving van collectieve zorg naar eigen verantwoordelijkheid, ook voor de zorg. Mensen die hulp nodig hebben missen nu veel informatie.

De aanpak van gemeenten vinden wij zorgelijk. Zij hebben meer verantwoordelijkheid gekregen, maar tegelijkertijd minder geld. We zien dit in de praktijk al terug. Voorzieningen en zorgpakketten worden uitgekleed door gemeenten en burgers moeten zelf veel zorg los gaan inkopen. Dat heeft uiteraard ook gevolgen voor de portemonnee. In het kader van de Wmo moeten mensen die zorg nodig hebben meer zelf gaan betalen, als zij voldoende inkomen hebben. Financiële maatregelen die de overheid neemt op het gebied van zorg, bijvoorbeeld de eigen bijdragen, komen daar nog bovenop voor ouderen.

Daarom komen de ouderenorganisaties in actie! Wij volgen de ontwikkelingen kritisch, zitten aan tafel bij politici en maatschappelijke organisaties en brengen de belangen van ouderen onder de aandacht. Daarnaast werken we met diverse organisaties aan verschillende programma’s en projecten om zorgen weg te nemen, informatie te geven en inzicht te krijgen in de gevolgen van de veranderingen op het leven van ouderen.

Uitgelekte Prinsjesdagstukken: toch koopkrachtstijging voor ouderen?

RTL Nieuws kwam eind vorige week met goed nieuws over de koopkracht van ouderen, gebaseerd op uitgelekte Prinsjesdagstukken: gepensioneerden gaan er 0,2 procent op vooruit in plaats van 1,1% op achteruit. De samenwerkende ouderenorganisaties Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM, zijn voorzichtig positief. Zou onze continue lobby dan nu effect blijken te hebben?

Het kabinet sleutelt kennelijk in aanloop naar Prinsjesdag aan de vermogensbelasting (box 3) om de dreigende koopkrachtdaling voor ouderen te compenseren. Kleine spaarders gaan minder belasting betalen. Er zijn nu twee maatregelen uitgelekt: (1) de belastingvrijevoet gaat omhoog met €4.000 tot €25.000 én (2) het fictief rendement over het vermogen wordt afhankelijk gemaakt van de omvang van het vermogen, waardoor dit voor ‘kleine’ spaarders lager wordt dan de 4% waarmee nu gerekend wordt. Ook wordt voorgesteld in box 1 de ouderenkorting te handhaven en zelfs eenmalig te verhogen.

Sparen niet afgestraft
De samenwerkende ouderenorganisaties zijn erg blij met het feit dat sparen door ouderen niet wordt ‘afgestraft’, omdat dit broodnodig is voor de zorgkosten die de ‘oude dag’ met zich mee kan brengen. Maar er blijven twijfels:

  • nog steeds dreigt de ouderentoeslag (box 3) te worden afgeschaft, waardoor voor lagere inkomensgroepen nog steeds de huurtoeslag in gevaar komt;
  • de zorgtoeslag gaat weliswaar met een paar tientjes omhoog, maar dit zal onvoldoende compensatie zijn voor de lichte verhoging van de zorgpremie;
  • de hogere eigen bijdragen op termijn voor de langdurige zorg en de Wmo;
  • mensen met geen of weinig inkomsten (alleen AOW) hebben geen baat bij handhaving, dan wel verhoging van de ouderenkorting.


Einde aan de stapeling?
De samenwerkende ouderenorganisaties hopen dat nu eindelijk een einde komt aan de stapeling van kosten, waardoor de koopkracht van ouderen al jaren achteruit gaat. Hoe het precies uitpakt, weten we pas op Prinsjesdag. Voorlopig lijkt het de goede kant op te gaan.

Koopkrachtverlies voor ouderen?

Niemand gaat er volgend jaar in koopkracht op achteruit. Dat lijkt de uitkomst van de begrotingsbesprekingen van het kabinet. Het koopkrachtverlies van gepensioneerden en mensen met een uitkering zou zijn weggewerkt. Goed nieuws vinden de samenwerkende ouderenorganisaties Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM.

Dat meldt RTL Nieuws donderdag 27 augustus op basis van Haagse bronnen. Uit ramingen van het Centraal Planbureau bleek eerder dat gepensioneerden en mensen met een uitkering er in 2016 op achteruit zouden gaan. Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken zei daarop dat dit gecompenseerd moest worden. Asscher gaf na de begrotingsraad van donderdag aan dat het de inzet was om alle minnen weg te poetsen.

Einde aan stapeling
Hoe de koopkrachtplaatjes precies uitpakken, wordt pas op Prinsjesdag bekend. De ouderenorganisaties hebben het Nibud gevraagd om ook dit jaar de gevolgen van de kabinetsplannen voor de koopkracht van ouderen (diverse groepen) duidelijk in kaart te brengen. Wij hebben dan onze eigen, eerlijke cijfers.

De samenwerkende ouderenorganisaties voeren al jarenlang actie tegen de zogenoemde ‘stapeling’, die de koopkracht van ouderen al jaar-in jaar-uit laat dalen. Wij zijn hoopvol dat aan deze stapeling nu een einde komt.

 

Geen feest: koopkracht ouderen blijft toch weer achter

 De koopPCOB, stockfoto Den Haag Binnenhof 06kracht van ouderen blijft voor het achtste jaar op rij achter bij die van andere Nederlanders. Dit blijkt uit de specifieke koopkrachtplaatjes voor 2016 die het Nibud heeft gemaakt in opdracht van de ouderenorganisaties Unie KBO, PCOB, NOOM en NVOG. De kabinetscijfers vertellen bovendien niet het hele verhaal, omdat de oplopende zorgkosten bij de gemeenten buiten beeld blijven, zoals bijvoorbeeld de duurdere huishoudelijke hulp.

De 5 miljard aan lastenverlichting landt vrijwel niet bij ouderen. De koopkracht van veel AOW-huishoudens blijft volgend jaar in de min, zo blijkt uit berekeningen van het Nibud. De aangekondigde koopkrachtreparatie door het kabinet is dus niet geslaagd. Het koopkrachtverlies kan oplopen tot 9%.

Het zijn vooral huishoudens van ouderen met een middeninkomen en ouderen met zorgkosten van wie de koopkracht daalt. Ook ouderen met een onvolledige AOW en een AIO-aanvulling gaan er vrijwel niet op vooruit.

Een van de maatregelen die zijn genomen om de koopkracht van ouderen te repareren, is de verhoging van de ouderenkorting. Helaas zijn alleenstaande ouderen met alleen AOW hiermee niet geholpen. Zij betalen geen of weinig belasting en kunnen de ouderenkorting dus niet verzilveren. Ook in die zin is de reparatie dus niet gelukt.

Slecht nieuws voor ‘zorgspaarders’
Door het afschaffen van de ouderentoeslag moeten ouderen met een laag inkomen en redelijk wat spaargeld niet alleen meer belasting betalen, maar komen zij ook niet meer in aanmerking voor huurtoeslag en zorgtoeslag. Dit kan leiden tot forse koopkrachtverliezen die oplopen tot enkele duizenden euro’s per jaar. Bij een vermogen tussen de 20 en 35 duizend euro vervalt door de afschaffing van de ouderentoeslag het recht op huurtoeslag. Dat zorgt voor alleenstaanden met een aanvullend pensioen van 5.000 euro en een huur van 500 euro voor een koopkrachtdaling van 9%. Slecht nieuws voor de vele ouderen die geld opzij hebben gezet voor toekomstige hoge zorgkosten. Zij worden daarvoor gestraft door het afschaffen van de ouderentoeslag.

Huishoudelijke hulp
De cijfers van het kabinet vertellen niet het hele verhaal. In deze Nibud-cijfers zijn niet alleen de effecten van landelijke regelingen opgenomen. Steeds meer regelingen worden op lokaal niveau uitgevoerd en hebben impact op de koopkracht van ouderen. Daarbij springen de kosten voor de huishoudelijke hulp eruit. In 2015 werd de huishoudelijke hulp verstrekt als Wmo-voorziening, maatwerk dus. Steeds meer gemeenten wijzigen dit, en de huishoudelijke hulp wordt dan een ‘algemene voorziening’. Met alle negatieve financiële gevolgen van dien (zie rekenvoorbeeld).

Rekenvoorbeeld
In 2015 was de eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp via de WMO voor de laagste inkomens 20 euro per maand. In 2016 is het gemiddelde uurtarief voor huishoudelijk hulp als algemene voorziening 15 euro per uur, oftewel 130 euro per maand (uitgaande van slechts 2 uur per week). Een verhoging van 110 euro. Mensen met een laag inkomen kunnen in aanmerking komen voor een Huishoudelijke Hulp Toelage. Dat houdt in dat ze een lager uurtarief betalen, bijvoorbeeld 7,50 euro, en dat de gemeente de rest betaalt. Deze mensen betalen dan toch nog 65 euro per maand. Een verhoging van 45 euro.

Gemeenten zijn bovendien niet verplicht deze toelage te verstrekken en de hoogte van het gemeentebudget voor deze huishoudelijke hulp toelage wordt de komende jaren afgebouwd.

Onzichtbaar koopkrachtverlies
Doordat veel regelingen door gemeenten worden uitgevoerd, komen de koopkrachteffecten hiervan niet in de koopkrachtplaatjes van het kabinet terecht. De koopkracht kan voor deze groepen dus nog veel sterker negatief uitvallen. De ouderenorganisaties willen voor de stapeling opnieuw extra aandacht vragen bij de behandeling van de begroting SZW.

De Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM laten al sinds 2003 door het Nibud de koopkracht van ouderen berekenen in vergelijking met het voorgaande begrotingsjaar.

Oproep aan de regering van de vier ouderenorganisaties: repareer de koopkracht van ouderen écht, zodat ook zij delen in de lastenverlichting.

Koopkracht ouderen in de knel

Ouderen worden voor het achtste jaar op rij onevenredig zwaar getroffen door de kabinetsmaatregelen voor 2016. Tegelijkertijd zijn ouderen nog nooit zoveel genoemd in de Troonrede als dit jaar, dat is positief.

De Koning heeft gezegd dat iedereen iets van het economisch herstel mag merken. Nu is gezegd dat de koopkracht van ouderen op peil blijft. Ten opzichte van de achteruitgang die eerst was uitgelekt, lijkt dat goed nieuws. Maar als heel Nederland er zo’n beetje op vooruit gaat, maar gepensioneerden en werklozen blijven gelijk ten opzichte van nu, dan profiteren zij dus niet mee van het economisch herstel. Bovendien is in de Rijksbegroting geen rekening gehouden met lokale verschillen als het gaat om hoge eigen bijdragen in de zorgkosten, die immers ook raken aan de portemonnee.

Het NIBUD rekent de Rijksbegroting door op de gevolgen voor de koopkracht van alle huishoudens in Nederland. In opdracht van de samenwerkende ouderenorganisaties Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM, heeft het Nibud specifieke koopkrachtplaatjes voor verschillende groepen ouderen doorgerekend. U kunt het rapport hier downloaden.

Pensioen en koopkracht: hoe zit het nu eigenlijk?

Stapeling van oude en nieuwe maatregelen leidt tot fors lagere toekomstig bereikbare pensioenen voor werknemers en tot steeds verder toenemend koopkrachtverlies voor gepensioneerden. Door het jarenlang niet indexeren van hun pensioenopbouw (soms zelf werkelijk korten), het fors verlaagde opbouwpercentage (voor de nu nog werkenden) en de voorgestelde aanpassing van het financieel toetsingskader (nFTK) zal voor werkenden het toekomstig bereikbare aanvullend pensioen aanzienlijk dalen, en voor gepensioneerden het koopkrachtverlies ieder jaar verder toenemen. In 2015 hebben de samenwerkende ouderenorganisaties Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM, samen met KNVG, opnieuw fors ingezet op belangenbehartiging op het gebied van pensioenen.

Staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) waardeert de principes van de samenwerkende ouderenorganisaties over pensioenen: delen van langleven- en beleggingsrisico’s, een eenvoudig systeem en flexibiliteit. Dat is de positieve uitkomst van een gesprek over het nieuwe pensioenstelsel, dat de organisaties op 8 september 2015 met de staatssecretaris voerden.

Nieuw pensioenstelsel
De overheid werkt samen met de sociale partners stapsgewijs aan een nieuw pensioenstelsel. De Sociaal Economische Raad (SER) heeft na eerste verkenningen een aantal varianten ter discussie gelegd, waaronder een voorkeur voor het verder uitwerken van een stelsel waarbij de premie uitgangspunt is, maar waarbij wel de voordelen van collectiviteit en solidariteit worden meegenomen. De ouderenorganisaties stuurden hierop in september 2014 een discussienota in.

Persoonlijk pensioen
Ook werkten de organisaties een variant uit – een persoonlijk pensioen – waarbij deelnemers zelf kunnen zien hoe hun ‘potje’ binnen het pensioenfonds eruit ziet, wat elk jaar de consequenties zijn van de rendementen op beleggingen en de gevolgen van al dan niet opschuiven van ‘gemiddeld langer leven’. In deze ISDC-aanpak is een premieovereenkomst wel uitgangspunt, maar worden het beleggingsrisico en het langlevenrisico jaarlijks met elkaar gedeeld. Ook de pensioenuitkering hoeft niet meer te worden aangekocht op de pensioendatum, maar wordt eenvoudigweg van de individuele pensioenrekening afgeschreven. In dit systeem zijn ook enkele keuzemogelijkheden aanwezig, maar wel met begrenzingen. In het overleg met de staatssecretaris hebben de ouderenorganisaties gevraagd deze variant verder te mogen bespreken.

