Koopkrachtherstel: vijf concrete voorstellen

De koopkracht van ouderen blijft al jaren achter en wordt onvoldoende gerepareerd door het kabinet. De gezamenlijke ouderenorganisaties stuurden een reactie op de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), met daarin vijf voorstellen voor koopkrachtherstel: verhoging ouderenkorting, ongedaan maken afschaffing ouderentoeslag, verhogen heffingvrije vermogen, betaalbaar houden huishoudelijke en een jaarlijkse stapelingsmonitor.

De organisaties Unie KBO, PCOB, NOOM en NVOG vinden dat de lastenverlichting van 5 miljard niet alleen bij werkenden terecht moet komen, maar ook bij ouderen. Uit de koopkrachtplaatjes voor 2016 die het Nibud in opdracht van de hiervoor genoemde organisaties maakte, blijkt dat de koopkracht van ouderen voor het achtste jaar op rij achterblijft. Dit geldt in het bijzonder voor ouderen met extra zorgkosten. Wij roepen het kabinet op om de koopkracht van ouderen echt te repareren zodat ook zij delen in de lastenverlichting.

Koopkracht van ouderen
Het kabinet geeft aan dat zij de koopkracht van ouderen heeft gerepareerd. De mediane koopkracht is dan misschien wel omhoog gegaan in vergelijking met de cijfers van augustus 2016, maar van een echte reparatie is geen sprake. Uit de begroting van SZW blijkt dat bijna 40% van de gepensioneerden te maken heeft met een koopkrachtdaling.

Een voorbeeld: huishoudelijke hulp in 2015 en 2016
Zo wordt in de cijfers van het kabinet geen rekening gehouden met gemeentelijke regelingen. Het Nibud heeft niet alleen naar de effecten van landelijke regelingen gekeken. Steeds meer regelingen worden op lokaal niveau uitgevoerd en hebben impact op de koopkracht van ouderen. Daarbij springen de kosten voor de huishoudelijke hulp eruit. In 2015 is de huishoudelijke hulp overgegaan naar de gemeenten die hiervoor een maatwerkvoorziening kunnen treffen of deze zorg toegankelijk kunnen maken via een algemene voorziening. Het Nibud heeft gekeken wat de koopkrachteffecten zijn wanneer de huishoudelijke hulp per 2016 overgaat van een maatwerkvoorziening naar een algemene voorziening. Uit de berekeningen van het Nibud blijkt dat de koopkracht in die gevallen fors daalt. Deze koopkrachtdaling is het grootst bij de middeninkomens en kan zelfs 7,2% bedragen.

Rekenvoorbeeld: In 2015 was de eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp via de WMO voor de laagste inkomens 20 euro per maand. In 2016 is het gemiddelde uurtarief voor huishoudelijk hulp als algemene voorziening 15 euro per uur, oftewel 130 euro per maand (uitgaande van slechts 2 uur per week). Een verhoging van 110 euro. Mensen met een laag inkomen kunnen in aanmerking komen voor een Huishoudelijke Hulp Toelage. Dat houdt in dat ze een lager uurtarief betalen, bijvoorbeeld 7,50 euro, en dat de gemeente de rest betaalt. Deze mensen betalen dan toch nog 65 euro per maand. Een verhoging van 45 euro.

Ook met de Huishoudelijke Hulp Toelage gaan deze ouderen er op achteruit. Maar gemeenten zijn niet verplicht deze toelage te verstrekken en bovendien wordt het gemeentebudget voor deze Huishoudelijke Hulp Toelage de komende jaren afgebouwd. Wij pleiten er voor om de huishoudelijke hulp voor ouderen met een laag inkomen betaalbaar te houden.

Onzichtbaar koopkrachtverlies en stapelingsmonitor
Doordat veel regelingen door gemeenten worden uitgevoerd, komen de koopkrachteffecten hiervan niet in de koopkrachtplaatjes van het kabinet terecht. De koopkracht kan voor deze groepen dus nog veel negatiever uitvallen. De ouderenorganisaties hebben vaker gewezen op de grote effecten van de stapeling van de kabinetsmaatregelen op de koopkracht van ouderen. In de begroting voor 2016 ontbreekt echter de stapelingsmonitor. De stapelingsmonitor geeft een beter beeld van de koopkrachteffecten dan de algemene cijfers die in de begroting zijn opgenomen.

5 voorstellen koopkrachtherstel
De Unie KBO, PCOB, NOOM en NVOG pleiten voor echte reparatie van de koopkracht van ouderen zodat ook zij delen in de lastenverlichting en stellen de volgende zaken voor:

  • Een structurele verhoging van de ouderenkorting
  • Het ongedaan maken van de afschaffing van de ouderentoeslag voor huishoudens met een laag inkomen
  • Het verhogen van het heffingvrije vermogen voor AOW-gerechtigden naar 50.000 euro met ingang van 1 januari 2016
  • Het betaalbaar houden van de huishoudelijke hulp voor ouderen met een laag inkomen
  • Het maken van een stapelingsmonitor voor 2016