Waardering voor principes
De staatssecretaris had waardering voor principes van de ouderenorganisaties: langleven- en beleggingsrisico’s moeten worden gedeeld, het systeem moet eenvoudig en goed uit te leggen zijn en enige flexibiliteit moet worden ingebouwd. In het concept-wetsontwerp over de ‘variabele uitkering’ (nu landelijk in discussie) is al een aantal van de geformuleerde ISDC-principes ingevoegd.

Uitnodiging voor breed overleg
Wat het toekomstig pensioenstelsel betreft, wil de staatssecretaris eerst de principes uitwerken en daarna komen tot concretere plannen. In de Tweede Kamer zal eerst een debat plaatsvinden over de hoofdlijnennotitie van Klijnsma, waarna de ouderenorganisaties worden uitgenodigd om samen met jongeren verder te praten. We hebben toegezegd actief energie te willen steken in een dergelijk breed overleg.

In vervolg op het gesprek met de staatssecretaris hebben de organisaties opgeroepen indexering sneller mogelijk te maken. Klijnsma heeft aangekondigd dat zij in overleg gaat met de sociale partners, het CPB, de Pensioenfederatie en de Nederlandse Bank over de doorrekening van de maatregelen die tot nu toe genomen zijn. Dit overleg moet leiden tot een eenduidige set van uitgangspunten voor de doorrekening van de effecten, zodat geen discussie meer kan ontstaan over de berekening van de uitkomsten. Klijnsma heeft toegezegd onze brief in de besprekingen mee te nemen. De uiteindelijke resultaten gaan 7 oktober 2015 naar de Tweede Kamer, zodat ze ook de input vormen voor de premieberekeningen in 2016 . Dat is het moment dat de ouderenorganisaties via de Tweede Kamer weer invloed kunnen uitoefenen.

Doorsneepremie
De staatssecretaris gaf aan de discussie over de doorsneepremie lastig te vinden. In de hoofdlijnennotitie heeft ze het onderwerp aangekaart, maar nog geen oplossing kunnen bieden. Zeker is dat het onderwerp op de politiek maatschappelijke agenda staat, dus moet er wel een besluit komen. De ouderenorganisaties hebben gezegd dit in beginsel een zaak te vinden voor de sociale partners en dat oplossingen niet ten koste mogen gaan van het geld dat voor de pensioenen van de ouderen bestemd is. Op Klijnsma’s verzoek hebben de ouderenorganisaties gezegd mee te willen denken

Doorpraten
Op ons verzoek heeft de staatssecretaris toegezegd met minister Lodewijk Asscher van SZW te overleggen hoe met ons zo spoedig mogelijk na Prinsjesdag kan worden gesproken over de koopkrachtsituatie van gepensioneerden. Het is gebleken dat de staatssecretaris onze inbreng serieus neemt, onze brieven goed leest en met ons in gesprek wil blijven. Van onze kant hebben we een indringend pleidooi gevoerd voor een meer structureel en formeel overleg, omdat de groep gepensioneerden (3,3 miljoen Nederlanders) groeit en een wezenlijk deel vormt van de samenleving. De staatssecretaris heeft hier nota van genomen en wil daar verder haar gedachten over laten vormen. Op ons aanbod om op ambtelijk niveau over de verschillende onderwerpen verder te praten, reageerde zij positief.

Succesvolle manifestatie tegen nieuw Financieel Toetsingskader

manifestatie02-12-2014“Wij willen koopkracht! Nu!” Dat was de kreet waarmee de ouderenorganisaties gistermiddag samen met andere organisaties en initiatiefnemer FNV circa 500 boze burgers de straat op stuurde richting parlement. Het doel van de manifestatie? De leden van de Eerste Kamer ervan overtuigen dat het wetsvoorstel Financieel Toetsingskader (nFTK) van staatssecretaris Klijnsma de prullenbak in moet. En we werden gehoord: het debat hierover is uitgesteld en onze bezwaren en vragen zijn overgenomen door de Eerste Kamer en voorgelegd aan de staatssecretaris.

In de Nieuwe Kerk aan het Spui in Den Haag hadden zich rond15.00 uur mensen van diverse pluimage verzameld: vakbondsmensen, ouderenorganisaties maar ook jongeren en andere belangstellenden. Fijn om te zien dat vakbeweging en ouderen samen optrekken om een vuist te maken tegen de onzalige regeringsplannen.

Warm onthaal
De belangstellenden kregen letterlijk een warm onthaal: er werd warme chocolademerk (met slagroom!) en speculaas geserveerd. Spreekstalmeester was Corrie van Brenk, voorzitter Abvakbo FNV. Zij gaf het woord aan verschillende sprekers waaronder Gijs van Dijk (FNV bestuurslid), een vertegenwoordiger van de Vakcentrale voor Professionals, het actiecomité FNV, een ouder echtpaar waarvan de vrouw al 70 jaar vakbondslid is, sprekers van FNV jongeren en senioren, Martin van Rooijen (voorzitter KNVG) en, als manifestatie02-12-2014-3laatste, FNV voorzitter Ton Heerts. Jaap van der Spek, voormalig PCOB-directeur en huidig voorzitter van de NVOG sprak namens de ouderenbonden, verenigd in de koepel CSO (NVOG, Unie KBO, PCOB en NOOM). Ook hij maakte nog eens duidelijk dat het nFTK onnodig en schadelijk is voor zowel ouderen en de daarna komende generaties. Na de toespraken gingen de demonstranten onder uitgebreide politiebegeleiding in optocht naar de poort van het Binnenhof, waar een petitie werd aangeboden aan een aantal Eerste Kamerleden.

Gehoord
Peter Kruitbosch van de PCOB was ook aanwezig en vertelt: “Er kwamen diverse Eerste Kamer-leden naar buiten om naar ons te luisteren. Ik heb onder andere Jan Nagel en Henk Krol gezien. Zij spraken met de delegatie. Goed om gehoord te worden.” Tijdens de bijeenkomst werd het relatief goede nieuws bekend gemaakt dat de behandeling van het nFTK is uitgesteld. Er werd zelfs gesuggereerd dat de behandeling wel eens pas in februari zou kunnen plaatsvinden. Of dat werkelijk zo is, moet worden afgewacht. Er is bij de Kamerleden veel aarzeling, ook bijvoorbeeld bij de VVD. Volgens een aantal Kamerleden die met ons in gesprek gingen in Den Haag, gaat het nu om de vraag of Klijnsma het debat wel aankan. Er is een kans dat alles daarom over oud & nieuw wordt getild. We wachten af. De manifestatie was in elk geval een groot succes!

Stop de StapelingHoe nu verder?
PCOB-beleidsmedewerker Peter Kruitbosch blikt terug: “Het was goed dat wij tijdens de manifestatie gezamenlijk onze lieten stem lieten horen, als ouderenorganisaties, vakbonden en andere belangstellenden.  Deze manifestatie ging dan specifiek over het nFTK, maar wij als ouderenorganisaties maken ons bijvoorbeeld ook veel zorgen over het verdwijnen van de ouderentoeslag in 2016, dat gaat grote problemen veroorzaken in de levens van ouderen met een wat minder pensioen. ‘Stop de stapeling!’, blijft de leus die we onder de aandacht moeten brengen! Het is nu eerst de reactie van de staatssecretaris op onze vragen en bezwaren afwachten en horen wanneer er weer gedebatteerd wordt, daarna kunnen we onze vervolgstappen bepalen.”

Op naar Den Haag: 2 december protest-wandeltocht naar Eerste Kamer

Bij de bespreking van de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) deze week ging het nauwelijks over gepensioneerden. Opnieuw bleek dat politiek Den Haag nauwelijks aandacht heeft voor de ouderen. En dat terwijl de koopkracht van ouderen al jaren evenredig daalt en de kosten zich blijven opstapelen. Het kabinet blijft doof voor noodkreten en verbetervoorstellen. De grens is bereikt, daarom gaan we dinsdagmiddag 2 december naar Den Haag! Gaat u mee? 

De Eerste Kamer buigt zich dinsdag over de nieuwe pensioenregels. FNV, CNV en de koepel van samenwerkende ouderenorganisaties CSO vinden de gevolgen van deze pensioenregels onacceptabel. Pensioenfondsen moeten onnodig hogere buffers aanhouden en de pensioenuitkeringen worden de komende tien tot vijftien jaar bevroren. Gepensioneerden en iedereen die in de toekomst met pensioen gaat, zien hierdoor hun koopkracht flink achteruit gaan. En dat komt bovenop alle andere stijgende kosten van bijvoorbeeld de zorg en huur om er maar enkele te noemen.

Protest groeit
De groep protesterende organisaties groeit met de dag. De ouderenorganisaties, de pensioenverenigingen en vakbonden willen gehoord worden en willen beleid dat eerlijk is voor alle generaties. Dinsdagmiddag willen zij de leden van de Eerste Kamer overtuigen van de slechte pensioenplannen en de andere regeringsmaatregelen die daar bovenop komen.

Wandeltocht
De organisaties houden een protest-wandeltocht, waarna Gijs van Dijk (namens FNV) en Jaap van der Spek (namens KNVG, NVOG, Unie KBO en PCOB) zullen spreken. Hierna biedt een delegatie handtekeningen en steunbetuigingen aan Eerste Kamerleden aan. Laten we proberen zoveel mogelijk mensen in Den Haag te krijgen! Bent u het ook zo zat, alle maatregelen die u direct in de portemonnee raken? Laat u dan zien en horen op 2 december! Kom naar Den Haag en laat de Eerste Kamer weten hoe u erover denkt!

Wanneer? 2 december 2014

Hoe laat? 15.00 uur

Waar? Nieuwe Kerk Spui 175, Den Haag

We verzamelen met alle organisaties om 15.00 uur bij de Nieuwe Kerk. Graag tot dan!

Brief aan Eerste Kamer: wetsvoorstel nFTK intrekken óf verduidelijken

Staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) moet haar wetsvoorstel voor aanpassingen van de pensioenregels verduidelijken óf het voorstel intrekken. Verduidelijking is nodig om de pensioensector ervan te overtuigen dat Klijnsma’s visie leidt tot meer vertrouwen in het pensioenstelsel. Dat stellen de gezamenlijke ouderenorganisaties CSO, KNVG en NVOG in een brief aan de Eerste Kamer. Die spreekt zich nog dit jaar uit over de wet, nadat de Tweede Kamer deze onlangs heeft aangenomen.

Ouderenorganisatie CSO stelt in de brief dat bij de Wet nieuw Financieel Toetsingskader (nFTK) het onderlinge begrip tussen overheid en het pensioenveld volkomen ontbreekt. ‘In deze eindfase van de behandeling van het Wetsvoorstel moet de staatssecretaris óf haar Wetsvoorstel intrekken óf  het pensioenveld alsnog overtuigen dat haar visie bij deelnemers en gepensioneerden tot meer vertrouwen in ons pensioenstelsel zal leiden. Daartoe zal de staatssecretaris vele punten alsnog moeten verduidelijken’, schrijft Jos Berkemeijer, CSO-voorzitter Pensioenen, meden namens KNVG en NVOG.

In gesprek
Pensioendeskundigen wisselden op 18 november van gedachten met de Vaste Commissie van SZW in de Eerste Kamer. Eerder brachten de ouderenorganisaties al vele kritische opmerkingen in. Deze komen er op neer dat de pensioensector vindt dat de Wet nFTK schadelijk is voor zowel actieven als gepensioneerden en bovendien schadelijk is voor de economische ontwikkeling van Nederland, gezien de negatieve koopkrachteffecten. In een tweede brief aan de Eerste Kamer stellen de organisaties hierover een zestal principiële vragen.

Ten slotte is met de brieven aan de Eerste Kamer ook de vragenlijst van 14 augustus over het wetsvoorstel aanpassing FTK meegestuurd.

Lees hier de brief aan de Vaste Commissie SZW

Lees hier de brief aan de Eerste Kamer-fracties

Lees hier de vragenlijst

Begroting SZW: stapeling voor ouderen

We schreven het al eerder: de begroting SZW betekent slecht nieuws voor koopkracht van ouderen. De samenwerkende ouderenorganisaties Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM (verenigd in de CSO)  bestudeerden de Rijksbegrotingen voor 2015. De CSO en haar achterban is zwaar teleurgesteld in dit kabinet. Ook dit jaar staan er in de begrotingen veel maatregelen die specifiek ouderen treffen. Deze stapeling van maatregelen raakt vooral de ouderen met zorgkosten. Wij maken ons grote zorgen of gemeenten deze ouderen gaan compenseren voor het koopkrachtverlies dat zij hebben als gevolg van de kabinetsmaatregelen.

De CSO stuurde 13 oktober al een brief aan de Kamercommissie. Lees deze hier. 15 november verstuurden wij een vervolg op deze brief, deze leest u  hier. De vaste commissie voor SZW heeft aan de minister een aantal vragen gesteld over de koopkracht. Een aantal van deze vragen gaan over de stapeling van maatregelen binnen huishoudens. De minister geeft in zijn antwoorden een overzicht van het aantal huishoudens dat met een stapeling van 2 of meer en 3 of meer maatregelen te maken heeft. De percentages zijn schokkend. De CSO komt op basis van de cijfers van de minister tot de conclusie dat de koopkracht van heel veel ouderen er veel meer op achteruit gaat dan in de koopkrachtplaatjes van SZW wordt voorgesteld.

Stapeling voor ouderen
Uit de toelichtende stukken en tabellen blijkt dat 29% van alle huishoudens er in koopkracht op achteruit gaat. Voor de groep ouderen is dit percentage echter veel hoger, namelijk 44%. De cijfers geven bovendien maar een beperkt beeld omdat niet met alle maatregelen rekening is gehouden. Om maar eens wat te noemen: de bezuinigingen in de zorg zijn niet meegenomen. Naar aanleiding van vragen vanuit de commissie gaf de minister een overzicht van de huishoudens met een stapeling van 2 of meer maatregelen. De percentages zijn schokkend. Van de 65-plussers met een inkomen beneden modaal heeft 70% te maken met een stapeling van 2 of meer maatregelen. Voor 75-plussers met een inkomen beneden modaal is dit zelfs 78%. Van de chronisch zieke 75-plussers extramuraal loopt het percentage verder op tot 93% en bij intramuraal tot 99%!

Zorgen
De CSO maakt zich grote zorgen of gemeenten deze ouderen gaan compenseren voor het koopkrachtverlies dat zij hebben als gevolg van de kabinetsmaatregelen. Maar vooral maakt de CSO zich zorgen over de effecten die dit koopkrachtverlies zal hebben op deze groep. Wij pleiten dan ook voor compensatie voor de forse koopkrachtachteruitgang waarmee deze groep ouderen in 2015 geconfronteerd zal worden en gaan ervan uit dat Kamerleden dit pleidooi mee neemt in hun vragen en het daarop volgende debat met de minister.

 

Belastingplan 2015: slecht nieuws voor ouderen

geld

Als het Belastingplan 2015 wordt aangenomen, zal in 2016 de ouderentoeslag afgeschaft worden en de ouderenkorting versoberen. Dat heeft grote gevolgen voor ouderen. De samenwerkende ouderenorganisaties pleiten voor het niet invoeren van deze maatregelen en hebben gisteren nogmaals een brief met bezwaren gestuurd aan de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer.

6 oktober schreven we ook al een brief aan de Tweede Kamer om bezwaar te maken tegen het wetsvoorstel. Maandag 3 november heeft staatssecretaris Wiebes van Financiën antwoord gegeven op vragen van de leden van de Tweede Kamer over het Belastingplan 2015.  Hij noemde het afschaffen van de ouderentoeslag daarbij een “evenwichtig pakket waarbij ouderen met een laag inkomen zoveel mogelijk ontzien worden”. Onbegrijpelijk, vinden de ouderenorganisaties. Het afschaffen van beide regelingen brengt ouderen immers weer in een nadelige positie ten opzichte van 65-minners. En het zijn vooral ouderen met een laag inkomen en een bescheiden gespaard vermogen vanaf circa €20.000 (per persoon) die door deze maatregelen worden getroffen.

Het Belastingplan is een wetsvoorstel dat met Prinsjesdag wordt aangeboden aan de Eerste en Tweede Kamer. Het plan bestaat uit fiscale maatregelen voor  het inkomensbeleid en de fiscale uitwerking van al aangekondigde maatregelen. Als de Kamerleden instemmen met het Belastingplan 2015 treedt de wet op 1 januari 2015 in werking. Opmerkelijk is dat in het plan voor 2015 al maatregelen voor 2016 worden genoemd. De samenwerkende ouderenorganisaties pleiten voor het niet invoeren van deze maatregelen omdat op dit moment nog geen enkel inzicht is over de effect van de stapeling van maatregelen of welke daar in 2016 nog bovenop komen.

> Lees hier onze bezwaarbrief van 6 oktober
> Lees hier het vervolg van 4 november

Update:
Dinsdag 11 en woensdag 12 november is het Belastingplan 2015 in de Tweede Kamer behandeld en aangenomen: helaas was er (nog) geen gehoor voor de bezwaren van de ouderenorganisaties zodat de nadelige gevolgen voor ouderen voorkomen kunnen worden. Het Belastingplan moet nog aangenomen worden in de Eerste Kamer.

Correctie nodig in pensioenregels staatssecretaris Klijnsma

Klijnsma

De gezamenlijke ouderenorganisaties binnen de CSO willen dat de Eerste Kamer de nieuwe pensioenregels van staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid corrigeert.  Klijnsma’s nieuwe spelregels voor pensioenen, die onlangs door de Tweede Kamer zijn aangenomen, zijn op een aantal punten strijdig met de Pensioenwet. Alleen al om die reden moet de Eerste Kamer dit wetsvoorstel van staatssecretaris Klijnsma door haar laten aanpassen. Dat stellen de gezamenlijke ouderenorganisaties in een brief aan de Eerste Kamer, die zich nog voor kerst over dit wetsvoorstel zal uitspreken.

De Pensioenwet vereist dat een pensioenfonds een kostendekkende premie vaststelt. Het wetsvoorstel van staatssecretaris Klijnsma laat toe dat pensioenfondsen genoegen nemen met een ‘gedempte premie’ op basis van het verwacht rendement van hun beleggingen. Deze gedempte premie is niet kostendekkend, stellen de ouderenorganisaties. Betaling van een lagere dan kostendekkende premie verhoogt juist het risico van korting op de pensioenen. Daarom willen de samenwerkende ouderenorganisaties binnen CSO dat de Eerste Kamer de minister vraagt om een reparatie op dit punt. Door middel van een zogenaamde ‘novelle’ kan alsnog in het wetsvoorstel worden opgenomen, dat betaling van een kostendekkende premie aan een pensioenfonds verplicht is zolang de dekkingsgraad onder de 110% is.

In de brief waarschuwen de ouderenorganisaties ook voor de wettelijke ingreep in de privaatrechtelijke bevoegdheid van de pensioenbesturen en wijzen zij de Eerste Kamer erop dat toezichthouder De Nederlandsche Bank pensioenfondsen volgens het wetsvoorstel een beleggingsmix kan opleggen. Dat is strijdig met de vrijheid van pensioenbesturen om binnen zorgvuldigheidsgrenzen zelf hun beleggingsmix te kiezen.

Ouderenorganisaties blij met eenvoudiger regels AOW en samenwonen

aowregels

Ouderen met een AOW-uitkering die samenwonen, maar wel hun eigen (huur)huis hebben waarvoor zij de kosten betalen, worden voortaan gezien als niet-samenwonend. Hierdoor ontvangen zij een hogere AOW-uitkering. De regels worden eenvoudiger voor AOW-ers en zijn makkelijker uit te voeren door de SVB. Staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schrijft dit vrijdag in een brief aan de Tweede Kamer.

Ongehuwde AOW-ers die een eigen (huur)woning hebben krijgen voortaan 70% AOW, indien ze  een partner hebben die ook eigen (huur)woning heeft. Dit levert meer duidelijkheid op voor de AOW-ers.

De regels zijn complex voor lattende AOW-ers en de controle is arbeidsintensief voor de SVB. Het voorstel zorgt er voor dat de regels eenvoudiger worden en er daardoor meer duidelijkheid komt voor de AOW-ers. De Sociale Verzekeringsbank kan deze regels dan ook makkelijker uitvoeren.

Lees hier meer informatie.

Stem laten horen: pensioenprotest Den Haag

DSCF0744

“Waarom we hier staan? Omdat dit nieuw Financieel Toetsingskader slecht is voor gepensioneerden, maar vooral voor hun kinderen en kleinkinderen”, sprak NVOG-voorzitter Jaap van der Spek, namens de ouderenorganisaties afgelopen maandag tijdens het pensioenprotest in Den Haag. Helaas stemde de Tweede Kamer die dag wel in met het wetsvoorstel en werd het nieuw Financieel Toetsingskader aangenomen: een tegenvaller. Gelukkig werd het voorstel dat pensioenfondsen sneller mogen indexeren ook aangenomen, daar zijn we blij mee.

“Het nieuw Financieel Toetsingskader is slecht omdat er de komende 10 tot 15 jaar geen indexeringen mogelijk zijn. Slecht, vanwege veel te hoge buffers en slecht voor de Nederlandse economie”, verwoordde Van der Spek de boodschap van de ouderenorganisaties PCOB (in samenwerkingsverband CSO), NVOG en KNVG. Lees hier het pamflet dat werd uitgereikt tijdens de bijeenkomst met ons standpunt. DSCF0748

De ouderenorganisaties lieten hun stem horen tegen de invoering van het zogeheten nieuw Financieel Toetsingskader (nFTK). Wij hebben dat als samenwerkende ouderenorganisaties meermalen kenbaar gemaakt met brieven aan Den Haag en door, in samenwerking met de KNVG, het discussierapport Naar een nastrevenswaardig pensioenstelsel op te stellen.

Tegenvaller
De Tweede Kamer boog zich maandag over de vele vragen die door de samenwerkende ouderenorganisaties over dit nFTK zijn gesteld: een mooi moment om nogmaals letterlijk onze stem te laten horen op het Plein voor de Tweede Kamer. Samen met organisatoren FNV en CNV waren we met ongeveer 200 mensen aanwezig in Den Haag. Helaas kreeg ons geluid, dat de het nieuwe FTK schadelijk en overbodig is voor ouderen én jongeren, geen gehoor. De Kamer heeft maandag ingestemd met het wetsvoorstel: het nFTK wordt wel aangenomen. Een flinke tegenvaller.DSCF0730

Sneller indexeren
Goed nieuws is wel dat het pensioenfondsen die hun zaakjes helemaal op orde hebben, sneller mogen indexeren. Volgens het wetsvoorstel zouden ze dat over een termijn van tien jaar moeten uitsmeren. Dat wordt nu vijf jaar. Dit bevordert nog enigszins dat de pensioenen hun waardevastheid behouden.

Dank aan de leden die aanwezig waren of kenbaar hebben gemaakt het protest op afstand te steunen. De ouderenorganisaties betreuren dat het protest niet het beoogde resultaat op heeft geleverd, maar het is goed dat wij hierin onze stem hebben laten horen en ook blijven laten horen.

 

 

Begroting SZW: slecht nieuws voor koopkracht van ouderen

De samenwerkende ouderenorganisaties Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM (verenigd in de CSO)  bestudeerden de Rijksbegrotingen voor 2015. De CSO en haar achterban is zwaar teleurgesteld in dit kabinet. Ook dit jaar staan er in de begrotingen veel maatregelen die specifiek ouderen treffen. Deze stapeling van maatregelen raakt vooral de ouderen met zorgkosten. Wij maken ons grote zorgen of gemeenten deze ouderen gaan compenseren voor het koopkrachtverlies dat zij hebben als gevolg van de kabinetsmaatregelen.

CSO stuurde een brief aan de Kamercommissie. Lees deze hier.

Dit zijn onze eigen koopkrachtcijfers: de berekeningen die het Nibud voor ons maakte rond de koopkracht van ouderen in 2015. 

Lees ook onze notitie (analyse) over de koopkracht van ouderen van 2012 tot 2014.

Verlaging van de AWBZ- premie blijkt een sigaar uit eigen doos

De verlaging van de AWBZ premie blijkt een sigaar uit eigen doos. Via een verhoging van de inkomstenbelasting en de premie zorgverzekering betalen we in 2015 meer dan in 2014.

De premie voor de AWBZ wordt in 2015 fors verlaagd. De AWBZ-premie maakt deel uit maakt van het tarief in de 1e en 2e schijf van de inkomstenbelasting. Normalerwijs zou de daling van de AWBZ premie dan ook leiden tot een verlaging van de inkomstenbelasting.

Maar helaas die vlieger gaat niet op, want tegenover die daling van de AWBZ premie staat een verhoging van het tarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting. Die verhoging wordt door de regering ‘verkocht’ als een verlaging, dus die AWBZ-premieverlaging is van vestzak naar broekzak gegaan in de rijksbegroting. Dat is deels te begrijpen omdat een deel van de taken uit de AWBZ naar de gemeenten gaan, dat deel betalen we dus extra. Daarvoor vindt een (gekorte) afdracht plaats naar de gemeenten.

Voor de taken die naar de zorgverzekeraars gaan wordt de premie zorgverzekering verhoogd, met andere woorden: dat deel betalen we zelf. Kortom we worden blij gemaakt met een sigaar uit eigen doos.

Getallen:

  • De AWBZ-premie wordt in 2015 fors verlaagd, nl. van 12,65% naar 9,65%.
  • Het tarief in de eerste schijf van de inkomsten belasting stijgt ¼% (t.o.v. 2014)
  • In vergelijking met  2013 daalt het tarief een ½%
  • Voor de taken die naar zorgverzekeraar gaan, wordt de  premie zorgverzekering verhoogd.

 

Koopkracht ouderen daalt met 6,1%

De koopkrachtdaling van ouderen blijkt veel hoger te zijn dan de 1,5% waarvan tot nu toe werd uitgegaan. In sommige gevallen gaat het zelf om een koopkrachtdaling van 6,1%. Dit is de uitkomst van de koopkrachtberekeningen die het Nibud in opdracht van de CSO, de koepel van de ouderenorganisaties Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM, heeft uitgevoerd.

poster-mn2014-588

De Nibudberekeningen laten zien dat ouderen met een hoog aanvullend pensioen en ouderen die veel zorgkosten hebben er veel meer op achteruit gaan dan het gemiddelde van 1,5%, zoals opgenomen in de begroting van SZW.

Ouderen met laag inkomen meest achteruit
In de groep ouderen met hoge zorgkosten varieert de koopkrachtdaling van 1,8% tot 6,1%. Binnen deze groep gaan ouderen met een laag inkomen er het meest op achteruit. Een alleenstaande AOW-gerechtigde met hoge zorgkosten en een klein aanvullend pensioen van 5000 euro heeft in 2014 6,1% minder te besteden, wat neerkomt op bijna 100 euro per maand. De forse koopkrachtdaling van deze ouderen wordt onder andere veroorzaakt doordat verschillende compensatiemaatregelen voor zorgkosten afgeschaft worden. Het is de bedoeling dat gemeentes deze inkomensvoorzieningen gaan uitvoeren. Helaas wordt er fors op het totale budget bezuinigd en krijgen de gemeentes veel minder geld om deze taak over te nemen. Bovendien wordt het budget dat de gemeentes krijgen niet geoormerkt, zodat het geld ook aan andere zaken uitgegeven kan worden.In de groep ouderen die geen of nauwelijks zorgkosten hebben zijn het de ouderen met een hoger aanvullend pensioen die er het meest op achteruit gaan. Bij deze ouderen loopt de koopkrachtdaling op tot 2,6%. De koopkrachtdaling van ouderen met een aanvullend pensioen wordt onder andere veroorzaakt door belastingmaatregelen en de korting op de pensioenen. In de berekeningen wordt slechts rekening gehouden met een gemiddelde korting van 0,75% terwijl veel gepensioneerden ook komend jaar hoogstwaarschijnlijk weer geconfronteerd zullen worden met een hogere korting op hun pensioen.

Geen compensatie meer
Veel gemeentes overwegen om de kosten van zorg te compenseren via de individuele bijzondere bijstand. In dat geval zullen veel ouderen, die nu nog in aanmerking komen voor de huidige regelingen, niet meer gecompenseerd worden. Men komt namelijk pas in aanmerking voor bijzondere bijstand met een inkomen op minimumniveau. Ook wordt rekening gehouden met het vermogen en de inkomsten van een partner. Deze voorwaarden gelden niet voor de huidige regelingen. Een oudere met AOW en een klein aanvullend pensioen of een oudere met wat spaargeld krijgt dan geen compensatie meer voor zorgkosten. Dit leidt tot een forse koopkrachtdaling voor deze groep ouderen.

Stapeling zorgkosten
Veel ouderen zijn grootgebruikers van zorg. Zij worden geconfronteerd met een stapeling van zorgkosten die als gevolg van de kabinetsplannen in de toekomst niet of nauwelijks meer gecompenseerd zullen worden. De eerdere toezegging van minister Asscher aan de ouderenorganisaties, om de koopkrachtdaling van ouderen in 2013 te compenseren in de begroting voor 2014, blijkt niets waard te zijn. De CSO is daarom erg teleurgesteld en zal er bij de Tweede Kamerleden op aandringen om, tijdens de behandeling van de begroting 2014, de minister te verzoeken alsnog de compensatie te realiseren.

Download hier de koopkrachtberekeningen van het NIBUD.

Ouderen kind van de rekening

Ouderen worden voor het zesde jaar op rij onevenredig zwaar getroffen door de kabinetsmaatregelen voor 2015. De koopkracht van veel huishoudens stijgt, maar die van de meeste ouderen daalt juist. Ouderen met zorgkosten krijgen de grootste klappen, tot wel min 15%. Dit blijkt uit de koopkrachtberekeningen voor ouderen die het Nibud uitvoerde in opdracht van de CSO, de koepel van ouderenorganisaties waarin NOOM, NVOG, Unie KBO en de PCOB samenwerken.

Prinsjesdag_824x675Veel koopkrachtcijfers lekten al eerder uit. Maar over specifieke typen huishoudens wisten we nog weinig. Onze Nibud-berekeningen geven een breder beeld van de koopkrachteffecten van de regeringsmaatregelen. We lieten de koopkrachteffecten van 59 verschillende huishoudens (met en zonder zorgkosten) berekenen. Daarbij is ook gekeken naar specifieke maatregelen, zoals het afschaffen van compenserende maatregelen en woonkosten en kosten op het terrein van de zorg.

Ouderen erop vooruit?!
Uit de Nibud-plaatjes blijkt dat de koopkracht van alleenstaande ouderen met alleen AOW iets achterblijft. Alleenstaande ouderen met een aanvullend pensioen van 10.000 euro per jaar gaan er 1,2% op achteruit. Oudere echtparen gaan er allemaal op achteruit. Ook hier is de koopkrachtachteruitgang van het echtpaar met een aanvullend pensioen van 10.000 euro het grootst (1,9%). Dit wordt veroorzaakt door de versnelde afbouw van de zorgtoeslag.

Ouderen met zorgkosten: daling tot 15%
De grootste pijn ligt bij de ouderen die zorg en ondersteuning nodig hebben. De bezuinigingen in de zorg hebben tot gevolg dat deze ouderen het meest getroffen worden. Zij leveren meer in dan de ouderen zonder zorgkosten. Alle ouderen met zorg gaan er in koopkracht op achteruit. De koopkrachtachteruitgang kan wel 4,8% bedragen. Ook bij de ouderen die zorg nodig hebben zien we dat de koopkracht van de alleenstaande c.q. echtpaar met een aanvullende pensioen van 10.000 euro fors getroffen worden met een koopkrachtachteruitgang van 3,1% resp. 3,5%. Dit als gevolg van het wegvallen van de Wtcg-korting op de eigen bijdrage van 33%. Als de oudere ook  huishoudelijke hulp heeft, die volgend jaar zelf betaald moet gaan worden, dan zien we koopkrachtdalingen van 10 tot 15 procent als gemeenten niets doen aan compensatie.

Stapelgek van stapeling
Wat vinden de ouderenorganisaties hiervan? Directeur Hadewych Cliteur van koepel CSO: “Senioren zijn met deze plannen slechter af dan vergelijkbare huishoudens van 65-minners. Onze ouderen zijn bereid om de bezuinigingen mee te dragen. Maar zij dringen wel aan op evenredigheid. CSO pleit voor een samenleving waarin sprake is van solidariteit tussen de inkomensgroepen, tussen jong en oud en tussen zieke en gezonde mensen.  Daarin draagt iedereen naar draagkracht bij!”

De CSO en haar achterban zijn zwaar teleurgesteld in deze regering. Ook dit jaar staan er in de rijksbegrotingen veel maatregelen die specifiek ouderen treffen. Hadewych Cliteur: “Deze stapeling van nieuwe maatregelen op oude maatregelen raakt opnieuw ouderen extra, vooral als ze hoge zorgkosten hebben. Wij maken ons zorgen of gemeenten hulpbehoevende ouderen gaan compenseren voor de kosten in de huishoudelijke verzorging.”

Meer informatie:

Het Nibud-rapport voor de CSO kunt u hier downloaden.

Rekenvoorbeeld

  • Alleenstaande 65+, AOW + € 10.000
    • Jaarinkomen: circa € 24.200
    • Minder koopkracht in 2015: – € 252
    • Met zorgkosten: – € 660

     

  • Echtpaar65+, AOW + € 10.000
    • Jaarinkomen: circa € 29.800
    • Minder koopkracht in 2015: – € 528
    • Met zorgkosten: – € 948

 Merk op: AOW + € 10.000 is een inkomensgroep beneden gemiddeld.

Werkgevers, werknemers, ouderen, jongeren en pensioenfondsen: één pensioenstelsel, één set spelregels

De samenwerkende ouderenorganisaties NOOM, NVOG, Unie KBO en PCOB roepen samen met de ANBO, CNV Jongeren, FNV-Jong, FNV Senioren, KNVG, Pensioenfederatie en Stichting van de Arbeid het kabinet in een verklaring op om tot één set van financiële spelregels te komen voor alle pensioenfondsen. De organisaties willen geen tweedeling in het pensioensysteem maar één gemeenschappelijk toezichtkader waarbinnen alle typen pensioencontracten passen.

De nieuwe spelregels moeten volgens deze maatschappelijke organisaties  in ieder geval voldoen aan de volgende uitgangspunten:

  • Meer stabiliteit in de pensioenen en de premies. Hiermee kan voorkomen worden dat pensioenuitkeringen onnodig zwaar worden gekort (zoals de afgelopen tijd voorkomt) en dat forse premiestijgingen nodig zijn. Op die manier willen partijen alle generaties meer stabiliteit bieden. Spreiding van kortingen en verhogingen over een periode van maximaal tien jaar bevordert de gewenste stabiliteit.
  • Geen gedwongen conservatieve beleggingen tijdens wat lagere dekkingsgraden. Hierdoor wordt  indexatie in de toekomst vrijwel onmogelijk. Fondsen beleggen voor de lange termijn en moeten hierover helder zijn naar alle belanghebbenden.
  • Het voorkomen van juridische discussies over het zogenaamde ‘invaren’ van opgebouwde rechten.

De ondertekenaars, met een breed maatschappelijk draagvlak, rekenen erop dat het kabinet serieus rekening houdt met hun  verklaring en dat het kabinet hen nauw betrekt bij de verdere uitwerking van de nieuwe spelregels.

Lees hier de volledige verklaring.

Ouderen pispaal overheid

Ouderen zijn woest over de uitgelekte maatregelen. Als de plannen waar zijn, blijkt dat de ouderen wederom opdraaien voor de sluiting van de begroting.

Hadewych Cliteur, directeur ouderenkoepel CSO: “De ouderen worden zo het afvoerputje voor alle maatregelen, waar dit kabinet geen oplossing voor weet te vinden: 660 miljoen die het kabinet tekort komt doordat de huishoudtoeslag niet uitvoerbaar bleek, voelt als een rekening die door de ouderen moet worden betaald. Het begint sterk te lijken op mismanagement in het verdelen van lasten.”

De koopkracht van ouderen daalt al jaren aanzienlijk, zo blijkt uit berekeningen van de CSO-ouderenorganisaties. Hadewych Cliteur: “Vooral ouderen met hoge zorgkosten zijn de pineut, blijkt uit onze cijfers. De lidorganisaties Unie KBO en PCOB, NVOG en NOOM doen onderzoek naar de daadwerkelijke financiële situatie van verschillende groepen ouderen, de zorgen die zij hebben en het vertrouwen dat zij nog hebben in het kabinet. Die gegevens maken wij zo snel mogelijk bekend.”

Juist nu de ouderenorganisaties in gesprek zijn met minister Lodewijk Asscher en staatssecretaris Jetta Klijnsma van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) lekt uit dat nieuwe bezuinigingen in het bijzonder ouderen hard gaan raken. AOW-ers betalen vanaf 2016 meer belasting, omdat de ouderenkorting daalt. De zorgpremie gaat juist omhoog. CSO-directeur Hadewych Cliteur: “Ongelofelijk! Zo zet je de deur naar de tweedeling in de samenleving wagenwijd open. Voor ouderen is er immers geen mogelijkheid meer om hun financiële situatie te verbeteren door inkomen uit arbeid.”

Ouderen worden stapelgek van de stapeling van de diverse maatregelen die op hen afkomen. “We zijn bezig met een inventarisatie van alle maatregelen en de negatieve gevolgen en komen daar zeer zeker op terug. De ouderen accepteren dit niet meer. Het wordt tijd voor actie!”

Ouderenorganisaties uiten zorgen bij Asscher en Klijnsma

asscherOp 3 september zat een delegatie van de koepel van ouderenorganisaties CSO aan tafel bij vicepremier Asscher en staatssecretaris Klijnsma. Het werd een pittige gesprek over diverse onderwerpen, waaronder de koopkracht van ouderen.

Ook de rol van minister Asscher als coördinerend bewindspersoon ouderenbeleid werd aan de orde gesteld. De CSO toonde zich zeer bezorgd over de koopkrachtontwikkeling van grote groepen ouderen in Nederland, en hield een warm pleidooi voor compenserende maatregelen. Minister Asscher deed geen enkele toezegging en verwacht dat 2015 een zwaar jaar wordt voor iedereen, inclusief de ouderen.

De CSO bleef op haar beurt aandringen op een gelijkwaardige koopkrachtpositie van ouderen in onze samenleving. Met andere woorden: ouderen mogen niet onevenredig zwaar getroffen worden door grote nadelige gevolgen van stapeling van maatregelen vanuit verschillende departementen. Vandaar ook ons krachtige pleidooi voor een betere afstemming en coördinatie tussen die departementen. Minister Asscher heeft al eerder toegezegd hier een rol in te willen spelen. Daaraan zullen we de minister houden.

De CSO-delegatie was na afloop van het overleg bepaald niet gerustgesteld en heeft aangedrongen op een spoedig vervolgoverleg. “Er is nog een hoop werk aan de winkel”, aldus delegatievoorzitter Wil van der Kruijs.

Ouderenorganisaties vinden het nieuwe Financiële Toetsingskader overbodig en schadelijk

tweede-kamer-stoelDe samenwerkende ouderenorganisaties Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM wijzen het het nieuwe Financiële Toetsingskader af, omdat het overbodig is en schadelijk.

Het stelsel dat er nu is, heeft zich inmiddels bewezen, ook in de achterliggende crisisjaren. Aanpassing daarvan is overbodig. Wij denken dat met een paar aanpassingen, bijvoorbeeld het uitsmeren van tekorten over meerdere jaren, het huidige toetsingskader nog jaren mee kan en dat het onverstandig is om nu tussentijds een fors nieuw toetsingskader te realiseren, met lange termijn consequenties, terwijl inmiddels de voorbereidingen zijn gestart om te komen tot een nieuw pensioengebouw.

Het pensioencontract is een privaatrechtelijke overeenkomst. In een tijd van eigen verantwoordelijkheid en marktwerking, waarin aan pensioenfondsbestuurders terecht grote eisen worden gesteld, zou de staat zich uiterst terughoudend moeten opstellen.

Het nFTK is schadelijk omdat door de stapeling van zekerheden (extra buffervorming, toekomstbestendige indexatie) een aanslag wordt gedaan op komende indexeringen, hetgeen slecht is voor zowel jongeren als ouderen. Door de extra buffervorming wordt bovendien een grote hoeveelheid geld, dat wordt uitgezet in het buitenland, onttrokken aan onze economie, met alle negatieve consequenties van dien. Het verhogen van de buffers geeft bovendien een schijnzekerheid, want ook met hoge buffers is er nog steeds sprake van mogelijke instabiliteit. Als de aandelenmarkten bijvoorbeeld instorten, of in het geval van een blijvend lange lage rente, zijn er dezelfde problemen te verwachten als nu.

Het nFTK is tevens schadelijk omdat toegestaan wordt dat de premieberekening plaats vindt op basis van verwacht rendement. Hierdoor ontstaat er inconsistentie is tussen de grondslagen voor de premie en voor de verplichtingen. Premies moeten op dezelfde grondslagen worden vastgesteld als de verplichtingen en dus echt kostendekkend zijn, zodat er geen eigen vermogen hoeft te worden gebruikt om de toekomstige pensioenen van actieven ‘overeind te houden’ of omgekeerd.

Jos Berkemeijer, voorzitter pensioenen CSO
Martin van Rooijen, voorzitter KNVG
Jaap van der Spek, voorzitter NVOG

Ouderenorganisaties overleggen met Asscher en Klijnsma

Aan de vooravond van Prinsjesdag gaan de samenwerkende ouderenorganisaties op 3 september in gesprek met minister Asscher en staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) over diverse onderwerpen, waaronder koopkracht en het bevorderen van arbeidsparticipatie van ouderen.

Vorig week sijpelde via de media de berichten naar buiten dat iedereen in Nederland er dit jaar in koopkracht op vooruit zal gaan. Dat lijkt goed nieuws. Koopkracht is één van de onderwerpen waarover de ouderenorganisaties met de Minister in gesprek gaan. Vanaf 2002 laat ouderenkoepel CSO het Nibud jaarlijks koopkrachtberekeningen maken voor verschillende groepen ouderen. CSO-directeur Hadewych Cliteur: “Uit onze NIBUD-berekeningen blijkt dat de koopkracht van ouderen voor sommige groepen ouderen de laatste jaren hard achteruit is gegaan. Dat geldt in het bijzonder voor ouderen met zorgkosten”. Of dat dit jaar weer het geval is zal een nieuw onderzoek aan het licht moeten brengen, tegelijkertijd lijkt een ‘winstwaarschuwing’ aan de Minister op zijn plaats.

Laat talent niet onbenut
Een ander gespreksonderwerp met het ministerie van SZW is het bevorderen van arbeidsparticipatie van ouderen. De leeftijd waarop we met pensioen gaan stijgt en tegelijkertijd blijkt uit onderzoek dat de gemiddelde leeftijd van werknemers daalt. Werkloze 50-plussers komen nauwelijks nog aan de slag. In een eerder overleg heeft Asscher toegezegd maatregelen te nemen. Vooralsnog lijkt er weinig effect. Er liggen aanbevelingen vanuit diverse projecten uitgevoerd door de samenwerkende ouderenorganisaties. Tijd voor een Deltaplan?

Taaleis
Christina Harreveldt, voorzitter van NOOM, pleit in het overleg voor een leeftijdsgrens voor de taaleis. Op 3 juli jl. is het wetsontwerp ingediend dat bijstandsgerechtigden verplicht aan een taaleis te voldoen (33975 nr.3). Het vereiste niveau is het eindniveau van de basisschool (F1). Wie geen inburgeringsexamen heeft gedaan of acht jaar onderwijs heeft gevolgd, wordt verplicht een test af te leggen. De bijstand wordt niet verlaagd indien betrokkene zich binnen een maand bereid verklaart Nederlands te gaan leren. Wie daar niet toe bereid is of bij een daartoe af te nemen toets onvoldoende verbetering / inspanningen laat zien, krijgt zes maanden een korting van 20%, daarna zes maanden 40% en daarna 100%. Ook ouderen met AIO vallen onder deze wet, er is geen leeftijdsgrens. Het ontbreken van die leeftijdsgrens is voor veel ouderen een doorn in het oog. Christina Harreveldt voorzitter van de NOOM pleit voor een leeftijdsgrens: “Wat is de toegevoegde waarde voor een 80 jarige om Nederlands te moeten leren op straffe van een korting, bizar!’’

Stapeling van beleid
De komende jaren gaat er nogal wat veranderen in de samenleving, ‘van verzorgingsstaat naar de participatiesamenleving’. In rap tempo wordt er gewerkt aan nieuwe wet- en regelgeving. CSO-directeur Hadewych Cliteur: ‘’We zien nu al dat wet- en regelgeving in de praktijk haaks op elkaar staan. Mensen worden als het ware door een ‘frietsnijder’ opgedeeld in partjes. Soms met verstrekkende gevolgen voor met name ouderen’’. Een van de bekendere voorbeelden daarvan is de ‘mantelzorgboete’. Naast het feit dat de mantelzorgboete van tafel moet, is de noodzaak tot afstemming en coördinatie groot. De samenwerkende ouderenorganisaties pleiten voor een coördinerend bewindspersoon.

Lees meer over de uitkomsten van het gesprek. 

Kritiek ouderenorganisaties op uitholling pensioenen

afbeelding uitkomsten verkiezingspanel

Stapeling van oude en nieuwe maatregelen leidt tot fors lagere toekomstig bereikbare pensioenen voor werknemers en gepensioneerden. Door het zes jaar lang niet indexeren van hun pensioenopbouw, het fors verlaagde opbouwpercentage en de voorgestelde aanpassing van het financieel toetsingskader (FTK) kan hun toekomstig bereikbare aanvullend pensioen tot 48% dalen.

De gevolgen voor werknemers zijn desastreuzer dan voor gepensioneerden. Dat stellen de samenwerkende ouderenorganisaties CSO en KNVG in hun reactie op het wetsvoorstel van staatssecretaris Klijnsma, die nieuwe spelregels voor pensioenen wil invoeren. Deze reactie wordt op 3 september tijdens een hoorzitting over het nieuwe financieel toetsingskader in de Tweede Kamer besproken.

Lees hier het standpunt van de ouderenorganisaties.

Ouderen willen betrokken worden bij onderzoek mantelzorgboete

Staatssecretaris Klijnsma heeft tijdens de behandeling van het wetsvoorstel over de mantelzorgboete toegezegd dat de regering het komende jaar zal benutten om samen met gemeenten, het SCP en Mezzo te onderzoeken wat de effecten zijn van de kostendelersnorm op de mantelzorg.

Bij de ouderenorganisaties komen veel vragen over de kostendelersnorm binnen van verontruste ouderen en hun kinderen. Niet alleen over de kostendelersnorm voor de AOW-gerechtigden maar ook over de kostendelersnorm voor de mantelzorgers. Ook zijn er vragen over de gevolgen van de kostendelersnorm voor ouderen met een onvolledige AOW en een AIO-uitkering. We horen de vaak schrijnende verhalen van mensen die hun baan geheel of gedeeltelijk hebben opgegeven om voor partner of familielid te zorgen en geconfronteerd worden met de gevolgen van de kostendelersnorm.

Voor de CSO was dit aanleiding om de staatssecretaris te vragen om ook de CSO te betrekken bij het onderzoek.

Klik hier voor de brief.

Concept nieuwe pensioenregeling

Afgelopen vrijdag stemde het kabinet in met nieuwe pensioenregels, die vanaf 2015 moeten gaan gelden. De nieuwe pensioenregels gaan nu naar de pensioenwereld voor consultatie. De komende twee maanden kunnen de verschillende fondsen de effecten op hun pensioenpremie in kaart brengen en dit aan het kabinet terugkoppelen, zegt staatssecretaris Klijnsma. Het streven is dat er voor de kerst een wetsvoorstel in de Tweede Kamer ligt. De ouderenorganisaties bereiden zich gezamenlijk voor op een goede inbreng in deze discussie. Daartoe wordt eerst op  30 juli een informatieve bijeenkomsten met ambtenaren bijgewoond, waarna onze deskundigen aan de slag gaan.

KlijnsmaDe overgang naar nieuwe pensioenregels is ingewikkeld, omdat duidelijk is geworden dat de voorstellen zullen betekenen dat de (kostendekkende) premies fors omhoog moeten en dat daardoor het ingecalculeerde bedrag van bijna 3 miljard (verlaging van het opbouwpercentage tot 1,75%) bij lange na niet wordt gehaald. Er lijkt zelfs sprake te zijn van een verlies aan belastinginkomsten, terwijl de koopkracht van werknemers erop achteruit gaat. Het beestje zal nog wel vele staartjes blijken te hebben.

Een redelijk en vrij zeker pensioen, nu en voor onze kinderen in de toekomst, vraagt offers, maar of de politici deze discussie met sociale partners en met ouderenorganisaties willen aangaan, is zeer de vraag. Bovendien is er niet veel tijd meer, want in december moet de wet ingediend worden, wil invoering per 1 januari 2015 haalbaar zijn.

Wmo aangenomen door Eerste Kamer: gemengde gevoelens

eerstekamer

De koepel van ouderenorganisaties CSO heeft met gemengde gevoelens kennis genomen van het feit dat de Eerste Kamer heeft ingestemd met nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning, ook wel Wmo2015. Daarbij stemden 37 senatoren voor en 36 senatoren tegen. Deze wet brengt voor veel mensen grote verandering met zich mee. “Enerzijds is het goed dat er nu duidelijkheid is en kunnen gemeentes aan de slag. Uitstel zou voor nog meer onrust hebben gezorgd en daar is niemand bij gebaat; gemeentes niet en hulpvragers al helemaal niet. Daarom is het goed dat nu duidelijk is welke zorgtaken naar de gemeente gaan”, stelt Hadewych Cliteur, directeur CSO, namens de lidorganisaties Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM. “Anderzijds maken wij ons zorgen om groepen kwetsbare ouderen en hun ondersteuning.”

Onrust
In de achterbannen van de ouderenorganisaties Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM is veel onrust. “Dat komt omdat nog niet goed duidelijk is wie straks waar terecht moet en of je nog wel de zorg kunt krijgen die je nodig hebt. Dat geldt overigens niet alleen voor ouderen, maar voor alle Nederlanders die deze majeure verandering treft. Daarom hebben wij bij VWS ook steeds aangedrongen op tijdige communicatie. Dat kan nu dan eindelijk in gang gezet worden.”

Uit een recent onderzoek van negen cliëntenorganisaties waaronder de CSO, blijkt dat veel mensen tot nu toe algemene informatie van hun gemeente hebben ontvangen over de decentralisatie. Ze hebben daardoor nog geen beeld hoe de veranderingen voor henzelf gaan uitpakken. “Bijna iedereen maakt zich zorgen over de continuïteit en kwaliteit van de ondersteuning die ze straks via de gemeenten krijgen”, stelt Cliteur. “Veel ondervraagden geven aan dat de ondersteuning die ze nu krijgen een wankel evenwicht is van professionele zorg, mantelzorg en hulp van vrijwilligers. Ze zijn bang dat dit evenwicht door de overgang naar de gemeente  wordt verstoord. Bijvoorbeeld doordat er een groter beroep op mantelzorgers en vrijwilligers moet worden gedaan. Veel mantelzorgers zijn al zwaar of overbelast.”

Nieuwe manier van denken én doen
De invoering van de nieuwe Wmo betekent dat met ingang van januari 2015 niet langer de overheid maar de gemeente de zorg aan mensen met een beperking moet regelen. Daarbij is het uitgangspunt dat iemand, met hulp van zijn omgeving, zich zo lang mogelijk thuis probeert te redden. De zorgverzekeraar betaalt de verpleging en verzorging thuis. Alleen mensen die heel veel zorg nodig hebben kunnen terecht in een zorginstelling. “Het is niet zomaar even een wetswijziging of overheveling van taken van Rijk naar gemeenten. Het luidt een fundamentele verandering in als het gaat om onze manier van denken en doen rond hulp vragen én aanbieden.”

De CSO is van mening dat de gedachten achter de vernieuwde Wmo niet verkeerd zijn. “Laat mensen zelf aan het stuur. Dat wil geenszins zeggen dat mensen daarmee alles zelf moeten uitvinden. Mensen moeten wel degelijk te worden toegerust om ook daadwerkelijk de dingen zelf te kunnen regelen en organiseren.” De nieuwe Wmo geeft volgens de ouderenkoepel ook kansen door op een andere wijze naar zorg en ondersteuning te kijken. “Wel hebben wij als ouderenkoepel zorgen dat bepaalde groepen mensen tussen de wal en het schip dreigen te komen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de groep kwetsbare ouderen, die zorg nodig heeft maar een klein of soms zelfs geen netwerk van mensen die naar hen omziet. Blijven deze mensen in beeld en krijgen ze tijdig de zorg en ondersteuning die ze nodig hebben? Wat is er gaande achter de voordeur van mensen zonder partner, zonder kinderen of anderen om zich heen?”

Cliëntondersteuning gegarandeerd
Tijdens het plenaire debat in de Eerste Kamer werden door diverse woordvoerders zorgen geuit over de snelheid en omvang van de transitie en de (beperkte) financiële middelen voor gemeenten. Een motie om er voor 1 oktober 2014 afdoende waarborgen te creëren die moeten bijdragen aan het gegarandeerd continueren van de onafhankelijke cliëntondersteuning in alle gemeenten is aangenomen. “Hier zijn we echt blij mee. Uit een recente monitor van MEE Nederland, die mensen met een beperking ondersteunt, blijkt dat de beschikbaarheid van cliëntondersteuning voor kwetsbare burgers in de meeste gemeentes namelijk nog niet goed is geregeld. In 63% van de 403 gemeenten zijn geen afspraken gemaakt over de continuïteit van cliëntondersteuning per 1 januari 2015. En in 37% van de gemeenten zijn weliswaar afspraken gemaakt, maar voldoen die op cruciale punten niet aan de Wmo 2015. Direct gevolg is een groot deel van deze burgers volgend jaar in hun gemeente niet kan rekenen op de cliëntondersteuning waar ze volgens de nieuwe Wmo recht op hebben. Clientondersteuning, formeel of informeel, is juist nu van essentieel belang voor mensen, gezien alle veranderingen die er op hen afkomen”, aldus Cliteur. “Vrijwillige ouderadviseurs kunnen hier een grote rol in vervullen”, stelt de ouderenkoepel namens haar lidorganisaties Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM.

Intussen is de CSO met MEE aan de slag gegaan om te bezien hoe de aansluiting tussen de formele en de informele cliëntondersteuning eruit moet zien, op een manier dat het voor de ouderen helder is van wie ze wanneer welke hulp kunnen verwachten.”

Bekijk op de website van de NOS een filmpje dat uitlegt wat er gaat veranderen met de nieuwe Wmo.

Senaat stemt voor mantelzorgboete

Vraag en antwoord Zorg zonder verblijf Spaargeld

Wat een tegenvaller! Op 1 juli stemde de Senaat in met een pakket bezuinigingsmaatregelen in de sociale zekerheid. Inclusief de omstreden mantelzorgboete. Een motie om later over de boete te beslissen, werd verworpen. De senaat nam genoegen met de toezegging van staatssecretaris Klijnsma om de effecten te onderzoeken.

Op dinsdag 1 juli stemde de Eerste Kamer over de Wet werk en bijstand. Waaronder de kostendelersnorm, de ‘mantelzorgboete’. Over dit onderwerp is langdurig gedebatteerd in de Eerste én de Tweede Kamer. De Kamerleden van verschillende partijen zijn ook veelvuldig in de media geweest en hebben vurig hun meeleven betoond met zorgbehoevende AOW-ers en hun mantelzorgers.

Solidair?
Lang zag het er dus naar uit dat de Senaat weerstand zou bieden tegen de mantelzorgboete. De ouderenorganisaties waren hier blij mee, want zij zijn van mening dat de boete de zorg voor elkaar ondermijnt. Bovendien geeft het kabinet een verkeerd signaal aan Nederlanders af die zelf de zorg voor hun ouders op zich willen nemen, wat toch een wens is van het kabinet onder het mom van de participatiemaatschappij.

Onderzoek
Het aanvankelijke maatschappelijke en politieke verzet leidde er toe dat staatssecretaris Klijnsma de invoering van de mantelzorgboete voor AOW-ers uitstelde tot 1 juli 2016. Komend jaar laat zij onderzoek doen hoe mantelzorgers het beste ondersteund kunnen worden. Dit onderzoek neemt ook de effecten van de kostendelersnorm op de mantelzorg mee. De uitkomsten van het onderzoek bespreekt de bewindsvrouw met de Tweede en de Eerste Kamer. Maar wat gaat dit onderzoek doen? Een aantal senatoren vroeg tevergeefs of de uitkomsten van het onderzoek konden leiden tot het schrappen van de mantelzorgboete. Op 1 juli kwam een motie in stemming om pas over de kostendelersnorm te stemmen als de uitkomsten van het onderzoek bekend zijn én na uitdrukkelijke instemming van de Eerste Kamer. Deze motie werd verworpen. Het was de laatste strohalm voor hulpbehoevende AOW-ers en hun inwonende verzorgers. De bezuinigingswind is voor hen extra guur.

De CSO stuurde een brief aan de Eerste Kamer om knelpunten rond om de mantelzorgboete op te lossen. Lees hier de brief.

Aanvulling: inmiddels zijn de ouderenorganisaties wel betrokken bij het onderzoek naar de mantelzorgboete. Op 15 oktober vond een eerste gesprek plaats met staatssecretaris Klijnsma en ambtenaren. 

Ouderenorganisaties in gesprek met VVD over samenhangend beleid

Een vertegenwoordiging van de samenwerkende ouderenorganisaties PCOB, Unie KBO, NVOG en NOOM hebben op 27 juni een gesprek gehad met VVD-fractieleden Barbara Visser (wonen), Bas van ‘t Wout (AWBZ), Helma Lodders (pensioen) en Cora Nieuwenhuizen (arbeidsmarkt). Het gesprek van de VVD-woordvoerders en de vertegenwoordiging van ouderenorganisaties ging over alles wat er politiek speelt, wat er aan zit te komen en hoe de ouderenorganisaties tegen de verschillende politieke thema’s aankijken. Positief was dat de fractieleden in hun politieke werk op provinciaal en lokaal niveau de ouderenorganisaties al hadden zien opereren. De waarde van de ouderenorganisaties hoefde nauwelijks te worden uitgelegd.

Een eerder gesprek van de koepel van ouderenorganisaties CSO met VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra op 23 mei gaf beide partijen aanleiding dit vervolg te organiseren. Zowel in de VVD-fractie als binnen de CSO zijn er specialisten op de verschillende domeinen en het is van belang dat die elkaar kennen.  Tegelijkertijd is het belangrijk de samenhang tussen maatregelen en levensdomeinen te blijven zien. Iedereen weet of snapt het : als je goed en handig woont zul je later of minder zorg nodig hebben, je kunt je beter zelf redden als het lijf wat achteruit gaat. Met een fatsoenlijk inkomen en opleiding leef je gemiddeld langer en langer gezond.

De CSO-lidorganisaties Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM hebben kritiek op de te weinig ambitieuze brief van minister Blok over het actieplan ouderenhuisvesting, hebben kritiek op de instemming van de VVD met 1,85 % als norm voor de fiscale ruimte voor het opbouwen van pensioen ( met name omdat de ouderen zien dat dat voor jongeren slecht uit pakt).

De ouderenorganisaties toonden zich constructief waar het de uitgangspunten, de visie van het kabinet op de langdurende zorg betreft. Ze willen mee denken en helpen bij deze veranderingen om dan te borgen dat we niet de kwetsbare ouderen er het slachtoffer van laten worden. Daartoe zijn dan ook vervolgafspraken gemaakt.

Succesvolle lobby: koopkrachttegemoetkoming voor alle lage inkomens

Portemonnee met geld

Onze lobby voor het recht op de koopkrachttegemoetkoming voor alle lage inkomens – dus ook voor AOW’ers – is met succes bekroond! Wij vroegen de Tweede Kamer te regelen dat niet alleen bijstandsgerechtigden maar ook ouderen met een laag inkomen (110% van het sociaal minimum) onverkort recht hebben op een eenmalige koopkrachttegemoetkoming. D66 diende daartoe vervolgens een amendement in, dat op 24 juni in de Tweede Kamer werd aangenomen. Gemeentes zijn hiermee verplicht om aan alle personen met een laag inkomen de tegemoetkoming te verstrekken. Dus niet alleen aan bijstandsgerechtigden, zoals in het oorspronkelijke voorstel stond, maar ook aan gepensioneerden en werkenden met een laag inkomen.

Koopkracht op peil
De betreffende tegemoetkoming is voor alleenstaanden 70 euro, voor gezinnen 100 euro en voor alleenstaande ouders 90 euro. Het geldt voor iedereen met een inkomen tot maximaal 110 procent van het minimumloon. De genoemde minima hebben het voor hun koopkracht hard nodig. Zeker die ouderen wier koopkracht amper op peil blijft, een feit waarover wij al eerder berichtten in de media en in onze landelijke belangenbehartiging.

Stop definitief met de mantelzorgboete: brief CSO in Volkskrant

Op maandag 23 juni plaatste De Volkskrant een brief van CSO ouderenorganisaties e.a.

CSO-directeur Hadewych Cliteur en de andere ondertekenaars roepen de Senaat op om dinsdag 24 juni tegen het wetsvoorstel te stemmen dat de kostendelersnorm (‘mantelzorgboete’) doorvoert. “Mensen die gaan samenwonen om voor elkaar te zorgen, mogen niet worden gekort. Stem daarom de mantelzorgboete weg!”

Lees hier de brief.

Petitie ‘Mantelzorgboete NEE!’ aangeboden aan de Commissie SZW van de Eerste Kamer

mantelzorgboete De Eerste Kamer behandelt op dinsdag 24 juni dinsdag de Invoeringswet Participatiewet (33.161) en deWet maatregelen Wet werk en bijstand en enkele andere wetten (33.801). Een van de thema’s is dan de veelbesproken kostendelersnorm. In de media ook wel de ‘mantelzorgboete’ genoemd. De in de CSO samenwerkende ouderenorganisaties PCOB, Unie KBO, NOOM en NVOG hebben de laatste maanden gestreden tegen de invoering van de kostendelersnorm in de AOW. De uitvoering ervan is weliswaar uitgesteld tot 1 juli volgend jaar, maar de samenwerkende ouderenorganisaties zijn van mening dat dit hele fenomeen van tafel moet. Immers deze norm staat haaks op het voorgenomen beleid van Schippers en van Rijn waarbij het beroep op mantelzorgers de komende jaren fors zal stijgen en er vanuit de mantelzorger een steeds grotere inzet gevraagd zal gaan worden in het proces rondom de zorg.

Afgelopen dinsdag werd een petitie: ‘Mantelzorgboete NEE’, aangeboden aan de leden van de Senaat. In de petitie wordt gepleit voor afschaffing van de kostendelersnorm. Deze petitie (een initiatief van Johnny Rijks uit Dinxperlo) werd mede door de CSO ondertekend. De CSO was erbij . Namens de CSO was Maarten Maas, lid van de commissie inkomen van de CSO en tevens voorzitter van de werkgroep koopkracht van de NVOG aanwezig.

Met de petitie werd een brochure uitgereikt, ‘De mantelzorger aan het woord’ waarin een aantal verhalen zijn opgetekend van mensen die zich in een mantelzorg situatie bevinden.

De volgende families worden geschetst:

  • Familie Hof (kinderen in bijstand en moeder heeft AOW)mantelzorgboete-nee-petitie-mantelzorg-1
  • Harry Cladder (verzorgt zijn dementerende moeder van 92)
  • Steven van Zundert (verzorgt zijn volledige arbeidsongeschikte moeder, die ANW-uitkering heeft)
  • Fatima Aissa (verzorgt 73-jarige moeder met partiële AOW en AIO)
  • Johnny Rijks (verzorgt 73-jarige vader, startte petitie in Dinxperlo)
  • Mevrouw Hoppe (70, wordt verzorgd door haar zoon).

De petitie werd uitgereikt door mevrouw Hoppe en in ontvangst genomen door de commissievoorzitter (mw. J.J. Sylvester) in aanwezigheid van een flink aantal commissieleden. Zij namen ruim de tijd om zich te laten informeren en de toelichting te aanhoren. Gezien de opkomst van zowel publiek als leden van de Senaat concluderen wij dat het onderwerp mensen raakt.

Ons appel aan de Senaat is dan ook om mee te gaan met de petitie!

(Zie ook de NVOG-site en SBS6 Hart van Nederland van 17 juni).

Lobby succesvol koopkrachttegemoetkoming lage inkomens

“D66 op de bres voor extraatje minima” kopte De Telegraaf op 12 juni. Onze Haagse lobby heeft succes gehad. Wij vroegen de Tweede Kamer te regelen dat niet alleen bijstandsgerechtigden maar ook ouderen met een laag inkomen (110% van het sociaal minimum) onverkort recht hebben op de eenmalige koopkrachttegemoetkoming. D66 dient nu een amendement in waarin dit geregeld wordt. PvdA sluit zich hierbij aan.

Binnenkort stemt de Tweede Kamer over het wetsvoorstel Wet koopkracht tegemoetkoming lage inkomens. Gemeentes zijn volgens het wetsvoorstel niet verplicht om aan personen met een laag inkomen die geen bijstandsuitkering ontvangen, de tegemoetkoming te verstrekken. Ongewenst, vindt CSO. En gelukkig nu ook een deel van de politiek.

Het amendement garandeert dat iedereen met een laag inkomen deze tegemoetkoming krijgt. Dus niet alleen bijstandsgerechtigden, zoals in het oorspronkelijke voorstel, maar ook gepensioneerden en werkenden. Nu nog hebben gemeenten nog de vrijheid om die tegemoetkoming niet te verstrekken aan hen die geen bijstand krijgen.

Koopkracht op peil
De betreffende tegemoetkoming is voor alleenstaanden 70 euro, voor gezinnen 100 euro en voor alleenstaande ouders 90 euro. Het geldt voor iedereen met een inkomen tot maximaal 110 procent van het minimumloon. We hopen dat de uitkering van deze tegemoetkoming straks vanzelfsprekend is. De genoemde minima hebben het voor hun koopkracht hard nodig. Zeker die ouderen wier koopkracht amper op peil blijft, een feit waarover wij al eerder berichtten in de media en in onze landelijke belangenbehartiging.

• Klik hier voor het bericht in De Telegraaf
• Klik hier voor het bericht in De Volkskrant

• Lees hier onze succesvolle lobbybrief. 

Verzoek aan Eerste Kamer om zorgvuldigheid bij afschaffen tegemoetkomingen

eerstekamer

De ouderenorganisaties verzoeken gezamenlijk de Eerste Kamer om zorgvuldigheid bij afschaffen van tegemoetkoming WTCG en compensatie eigen risico. Voor veel ouderen veroorzaken overheidsmaatregelen een daling van de koopkracht door stapeling in zorgkosten.

Vandaag, dinsdag 27 mei, buigt de Eerste Kamer zich over de afschaffing van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (WTCG) en de compensatie eigen risico (CER). De Tweede Kamer is hier op 29 januari al mee akkoord gegaan. Het wordt een taak van de gemeente om, waar noodzakelijk, op maat aanvullende inkomensondersteuning te realiseren.

Forse teruggang koopkracht
We krijgen hier te maken met het fenomeen ‘gooi geen oude schoenen weg voor je nieuwe hebt’. Er dreigt voor veel ouderen een forse teruggang in koopkracht. Ook ziet het er – door inrichting van de voorgenomen regeling en de manier waarop gemeenten dit gaan oppakken (gedeeltelijk via de bijzonder bijstand) – naar uit dat de middelen niet adequaat terecht komen bij die ouderen die het geld hard nodig hebben. De CSO pleit in een brief aan de Eerste Kamer nogmaals zorgvuldigheid te betrachten op dit dossier.

Niet-gebruik
Ook pleit de CSO voor een goede monitoring waarbij wordt nagegaan of de gemeenten daadwerkelijk een aanvullende inkomensvoorziening getroffen hebben. En zo ja in hoeverre er sprake is van niet-gebruik van deze voorziening door ouderen met hoge zorgkosten.

De brief aan de Eerste Kamer leest u hier.

Ouderenorganisaties sturen Tweede Kamer pleitnota pensioenfondsbestuur

NOOM, NVOG, de PCOB en Unie KBO hebben de leden van de Tweede Kamer laten weten zéér ontevreden te zijn over het debat dat is gevoerd over de invoering van de wet Versterking Bestuur Pensioenfondsen en de kwaliteit van de beantwoording door staatssecretaris Klijnsma. De ouderenorganisaties hebben vrijdagmiddag een pleitnota naar de betrokken Kamerleden gestuurd, met daarin de grote bezwaren.

pensioenenIn de wet versterking Bestuur Pensioenfondsen staat de beperking dat het aantal deskundige gepensioneerden beperkt moet worden tot maximaal 25% van het aantal bestuursleden van een pensioenfonds. De ouderenorganisaties maken hier bezwaar tegen, omdat dit een ongelijke behandeling is ten opzichte van bestuursleden uit andere groepen deelnemers in pensioenfondsbesturen. Op een enkeling na zijn de Kamerleden niet ingegaan op dit bezwaar van de ouderenorganisaties.

Bovendien zijn de ouderenorganisaties van oordeel dat een beroep bij de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam voor deelnemers- en pensioengerechtigdenraden mogelijk moet zijn.

In het Kamerdebat werd voorgesteld de werkgevers ook een rol te geven in deelnemersraden. Dat is raar, want zij zijn geen deelnemer in pensioenfondsen. De ouderenorganisaties vinden het dan ook voor de hand liggen dat werkgevers geen rol krijgen in deelnemersraden.

De maatregelen in deze nieuwe wet zijn in strijd met de al aangenomen wet Koser Kaya Blok, waarin onder meer de deelname van gepensioneerden aan het bestuur geregeld was. Het is op z’n zachts gezegd, merkwaardig dat regelgeving in een bestaande wet zomaar overboord wordt gegooid.

Ouderenorganisaties verzoeken Eerste Kamer zorgvuldigheid en monitoring bij afschaffing WTCG en CER

Op dinsdag 27 mei 2014 buigt de Eerste Kamer zich over de afschaffing van de WTCG en de CER. De Tweede Kamer is hier op 29 januari al mee akkoord gegaan. Het wordt een taak van de gemeente om, waar noodzakelijk, op maat aanvullende inkomensondersteuning te realiseren.

Forse teruggang koopkracht
We krijgen hier te maken met het fenomeen ‘gooi geen oude schoenen weg voor je nieuwe hebt’. Er dreigt voor veel ouderen een forste teruggang in koopkracht. Ook ziet het er naar uit – door inrichting van de voorgenomen regeling en de manier waarop gemeenten dit gaan oppakken (gedeeltelijk via de bijzonder bijstand) – dat de middelen niet adequaat terecht komen bij die ouderen die het geld hard nodig hebben. De koepel van ouderenorganisaties pleit in een brief aan de Eerste Kamer nogmaals zorgvuldigheid te betrachten op dit dossier.

Niet-gebruik
Ook pleiten de samenwerkende ouderenorganisaties voor een goede monitoring waarbij wordt nagegaan of de gemeenten daadwerkelijk een aanvullende inkomensvoorziening getroffen hebben. En zo ja: in hoeverre er sprake is van niet-gebruik van deze voorziening door ouderen met hoge zorgkosten.

Lees hier de brief van de ouderenorganisaties aan de Eerste Kamer

Mantelzorgboete blokkeert solidariteit tussen generaties

Steeds vaker gaan hulpbehoevende ouderen bij hun kinderen inwonen. Deze ontwikkeling past helemaal in de denkbeelden van het kabinet over de participatiemaatschappij. Mensen zorgen meer voor elkaar en de collectieve kosten van de zorg worden lager. Waarom dan een boete op deze solidariteit tussen de generaties?

Ouderen willen tegenwoordig zelf zolang mogelijk thuis blijven wonen. Als dat niet meer mogelijk is, zoeken ze naar andere woonvormen. Voorheen was dat vaak een verzorgingshuis, tegenwoordig niet meer. Nu wordt gezocht naar mogelijkheden om voor elkaar te kunnen zorgen. De mogelijkheden daarvoor zijn groter geworden. Denk aan een mantelzorgwoning op eigen erf of aan een meergeneratiewoning. Of inwonen bij de kinderen.

Extra kosten
De beslissing om bij kinderen te gaan inwonen is een ingrijpende beslissing. Het gaat om situaties waarbij ouderen niet meer voor zichzelf kunnen zorgen. Zonder de zorg van hun kinderen, moeten ouderen een beroep doen op professionele zorg. Inwonen bij de kinderen wil niet zeggen dat ouderen en kinderen minder kosten hebben, zo berekende recent ook het NIBUD en de Federatie Financieel Planners. Het gaat niet om een gezin waarin de kosten van levensonderhoud worden gedeeld, maar om het samenwonen van twee huishoudens met eigen kosten. Eventuele financiële voordelen van het delen van de woning worden teniet gedaan door de extra zorgkosten die deze ouderen hebben.

Straf op solidariteit
De samenwerkende ouderenorganisaties vragen zich af hoe het mogelijk is dat ditzelfde kabinet voorstelt om mensen die bij elkaar zijn gaan wonen en voor elkaar zorgen, te korten op hun inkomen. De hulpbehoevende oudere krijgt een lagere AOW en de mantelzorger met een uitkering wordt eveneens gekort. Op solidariteit staat een straf. De ouderenorganisaties staan voor een solidaire maatschappij waar oud en jong naar elkaar omkijken, een maatschappij waar iedereen naar vermogen (financieel of immaterieel) bijdraagt. We zijn van mening dat mantelzorgers goede mantelzorgondersteuning moeten krijgen. We willen voorkomen dat kinderen en hun zorgbehoevende ouders om financiële redenen niet meer bij elkaar gaan wonen. Juist niet! De ouderenorganisaties vinden daarom dat het kabinet het voorstel om mantelzorgers en hun inwonende ouders te korten, moet schrappen. De Senaat is in juni aan zet!

Wmo 2015 door Tweede Kamer: belangrijke verbeteringen voor ouderen

tweede kamer

Een ruime tweederde meerderheid van de Tweede Kamer heeft op 24 april ingestemd met het wetsvoorstel van de Wmo 2015. De verwachting is dat de behandeling van het voorstel nog voor het zomerreces wordt afgerond door de Eerste Kamer. De samenwerkende ouderenorganisaties zijn blij dat daarbij aan een aantal belangrijke voorwaarden voor ouderen is voldaan, zoals zij hebben bepleit. Zo is de positie van mantelzorgers verbeterd, is onze lobby gehonoreerd om het persoonsgebonden budget (pgb) een gelijkwaardige plaats te geven binnen de nieuwe Wmo en is de eigen regie van ouderen versterkt, doordat cliënten zelf een persoonlijk plan mogen opstellen.

In dit nieuwsbericht beschrijven we een aantal aanvullingen vanuit de Tweede Kamer op het oorspronkelijke wetsvoorstel.

Wmo 2015
Het uitgangspunt van de Wmo is dat mensen door maatschappelijke ondersteuning zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven. Die maatschappelijke ondersteuning bestaat uit algemene voorzieningen en indien nodig uit maatwerkvoorzieningen. Bij de behandeling van het wetsvoorstel Wmo 2015 zijn door de Tweede Kamer geen fundamentele veranderingen aangebracht. Wel zijn amendementen en moties aangenomen die vooral de positie van mantelzorgers versterkten en het persoonsgebonden budget (pgb) sterker verankerden. Daarnaast werd onder meer het persoonlijk plan geïntroduceerd, is het belang van cliëntondersteuning verduidelijkt en worden gemeenten en zorgverzekeraars verplicht om samen te werken. De beleidsruimte van de gemeenten blijft echter groot en zij zullen de precieze invulling van het keukentafelgesprek, het pgb, cliëntondersteuning, ondersteuning van mantelzorgers enz. in de komende maanden dienen uit te werken in hun eigen beleidsplan en verordening.

Mantelzorgers
Mantelzorg wordt als volgt gedefinieerd: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep.

De positie van de mantelzorgers werd door een aantal amendementen op verschillende manieren versterkt. De gemeente moet algemene voorzieningen bevorderen ter uitvoering van het mantelzorgplan (scholing, informatie en advies, lotgenotencontact, mantelzorgsteunpunt, mantelzorgmakelaar). Bij het keukentafelgesprek moet niet alleen naar de mogelijkheden, maar ook naar de grenzen van de belastbaarheid van de mantelzorger gekeken worden en zijn ondersteuningsbehoefte moeten in kaart worden gebracht. De mantelzorger moet dus worden betrokken bij het keukentafelgesprek van zijn naaste en bij het opstellen van diens ondersteuningsplan, terwijl hij zelf ook een beroep kan doen op ondersteuning. Verder wordt de procedure rond mantelzorgwoningen waarschijnlijk eenvoudiger. Ten slotte is het de bedoeling dat mensen die mantelzorg verlenen door de gemeente kunnen worden vrijgesteld van de plicht tot tegenprestatie die in het kader van de Wet werk en bijstand (Wwb)wordt voorgesteld. 

Persoonsgebonden budget
Het recht op een persoonsgebonden budget is duidelijker geworden bij de behandeling in de Tweede Kamer. Het pgb en de maatwerkvoorziening zijn namelijk gelijkwaardige alternatieven geworden, waarbij de cliënt nog wel dient te motiveren waarom hij een pgb wil, maar niet hoeft aan te geven waarom hij de aangeboden maatwerkvoorziening niet passend vindt. Verder mag de gemeente de kwaliteitseisen die aan zorg in natura worden gesteld niet één-op-één ook bij het pgb opleggen. Wel moet de gemeente beoordelen of degene die pgb-diensten verleent dat veilig, doeltreffend en cliëntgericht zal doen. De hoogte van het pgb moet toereikend zijn om de door de cliënt gewenste ondersteuning te kunnen kopen. Ook kunnen cliënten zelf bijbetalen wanneer het tarief van de door hen gewenste aanbieder duurder is dan het door de gemeente voorgestelde aanbod. Het is mogelijk mensen uit het eigen netwerk met een pgb in te huren. Ten slotte zal de staatssecretaris, in overleg met de VNG, experimenten over een integraal pgb aanmoedigen, bijvoorbeeld over de combinatie Wmo, andere gemeentelijke regelingen en Zorgverzekeringswet.

Regie van de cliënt bij het persoonlijk ondersteuningsplan
De cliënt wordt in staat gesteld zelf een persoonlijk plan op te stellen. Dat plan moet voorzien in zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning om zelfredzaam te zijn en om maatschappelijk te participeren. De gemeente moet het persoonlijk plan betrekken bij het onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van de cliënt. De regie komt dus bij de burger te liggen: hij is zelf de regievoerder en eigenaar van zijn persoonlijk plan. Hij heeft zelf de keuze op welke wijze en met welke instrumenten en methoden hij zijn persoonlijk plan wil vormgeven.

Extra punten voor beleidsplan Wmo
De Tweede Kamer verplicht gemeenten om in het beleidsplan Wmo onder andere aandacht te besteden aan zaken als preventie en de keuzevrijheid voor de cliënt om te kiezen voor ondersteuning die aansluit bij zijn godsdienstige gezindheid, levensovertuiging en/of culturele achtergrond. Verder dient de gemeente te zorgen voor de continuïteit van de zorg voor jongeren die op grond van het bereiken van de leeftijd van 18 jaar niet langer in aanmerking komen voor zorg op basis van de Jeugdwet, maar dat wel nodig hebben. Tenslotte dient de gemeente te definiëren welke resultaten ze wil behalen en vervolgens dient ze de realisatie van deze doelen te meten, om zo meer te kunnen sturen op effectiviteit en kwaliteit van maatschappelijke ondersteuning.

Cliënten- en burgerparticipatie
Cliënten- en burgerparticipatie omvat betrokkenheid bij de beleidsvorming, maar kan ook betrekking hebben op het uitvoeren van gemeentelijke taken door burgers. Volgens het wetsontwerp moesten gemeenten al vastleggen hoe ingezetenen worden betrokken bij de uitvoering van de wet. Nu is expliciet vastgelegd dat in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers dienen te worden betrokken. Dat sluit aan bij het VN-verdrag voor rechten van mensen met een beperking waarin de verplichting is opgenomen om met mensen met een beperking te overleggen bij alle besluitvormingsprocessen die hen aangaan. Verder worden gemeenten gestimuleerd om actief met partijen in de samenleving in gesprek te gaan over de manier waarop zij kunnen bijdragen aan de zorg voor elkaar. Gemeenten kunnen initiatieven van burgers bevorderen door hen een steun in de rug te geven door bijvoorbeeld cofinanciering. Bij Algemene Maatregel van Bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over vormen van inschakeling van buurtinitiatieven bij de uitvoering van beleid. Bewoners krijgen het recht om de gemeente uit te dagen als ze de zorg in de buurt beter kunnen verlenen dan de gemeente.

Overige punten
De verplichting van de gemeente tot het soms verstrekken van een maatwerkvoorziening moet wat betreft zekerheid voor de cliënt niet verschillen van de bedoeling van de compensatieplicht in de ‘oude’ Wmo. Gemeenten kunnen in hun verordening bepalen voor welke voorzieningen zij een klachtenregeling of regeling van medezeggenschap vereist vinden. Aanbieders die dergelijke voorzieningen leveren worden direct verantwoordelijk voor het inrichten van deze regelingen voor hun cliënten. De bepaling over eisen ten aanzien van de bedrijfsstructuur en bedrijfsvoering van aanbieders is geschrapt. In een aangenomen motie wordt er bij de regeling op aangedrongen het belang van geschillenbeslechting, door mediation of een ombudsfunctie op regionaal niveau, expliciet onder de aandacht te brengen van gemeenten, mede om juridisering in de relatie cliënt-gemeente zoveel mogelijk tegen te gaan. Gemeenten en zorgverzekeraars worden verplicht om afspraken te maken over beleid ten aanzien van maatschappelijke ondersteuning, publieke gezondheid, zorg, jeugdzorg, welzijn en preventie, teneinde te komen tot een integrale dienstverlening aan cliënten en verzekerden.

Cliëntondersteuning dient onafhankelijk van de gemeente te zijn en het belang van de cliënt is het enige dat telt voor de cliëntondersteuner. De gemeente dient de cliënt voor het onderzoek dat plaatsvindt op basis van een vraag om maatschappelijke ondersteuning te wijzen op de mogelijkheid van het gebruik van cliëntondersteuning. De gemeente kan professionals (huisarts, wijkverpleegkundige) het recht geven om rechten en plichten van de cliënt vast te stellen of hen mandateren om beslissingen daarover te nemen.

Tenslotte
In een brief van staatssecretaris Van Rijn (17 april) over de uitkomst van het begrotingsoverleg hervorming langdurige zorg staan belangrijke punten voor de invoering van de Wmo. Namelijk:

1. een overgangsrecht voor 2015 voor mensen die nu AWBZ-zorg krijgen, of een indicatie daarvoor hebben, en straks naar de Wmo overgaan,
2. meer mogelijkheden om in een instelling te (blijven) wonen voor mensen met een verstandelijke handicap (ZZP VG 3) en ouderen (ZZP VV 4),
3. extra middelen voor de gemeenten voor begeleiding en dagbesteding.

Bron: ‘Aandacht voor iedereen’

Programma Aandacht voor iedereen
Het programma Aandacht voor iedereen wordt gefinancierd door VWS. De bij het programma betrokken landelijke organisaties zijn: ouderenkoepel CSO, Ieder(in), Koepel Wmo-raden, LPGGz, Mezzo, NPCF, Oogvereniging, Per Saldo en Zorgbelang Nederland. Aandacht voor iedereen werkt nauw samen met het Transitiebureau van VNG en VWS.

Samenwerkende ouderenorganisaties CSO niet gerustgesteld over zorgakkoord!

stetoscoop

Vandaag werd bekend dat het Kabinet en de oppositiepartijen een zorgakkoord hebben gesloten. De definitieve details zijn nog niet bekend, maar wel duidelijk is dat er minder bezuinigd wordt op de ouderenzorg. Dit gaat echter ten koste van de vrije artsenkeuze van mensen.

De samenwerkende ouderenorganisaties PCOB, Unie KBO, NVOG en NOOM zijn blij dat er komende jaren minder bezuinigd wordt op ouderenzorg en pleiten ervoor dat dit ten goede komt aan de groep die nu een zorgzwaartepakket 4 heeft en niet thuis kan blijven wonen. Wij pleiten ook dat er middelen beschikbaar komen voor voldoende specialistische dagbesteding en logeeropvang in de Wmo, zodat mantelzorgers ontlast worden en ouderen daadwerkelijk langer thuis kunnen blijven wonen.

Het afschaffen van de vrije artsenkeuze is echter een zorg voor de ouderenorganisaties. Voor veel andere behandelingen zijn ouderen waarschijnlijk aangewezen op behandelaars waarmee hun zorgverzekeraar een contract sluit. Maar hoe en wat precies, dat moet nog worden afgesproken. Hadewych Cliteur, directeur CSO: ,,Ik vind dit onbegrijpelijk omdat het Kabinet bij de hervormingen van de langdurige zorg burgers oproept meer eigen regie en verantwoordelijkheid te nemen, terwijl dit akkoord burgers de vrijheid ontneemt om hun eigen behandelaar te kiezen. Door het aan de zorgverzekeraars over te laten is het voor onze achterban niet helder of de prijs belangrijker is dan de kwaliteit van de zorg. Wij vinden het belangrijk dat ouderen zelf invloed hebben op de keuze voor hun zorgverleners.”

Als de definitieve details duidelijk zijn zal de CSO zijn reactie aan Kabinet en oppositie partijen laten weten.

Zorgen om Hervorming Langdurige Zorg

lz

De komende tijd worden in de Tweede Kamer gesprekken gevoerd over het beleid, de transities in de zorg en de begroting voor 2015. De samenwerkende ouderenorganisaties CSOdoen samen met andere cliëntenorganisaties een dringende oproep.  Zij vragen de bewindslieden nadrukkelijk om een zorgvuldige overgang te bewerkstelligen voor de groep mensen die nu thuis woont en AWBZ-zorg heeft, waarvan een deel straks een beroep moet gaan doen op de WMO/Jeugdwet/zorgverzekeraar.

De brandbrief waar deze oproep instaat werd 8 april verstuurd naar de Tweede Kamer. De PCOB en andere organisaties maken zich grote zorgen over het schuiven met mensen, de korting op budgetten en de grote onduidelijkheid die er is.

Lees hier de brandbrief 

Lees hier de positionpaper die de PCOB in CSO-verband naar de Tweede Kamer stuurde op de vooravond van de hoorzitting over de Wet Langdurige Zorg.

Op maandag 14 april 2014 is de hoorzitting in de Tweede Kamer live te volgen op het themakanaal van de NOS, Politiek24.

Kabinet, compenseer de dalende koopkracht van ouderen!

koopkracht

De koopkracht van ouderen blijft al jaren achter bij die van andere huishoudens. De koopkracht blijft niet alleen achter, maar daalt ook de laatste jaren aanzienlijk. Dat concluderen de samenwerkende ouderenorganisaties binnen de CSO. In een brief pleiten we voor compenserende maatregelen. Anders wordt 2014, vooral voor ouderen met zorgkosten, wel een heel duur jaar.

Op 27 maart is er een algemeen overleg tussen de Kamercommissie SZW en de minister waarin de koopkracht centraal staat. PCOB, Unie KBO, NVOG en NOOM laten als koepel CSO al een aantal jaren de koopkracht voor groepen ouderen berekenen door het NIBUD. “Ouderen profiteren niet mee, ondanks de lage inflatie, een lager belastingtarief en een voordeligere premie voor de zorgverzekering.” Zo schreef het Nibud in januari over de koopkracht in 2014. Dat vinden wij meer dan zorgelijk. Ouderen profiteren al veel langer niet mee.

2010-2014: aanhoudende achteruitgang
In 2012 ging iedereen er op achteruit. Het Nibud uitte toen al expliciete zorgen over de 65-plussers die al vanaf 2010 een koopkrachtdaling incasseren. 2013 was voor de meeste ouderen eveneens een slecht jaar: zij werden geconfronteerd met een forse koopkrachtdaling die veel hoger was dan de koopkrachtdaling van huishoudens van 65-minners met vergelijkbare inkomens. Ouderen die veel zorgkosten hebben, zijn daarbij nog harder geraakt. Dit staat in het rapport van Bureau Nyfer, in opdracht van CSO opgesteld, naar de effecten van het kabinetsbeleid op de koopkracht van 65-plussers.

Ook al trekt de economie aan, toch hebben ouderen ook in 2014 minder te besteden. De daling van de koopkracht is minder dan werd verwacht op Prinsjesdag, maar toch is er nog steeds sprake van daling. Dit in tegenstelling tot de koopkracht van 65-minners. Zeker voor ouderen met zorgkosten is dit een lastig jaar. Het achterblijven van de koopkracht van (kwetsbare) ouderen vinden de ouderenorganisaties ongewenst.

Compensatie nodig
Daarom de oproep aan de Kamercommissie SZV: dring er bij de bewindspersonen op aan om de dalende koopkracht te compenseren, zodat ouderen in koopkracht niet achterblijven bij 65-minners. Onze specifieke vragen staan verwoord in de brief die we hebben gestuurd naar de Kamercommissie. Het Algemeen Overleg over Koopkracht vindt plaats op donderdag 27 maart 2014.

Lees hier de brief aan de Kamercommissie.

Hier vindt u de Nibud-berekeningen koopkracht Prinsjesdag 2013.

Ouderenorganisaties starten Meldpunt gedwongen verhuizen

verhuizen

Samen met patiëntenfederatie NPCF en het Nationaal Ouderenfonds starten de PCOB, Unie KBO, NVOG en NOOM, verenigd in ouderenkoepel CSO, een meldpunt voor mensen die ervaring hebben met gedwongen verhuizingen uit zorginstellingen of zich hier ernstige zorgen over maken. De organisaties vrezen dat mensen te maken hebben met ongewenste gevolgen en grote onzekerheid, en willen de knelpunten in beeld krijgen.

Hadewych Cliteur, directeur van de koepel CSO, hoopt dat zo veel mogelijk mensen hun ervaring melden. “Het is ook goed om in beeld te krijgen hoe de informatievoorziening verloopt voor bijvoorbeeld migrantenouderen. Krijgen ook zij antwoord op hun vragen en is er voorlichting op maat?”

“We krijgen al signalen van ouderen die niet weten waar ze aan toe zijn, en die bang zijn uit hun vertrouwde omgeving weg te moeten. Het is van groot belang dat we weten wat er speelt zodat er iets aan gedaan kan worden,” zegt Wilna Wind, directeur van patiëntenfederatie NPCF.

“We willen weten wat de impact voor ouderen is en hoe ze begeleid worden. Van wie krijgen ze informatie, waar kunnen ze terecht met hun vragen, welke zorgen hebben ze en waar lopen ze tegenaan,” aldus Jan Romme, directeur van het Nationaal Ouderenfonds.

In de komende vijf jaar zullen naar verwachting in totaal zo’n 800 van de 2000 verpleeg- en verzorgingstehuizen verdwijnen, berekende bureau Berenschot. Duizenden ouderen moeten verhuizen.

Maakt u zich zorgen dat u of uw naaste binnenkort moet verhuizen? Meld uw zorgen en ervaringen direct online via deze vragenlijst.

U kunt uw ervaring ook telefonisch melden via de NPCF-Zorglijn 030 29 16 777 of via 0900-6080100 (2c/min) van de OuderenOmbudsman (een dienst van het Nationaal Ouderenfonds).

Lees hier een bericht over het meldpunt in De Telegraaf.